De naam van de stichting

Stichting voor Mensenrechten Vrienden (SMV).
SMV houdt zich actief bezig met het verbeteren van de situatie waarin het Iraanse volk zich bevindt en zet zich in om de mensenrechten in Iran te verdedigen.

Het RSIN of het fiscaal nummer

KvK: 39084249
ANBI dossiernummer: 22530
Fiscaal-nummer: 813281155
Incassant ID: NL51ZZZ390842490000
ING Bank: NL86INGB0004925296 BIC: INGBNL2A
SNS Bank: NL13SNSB0937569720 BIC: SNSBNL2A

De contactgegevens

Benoordenhoutseweg 23
2596 BA  Den Haag
e-mail: [email protected] Tel: 070 3142435
website: www.smvi.nl Fax: 070 3142436
www.stichtingmensenrechtenvrienden.org


De Bestuurssamenstelling en de namen van de bestuursleden

De bestuurssamenstelling en de namen van de bestuursleden
Het bestuur van de stichting bestaat uit 3 leden:
•    een voorzitter
•    een secretaris
•    een penningmeester

De nieuwe ANBI-regelgeving geeft een uitzondering voor het publiceren van de namen van bestuursleden indien de publicatie van de namen van de bestuursleden een reëel gevaar vormt voor hun veiligheid of die van hun familieleden. SMV heeft van de belastingdienst een ontheffing verkregen voor het publiceren van de namen van de bestuursleden.

Het beleidsplan

De stichting tracht haar doel ondermeer te bereiken door:

  • Het organiseren van seminaries, bijeenkomsten, demonstraties, herdenkings- en gebedsdiensten, tentoonstellingen, lezingen, persconferenties die verband houden met alle facetten van de mensenrechten;
  • Het uitvoeren van traditionele en culturele feesten;
  • Het publiceren en afdrukken van boeken, brochures en documenten inzake de mensenrechten;
  • Het uitbreiden van onze website om de misdaden van met name het regime van Iran in kaart te brengen, vooral met behulp van multimedia;
  • Het produceren van video’s aangaande de mensenrechtenactiviteiten met name binnen en buiten Iran;
  • Het verzamelen van iedere soort ondersteuning, waaronder morele steun, financiële donatie en opbrengsten van activiteiten zoals hierboven vermeld;
  • Petities aangaande mensenrechten realiseren en steun van bekende mensen inroepen.
  • Het organiseren van de jaarlijkse bijeenkomst in Parijs in juni;
  • Het ondersteunen van de Iraanse vluchtelingen in Irak. Het is een vervolg op het project van vorig jaar. Geinspireerd door de steun van Euro-parlementaires en Amerikaanse congresleden voor de veiligheid van het vluchtelingenkamp.

De wijze van de fondsenwerving

SMV gaat zoals vorige jaren door met de fondsenwerving door:

  • het benaderen van de bestaande donateurs (85%)
  • het verspreiden van de nieuwsbrieven, internet en mailingsacties (15%)

De verwachte donatie voor 2014 zal gelijk zijn aan de laatste 3 jaar.

Beheren en besteden van fondsen en vermogen

Het besluit en beheer over de fondsen en vermogen vinden uitsluitend plaats door het bestuur.
In het maandelijkse overleg bepalen de bestuursleden de prioriteit van de projecten en bepalen welk project hoeveel budget mag krijgen.

Het beloningsbeleid

De leden van het bestuur en alle vrijwilligers genieten geen beloning voor hun werkzaamheden. Wel is een onkostenvergoeding mogelijk mits de onkosten zijn onderbouwd met facturen.

De doelstelling

  1. verdedigt en bevordert de fundamentele mensenrechten, met name in Iran, zoals vastgelegd in de internationale verdragen en conventies, waaronder de Universele Verklaring van de Rechten van de Mensen;
  2. is een platform voor alle mensen die mensenrechten een warm hart toedragen en daarvoor een actieve bijdrage willen leveren;
  3. verricht verschillende activiteiten om het bewustzijn van mensen te vergroten, in het bijzonder aangaande de doodstraf, steniging, terugzending naar land van herkomst, massamoord, marteling, onderdrukking en andere soorten schendingen van de mensenrechten, met name in Iran;
  4. maakt bekend en gaat onderdrukking van vrouwen, minderjarigen en religieuze en etnische minderheden tegen.

