De broers Afkari: op de foto’s van links naar rechts Habib (veroordeeld tot 27 jaar gevangenisstraf), Vahid (veroordeeld tot 54 jaar gevangenisstraf) en Navid (dubbele executie).

Bahia Namjoo, de moeder van Navid Afkari, een 27-jarige Iraanse worstelaar die is veroordeeld tot “dubbele executie”, zegt dat haar zoons werden gemarteld om tegen elkaar te getuigen en dat een van haar zoons tweemaal probeerde zelfmoord te plegen in de gevangenis. Hij zei dat hij alleen maar een eerlijk proces wilde.

Mevrouw Namjoo meldde dat naast haar drie zonen ook haar man en schoonzoon waren gearresteerd.
Navid Afkari Sangari, een worstelaar, werd veroordeeld tot “dubbele executie” wegens deelname aan de landelijke protesten in augustus 2018. Zijn broer Vahid Afkari Sangari werd veroordeeld tot in totaal 54 jaar gevangenisstraf en Habib Afkari Sangari tot 27 jaar gevangenisstraf. Alle drie de broers werden ook veroordeeld tot 74 zweepslagen.
Mevrouw Namjoo zegt dat haar zonen onschuldig zijn en berecht werden in een “oneerlijk proces” zonder “enig bewijs”. Ze riep op tot een eerlijk proces.

Volgens mevrouw Namjoo werd haar zoon Habib drie maanden na zijn huwelijk gearresteerd, en haar andere zoon, Vahid, werd zo vaak gemarteld dat hij tegen zijn broers had kunnen getuigen.

Vahid zat lange tijd in eenzame opsluiting en heeft “ondanks marteling en laster” geen enkele bekentenis getekend:
“Ik werd bedreigd dat de rest van de familie zou worden gearresteerd, daarom besloot ik zelfmoord te plegen zodat tenminste Navid [de ter dood veroordeelde broer] zou overleven. Ik lag drie dagen in coma in het Namazi Hospital en niemand hoorde mij. Tijdens de martelingen deden ze plastic over mijn hoofd. Ze sloegen me met kettingen en urenlang sloegen ze mijn voetzolen met knuppels en dwongen me dan om te lopen. Ze dreigden mijn moeder en zussen te arresteren”.
Mensenrechtenactivisten in Iran zeggen dat het leven van de drie jonge gevangenen in gevaar is.

Oproep van kampioenen en atleten om het leven van Navid Afkari, de Iraanse worstelkampioen, te redden

open brief aan de president van United World Wrestling …

1 september 2020

Hieronder de open brief van de SMV aan de heer Nenad Lalovic, voorzitter van Wereldunie van Worstelaars, om, in het licht van het onrechtvaardige doodvonnis dat is uitgesproken tegen de nationale kampioen worstelen, de heer Navid Afkari, het lidmaatschap van de Iraanse Federatie van Worstelaars van de Wereldunie van Worstelaars (UWW, United World Wrestling) op te schorten.

Aan de voorzitter van Wereldunie van Worstelaars

Geachte heer Nenad Lalovic,

De heer Navid Afkari, de Iraanse worstelkampioen, kwam, zoals de meeste Iraanse sportkampioenen, uit een achtergestelde en lagere klasse van de samenleving; met zijn inspanningen en doorzettingsvermogen was hij in staat om door de adolescentie heen te komen en nationale kampioenstitels in het Iraanse worstelen te behalen.

Twee jaar geleden werd hij door veiligheidstroepen gearresteerd op beschuldiging van deelname aan een burgerdemonstratie van augustus 2018, samen met de grote groep uit de Iraanse samenleving die tegen het onrechtvaardige beleid van het Iraanse regime protesteerde. Hij werd vervolgens onderworpen aan de zwaarste fysieke en psychologische martelingen om het verzet van deze Iraanse worstelkampioen te breken. Het onmenselijke Iraanse regime arresteerde ook zijn twee broers, Vahid en Habib Afkari, en onderwierp hen aan de zwaarste fysieke en mentale martelingen om een bekentenis af te leggen tegen hun atletische broer.

De Iraanse veiligheidstroepen verzonnen vervolgens een zaak tegen de drie broers en creëerden een scenario waarin ze hen beschuldigden van het doden van een Basiji (een lid van de Iraanse paramilitaire macht). Ze hebben echter nooit enig bewijs, getuigenis, motief of reden voor hun beschuldiging kunnen leveren.

