21 oktober 2012 – Systematische mensenrechtenschendingen: martelingen, amputaties, oneerlijke processen, toepassing van de doodstraf in strijd met het internationaal recht, vervolging van minderheden en andersdenkenden.
Half oktober werden twee rapporten van de Verenigde Naties gepubliceerd, waarin de diepe bezorgdheid van de internationale gemeenschap wordt geuit over de voortdurende ernstige schendingen van de mensenrechten in Iran.

VN secretaris-generaal Ban Ki-moon (foto) heeft zijn jaarverslag over de mensenrechten in Iran gepresenteerd aan de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Daarin worden systematische grove schendingen van de mensenrechten zoals foltering, amputaties, oneerlijke processen, toepassing van de doodstraf in strijd met het internationaal recht en de vervolging van minderheden en andersdenkenden aan de kaak gesteld.

Ook de speciale rapporteur voor de mensenrechtensituatie in Iran, Ahmed Shaheed, heeft in zijn verslag aan de VN Algemene Vergadering melding gemaakt van talrijke schendingen van de mensenrechten in Iran, waaronder beperkingen van de vrijheid van meningsuiting, de gebrekkige rechtsstaat, het aanpakken van de godsdienstvrijheid en de doodstraf voor minderjarigen. Hij hekelt ook de straffeloosheid bij de mensenrechtenschendingen in Iran.

Het rapport van de VN secretaris-generaal richt zich tevens op de situatie van journalisten, mensenrechtenverdedigers en vrouwenrechtenactivisten, die in Iran in toenemende mate blootgesteld worden aan vervolging en repressie. Er worden mensenrechtenverdedigers in vermeld, die tijdens de hechtenis werden gemarteld wegens het vreedzaam uitoefenen van hun recht op vrije meningsuiting, vereniging en vergadering.

Beide rapporten berichten ook over de discriminatie van religieuze minderheden in Iran. Het recht op vrijheid van godsdienst wordt systematisch geschonden, vooral Bahai, christenen en derwisjen worden onderdrukt: “De volgelingen van zowel erkende als niet-erkende religies melden verschillende vormen van intimidatie, arrestaties, detenties en ondervragingen waarbij hun religie in het middelpunt staat .”

Er wordt ook melding gemaakt van onthutsende schendingen van de rechten van kinderen. Volgens officiële Iraanse opgaven verblijven “70 kinderen, die geen misdaad begaan hebben, in de gevangenis omdat hun moeders opgesloten zitten.” Volgens andere berichten zouden het wel tot 450 onschuldige kinderen kunnen zijn die op deze manier in de gevangenis zitten.

In beide rapporten staat de klacht dat het regime in Teheran blijft weigeren samen te werken met internationale waarnemers voor de mensenrechten – ongeacht de verschillende oproepen van de internationale gemeenschap.