Activiteitenverslag van 2018

Nooit zal ik de nacht vergeten, de eerste nacht in het kamp
die mijn leven veranderde in één lange nacht
Zevenmaal vervloekt, zevenmaal afgesloten
Nooit zal ik de ogenblikken vergeten waarin mijn God werd vermoord en mijn ziel en die mijn dromen veranderden in stof
Nooit zal ik die dingen vergeten, zelfs als ik ertoe word veroordeeld zolang te leven als God zelf
Nooit
(Elie Wiessel)
We vergeten en vergeven de massamoorden van 1988 nooit

Voorwoord en toelichting van de redactie:

In de oude Iraanse legendes bestaan er drie symbolen, ieder van hen staat voor een grote waarde. Een waarde die voor eeuwen, onbewust, gekoppeld is aan hun naam.

Kaveh Ahangar (de smid van Isfahan) staat bekend om zijn moed en zijn geheven vlag. (Zijn smidsschort gestoken op een speer.)  Toen iedereen gebukt ging onder de dwang van de overheersers riep hij de mensen op tot verzet en opstand en zo schiep hij een nieuwe dag in Iran.

Arash (de boogschutter) legde zijn ziel in zijn boog om het land bijeen te houden, zodat, als hij er niet meer was, Iran voor eeuwig zou voortbestaan.

Siavash (de prins) liep door het vuur en werd het symbool voor reinheid en onschuld in de Iraanse filosofie, cultuur, geloof en geweten.

De bevrijdings- en mensenrechtenbeweging in Iran heeft, na de onterechte in bezitneming door de moellahs van de revolutie van 1978 tegen de monarchie, in voor- en tegenspoed, Kaveh, Arash and Siavash, de drie nationale symbolen van de Iraniërs, laten herleven.

Net als Kaveh, roept ze de gevangen natie op tot opstand; net als Siavash, die door het vuur loopt en als Arash, die zijn ziel in zijn boog legt om de ketenen te verbreken en Iran te bevrijden.

En Siavash, met zijn onschuldig voorkomen, is het symbool van de duizenden onschuldige mensen, die op een gruwelijke manier zijn terechtgesteld door de misleidende, religieuze geestelijke leiders.

De prijs voor “opstaan” tegen de middeleeuwse dictatuur, die over Iran regeert, is de terechtstelling van meer dan 120000 mensen, van Irans meest zuivere kinderen.

En de prijs van “nee” zeggen tegen de religieuze fascisten was de massamoord op 30000 politieke gevangenen in de zomer van 1988. Nu is het verzet van duizenden politieke gevangenen in de gevreesde gevangenissen van het Teheraans regime, tegen de religieuze tirannie en de onderdrukking, geworden tot een symbool van onze nationale en menselijke waardigheid in deze eeuw. Zonder dit verzet heeft het leven en het overleven van een menselijke gemeenschap met een lage levensstandaard en knechtende dictatuur niets menselijks meer.

Deze beweging voor vrijheid en mensenrechten is niet alleen niet tot stilstand gekomen, maar is iedere keer weer herrezen uit zijn as en is ongeduldig en gehaast gegroeid en heeft honderdduizenden uren van ongeëvenaarde inspanning opgebracht om het menselijk geweten aan te sporen zich in te zetten voor recht, vrede, mensenrechten en vrijheid.

We zijn trots op dit succes.

We eren al deze goede mensen over de gehele wereld, waaronder Nederland, zij die in de meest verschrikkelijke periode in de Iraanse geschiedenis, op het dieptepunt van de massamoorden en de momenten van verdriet en rouw, hun hartslag afstemden op ons. Uw gulle handen reikten naar onze behoeftige. U hoorde ons en U steunde ons.

Er zijn er velen bijgekomen; U staat open voor solidariteit en steun, en al uw harten, vergelijkbaar met aangestoken kaarsen, leiden tot een internationaal hoogtepunt van een grote schittering, die dit ogenblik maakt tot een van de meest memorabele momenten van de huidige eeuw.

Het pad is geplaveid door uw opoffering, geduld en geestelijke en materiele steun –  een tolerante en menselijke wereld.

We geloven dat deze beweging zeer zeker succes zal hebben en de overwinning zal bereiken van vrijheid en mensenrechten.