Uiteindelijk arresteerden de Iraanse veiligheidsagenten ook Afkari’s vader en andere familieleden. Als gevolg van deze druk, en nadat de agenten hadden gedreigd hun moeder en zus gevangen te nemen, probeerde de heer Vahid Afkari, een van de drie gearresteerde broers, in de gevangenis zelfs tweemaal zelfmoord te plegen om niet te worden gedwongen te getuigen tegen zijn jongere broer.

Echter, tijdens een showproces dat plaatsvond zonder de aanwezigheid van een advocaat en zonder enig bewijs te leveren, werd de heer Navid Afkari beschuldigd van “moharebeh” (vijandigheid tegen God), alsmede van moord op een veiligheidsfunctionaris, wat nooit is bewezen. Allemaal zonder enig bewijs van de rechtbank en puur gebaseerd op het citeren van ‘de expliciete bekentenis van de verdachte’. Volgens de heer Navid Afkari werd hij onderworpen aan zware fysieke en mentale martelingen en werd hij veroordeeld tot een dubbele doodstraf, zes jaar en zes maanden gevangenisstraf en 74 zweepslagen. De andere broer, de 35-jarige Vahid Afkari, werd veroordeeld tot 54 jaar en 6 maanden gevangenisstraf en 74 zweepslagen, en ten slotte werd de derde broer, Habib Afkari, veroordeeld tot 27 jaar en 3 maanden gevangenisstraf en 74 zweepslagen.

In dit verband merkt de SMV op dat volgens artikel 168 van het Islamitisch Wetboek van Strafrecht, aangenomen in 2012, de “expliciete bekentenis van de beschuldigde” geldig is als degene die bekent wettelijk bekwaam, volwassen en gezond is en niet wordt gedwongen tot de bekentenis. Bovendien heeft volgens artikel 169 van dezelfde wet een bekentenis die onder dwang, vrijheidsbeneming, foltering of mentale of fysieke intimidatie is verkregen geen waarde en geldigheid en is de rechtbank verplicht de zaak opnieuw te onderzoeken.

Dienovereenkomstig, en gezien de talrijke audiobestanden die door de drie broers zijn vrijgegeven, is het duidelijk dat hun “bekentenis” afgedwongen was, gebaseerd op marteling, en geen juridische geldigheid heeft. Daarom heeft het vonnis dat tegen hen is uitgevaardigd met betrekking tot de bepalingen van artikel 169 van het Islamitisch Wetboek van Strafrecht geen rechtsgeldigheid en moet er een nieuw proces gehouden worden. Verder heeft de betreffende rechter ook een tuchtrechtelijke overtreding begaan door het niet in acht nemen van bovengenoemde bepalingen omtrent de plicht om een heronderzoek van de zaak te eisen en de aan verdachte opgelegde foltering te negeren. De rechter in de zaak moet dus ook worden vervolgd en voor de gerechtelijke tuchtrechter worden gebracht.

Bovendien, als de verdachte claimt dat zijn bekentenis is verkregen door middel van bedreiging, intimidatie of marteling, moet de gestelde claim volgens artikel 218 van het Wetboek van Strafrecht worden aanvaard zonder dat er bewijs en een eed voor nodig zijn.

Met het oog op de bovengenoemde juridische punten nodigt de SMV allereerst alle rechtskundigen in Iran uit om de tekortkomingen en grove juridische schendingen in het vonnis van de rechter uit te leggen en deze naar het Bureau van het Hoofd van de Rechterlijke Macht te sturen om zo snel mogelijk met de uitvoering van dit onrechtvaardige vonnis te stoppen.

De SMV vestigt ook de aandacht van alle regeringen, nationale en internationale organisaties op de tekortkomingen van het gerechtelijk proces en de wijdverbreide schending van de mensenrechten in Iran. Met name de onmenselijke praktijk om gezinsleden te dwingen tegen elkaar te getuigen is een gangbare praktijk in de rechtbanken, die de Islamitische Republiek Iran gedurende haar regering systematisch en op grote schaal heeft toegepast.

De SMV herhaalt ook dat de honger van de Iraanse autoriteiten naar de executie van jongeren en adolescenten onverzadigbaar is en dat de wereld niet alleen maar moet blijven toekijken bij dit onaanvaardbare door de overheid georganiseerde bloedvergieten in Iran.

Samenvattend hoopt de SMV, dat het opschorten van het lidmaatschap van de Iraanse Federatie van Worstelaars van de UWW er toe leidt dat er voldoende druk op het Iraanse regime uitgeoefend kan worden om het er van te overtuigen, het leven van een onschuldige nationale held wie een onrechtmatige dood boven het hoofd hangt te sparen.