Het bestuur van SMV

Jaarverslag 2018

In 2018 was het precies 70 jaar geleden dat de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens werd uitgegeven, een baanbrekend document waarin de onvervreemdbare rechten van ieder mens vastgelegd zijn. Het Iraanse volk moet het stellen zonder zelfs de meest basale rechten vanwege de afschuwelijke mensenrechtenschendingen waaraan het heersende regime van geestelijken zich schuldig maakt. Deze onderdrukking uit zich met name in openbare bijeenkomsten waarop mensen worden opgehangen of gegeseld of bij wie ledematen worden afgehakt. De gevangenissen zitten overvol en de omstandigheden zijn er ondraaglijk en onmenselijk. Vooral politieke gevangenen worden door de autoriteiten onderworpen aan verschrikkelijke mishandelingen. De Iraanse rechts- en veiligheidsorganen vervolgen stelselmatig mensenrechtenverdedigers, advocaten, vrouwen- en burgerrechtenactivisten, leraren en activistische arbeiders, studenten, journalisten en online-media-activisten zonder zich ook maar iets aan te trekken van de internationale en nationale normen. Honderden activisten zitten vast omdat ze op vreedzame wijze hun rechten hadden uitgeoefend.

Hierbij bieden wij u een overzicht van het optreden van het regime in 2018. Benadrukt dient te worden dat de in dit verslag genoemde cijfers afkomstig zijn uit officiële bronnen en van betrouwbare non-gouvernementele bronnen in Iran die hun leven riskeerden om deze gegevens te verkrijgen. Ze dienen daarom beschouwd te worden als een minimum vanwege censuur en gebrek aan transparantie van de kant van het Iraanse regime en omdat informatie niet vrij toegankelijk is.

Het Iraanse regime heeft sinds december 2017 ten minste 285 terechtstellingen laten uitvoeren, waaronder de terechtstelling van vier vrouwen en zes personen die ter dood werden veroordeeld wegens vergrijpen die ze gepleegd zouden hebben in hun kinderjaren. Naar schatting werden 8000 mensen lukraak opgepakt in de periode van de protesten in januari. Ten minste 58 mensen werden bij protesten in 2018 gedood en 12 gevangenzittende protesteerders lieten het leven door marteling.

Iran dient te begrijpen dat dergelijke wrede misdaden niet ongestraft zullen blijven. Meer harde maatregelen tegen Iran zijn noodzakelijk, waarbij de nadruk gelegd moet worden op de mensenrechtenschendingen van Teheran. De sancties van de Verenigde Staten gericht tegen instellingen die dissidente geluiden de kop hebben ingedrukt en betrokken zijn bij mensenrechtenschendingen zijn welkom. SMV verzoekt de internationale gemeenschap dringend de moellahs verantwoordelijk te houden voor hun misdaden tegen de menselijkheid en het Iraanse volk terzijde te staan in hun strijd voor fundamentele mensenrechten.

Vrijheid van expressie, vereniging en demonstratie

De Iraanse autoriteiten hebben het recht op vrijheid van expressie, vereniging en demonstratie teniet gedaan door vreedzame betogers keihard aan te pakken. De voortvarende en gewelddadige onderdrukking van de protesten en het aantal doden in gevangenschap geven aan dat het slecht gesteld is met de vrijheid van demonstreren en expressie. De reactie van staatswege op de protesten die vanaf eind december 2017 in bijna alle Iraanse provincies losbarstten werd gekenmerkt door wreedheid en geringschatting van de wet. Volgens berichten van binnen in Iran en van binnen het regime was het aantal gedetineerden als gevolg van de protesten aan het eind van de tweede week gestegen tot ten minste 8000. De gedetineerden mochten geen juridische bijstand zoeken, en er werd gedreigd met nog ernstigere aanklachten als ze daartoe pogingen zouden ondernemen.

Hoewel het regime het aantal arrestaties geheim probeerde te houden, gaf het wel toe dat er mensen waren opgepakt. Ondertussen spraken functionarissen openlijk over ‘preventieve arrestaties’ om verdere ongeregeldheden de kop in te drukken. Daarnaast zijn er betrouwbare berichten dat gedetineerden, zonder dat een arts aanwezig was, pillen met een onbekende samenstelling en methadon kregen toegediend, kennelijk om de schijn te wekken dat de gedetineerden verslaafd waren aan drugs. Twaalf gevangenen stierven onder verdachte omstandigheden.

Een van hen was Vahid Heydari, 22, die stierf in detentie in Politiebureau 12 in de plaats Arak ergens tussen de laatste dagen van december 2017 en begin januari 2018. De autoriteiten beweerden dat hij een drugsverslaafde was die zelfmoord had gepleegd, wat door zijn familie fel is bestreden en waarvoor geen geloofwaardige bewijzen zijn.

Een andere gevangene die volgens functionarissen zelfmoord pleegde, Sina Ghanbari, 23, werd op 31 december 2017 opgepakt bij betogingen in Teheran en overgebracht naar de Evin-gevangenis. Een week later hing hij zichzelf op, aldus functionarissen, in de wc van de quarantaineafdeling van de gevangenis. Zijn lichaam werd op 9 januari overgedragen aan zijn familie.

Op sociale media circuleerden talloze filmpjes waarop te zien is dat de autoriteiten in potentie dodelijk geweld gebruikten tegen demonstranten. Minstens 50 demonstranten werden tijdens de straatprotesten direct doodgeschoten door ordetroepen. In augustus werden meer dan 1000 mensen gearresteerd bij demonstraties in Teheran en andere provincies naar aanleiding van de verslechtering van de economische situatie en de corruptie. In Karaj werd een demonstrant om het leven gebracht tijdens de wekenlange protesten. Het vermoeden bestaat dat er nog enkele honderdduizenden van degenen die in 2018 werden opgepakt vastzitten. De Iraanse rechterlijke macht heeft de demonstranten veroordeeld op grond van vaag geformuleerde beschuldigingen ten aanzien van de nationale veiligheid en zware vonnissen uitgesproken.

Meer recent veroordeelde de rechtbank in Arak, ter intimidatie van protesterende en stakende werknemers, 15 werknemers van HEPCO tot 74 zweepslagen, een tot twee jaar gevangenis en vijf jaar voorwaardelijk wegens hun protest in juni afgelopen jaar tegen het uitblijven van betaling van hun salarissen en toeslagen en het niet nakomen van beloften door de overheid. Ze werden beschuldigd van ‘verstoring van de openbare orde’ en ‘verspreiding van propaganda tegen het regime’.

De vrachtwagenchauffeurs die een landelijke staking hielden vanwege hoge prijzen en niet-betaalde lonen kregen van een rechtbankfunctionaris de waarschuwing te horen dat ze konden rekenen op ‘harde straffen’ als ze doorgingen met hun protesten, zo meldden staatsmedia in september. Mohseni Ejei waarschuwde de vrachtwagenchauffeurs die ondanks diverse arrestatiegolven doorgingen met hun protesten. ‘Harde straffen wachten hen die… het vrachtverkeer op de wegen blokkeren,’ zei hij volgens staatspersbureau IRNA. Procureur-generaal Mohammad Jafar Montazeri zei dat protesterende chauffeurs de doodstraf konden krijgen wegens struikroverij, aldus staatsomroep IRIB. Minstens 264 stakende chauffeurs werden volgens Iraanse persbureaus gearresteerd voor het zogenaamd blokkeren van wegen en het onder druk zetten van collega’s om mee te doen aan de stakingen. In weer een ander geval waarschuwde het hoofd van het Revolutionaire Hof dat degenen die bij de protesten in januari 2018 waren gearresteerd mogelijk veroordeeld zouden worden tot de doodstraf.

Marteling en andere wreedheden

Martelingen en andere vormen van mishandeling komen nog steeds overal voor, met name tijdens verhoren. Wat nadere verheldering vergt is het feit dat Iraanse gevangenissen berucht zijn vanwege het alomtegenwoordige gebruik van martelingen en de onmenselijke en ondraaglijke omstandigheden waarin gedetineerden moeten leven. Minstens zeven personen werden doodgemarteld, terwijl vele anderen werden onderworpen aan wanpraktijken zoals langdurige eenzame opsluiting in cellen zonder ramen, ventilatie en toiletten.

Tot de algemeen gemelde martelmethoden in gevangenissen behoren verder het vastbinden van gedetineerden aan een paal in koud of heet weer, schijnexecuties, trappen en slaan, aframmelingen met kabels en zwepen. Ook zijn er berichten dat gevangenen op tal van plaatsen lichamelijk en psychisch onder druk worden gezet, bijvoorbeeld door middel van afzondering om hen te dwingen valse bekentenissen af te leggen. Berichten vanuit Iraanse gevangenissen wijzen op de toepassing van methoden als verbranding, stroomstoten, farmacologische martelingen en slaaponthouding.

Gevangenen leven in afschuwelijke en onmenselijke omstandigheden, onder meer vanwege overvolle cellen, beperkte beschikbaarheid van warm water, onvoldoende eten, schaarse bedden, slechte ventilatie en insectenplagen. Politieke gedetineerden worden opgesloten met gevaarlijke criminelen, moordenaars en ex-leden van gewapende bendes. Zo maakte de rechterlijke macht in Iran gebruik van de Groot-Teheraanse Penitentiaire Inrichting, die oorspronkelijk was gebouwd voor het vastzetten van drugmisdadigers, om dissidenten en antiregeringsbetogers op te sluiten die waren veroordeeld op basis van politieke gemotiveerde beschuldigingen.

Soheil Arabi werd op 29 januari 2018 van de Evin-gevangenis overgebracht naar de penitentiaire inrichting in Teheran. Hij werd aldaar ondergebracht bij gewelddadige criminelen die hem verscheidene keren aanvielen en met de dood bedreigden. Leden van zijn familie vertelden dat de gevangenisbewakers hun ogen sloten voor de stelselmatige mishandelingen en zich niets aantrokken van de klachten van de gevangene.

Ook zijn er gevangenen, aldus berichten uit 2018, die worden verkracht. Taymour Khaledian, een burgeractivist, maakte op 19 mei 2018 bekend dat hij ‘hard geslagen en seksueel gemarteld’ was op een basis van de staatsveiligheidsdienst tijdens zijn detentie afgelopen winter nadat hij opgepakt was bij protestbijeenkomsten. Hij vertelde dat hij was geslagen met wapenstokken en bewerkt met stroomstoten. Hij werd dusdanig mishandeld dat hij een tijdlang niet kon zitten.

Politieke gevangenen wordt medische zorg onthouden, worden in een isoleercel geplaatst en krijgen voor straf te maken met nieuwe aanklachten. De rechterlijke macht, en met name het bureau van de openbaar aanklager, en gevangenisleidingen bleven politieke gevangenen toegang tot adequate medische zorg ontzeggen, in veel gevallen om ‘bekentenissen’ af te dwingen. Iraanse autoriteiten maakten een eind aan de behandeling tegen kanker bij Arash Sadeghi. In augustus werd bij hem botkanker vastgesteld. Desondanks kreeg hij van de leiding in de Raja’i Shahr-gevangenis geen toestemming om mogelijk levensreddende medische zorg in te roepen. De behandeling van Arash Sadeghi door Iraanse autoriteiten is niet alleen uiterst wreed, het is bovendien in juridische zin een vorm van marteling, aldus Amnesty International in een verklaring in september. Arash Sadeghi werd in 2016 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 19 jaar voor zijn vreedzame mensenrechtenwerk.

Wrede, onmenselijke en vernederende straffen

In 2018 werden allerlei wrede straffen uitgedeeld, waaronder de amputatie van een hand en geseling.

Cijfers:

Ten minste 110 mensen kregen te horen dat ze zouden worden gestraft met zweepslagen
Bij ten minste 1 persoon werd een hand afgehakt
Ten minste 11 mensen werden gegeseld met een zweep

In juli lieten de Iraanse autoriteiten in het openbaar een man geselen wegens het drinken van alcohol. Van hem zijn slechts zijn initialen bekend, M.R., en hij was 14 of 15 toen hij alcohol tot zich nam op een bruiloftsfeest. Hij kreeg 80 zweepslagen op zijn rug op het Niazmand-plein in de stad Kashmar in het noordwesten van Iran. In een gevangenis in het noordoosten van het land amputeerden de autoriteiten de hand van een veroordeelde dief, aldus staatspersbureau ISNA in een nieuwsbericht in januari. De 34-jarige man werd slechts aangeduid met de naam Ali, en bij hem werd in een gevangenis in Mashhad met behulp van een ‘guillotine’ een van zijn handen afgehakt. Volgens het bericht was Ali in 2011 in de gevangenis beland voor het stelen van schapen, sieraden en motorfietsen.

Onrechtmatige processen

Iraanse gerechtshoven, en met name de revolutionaire hoven, hielden geen eerlijke processen. Naar verluidt gebruikten ze door marteling verkregen bekentenissen als bewijs, onder meer in zaken die eindigden met het uitspreken van de doodstraf. De Iraanse wet stelt beperkingen aan het recht van een aangeklaagde persoon om zich te laten bijstaan door een advocaat, met name tijdens de onderzoeksperiode.

De Iraanse rechterlijke macht gaf in juni zijn goedkeuring aan een lijst van 20 advocaten die in rechtbanken in Teheran tijdens de onderzoeksperiode bijstand mogen verlenen aan personen die terecht moeten staan wegens misdaden ten aanzien van de nationale veiligheid, d.w.z. mensenrechtenactivisten. Hoewel er in Teheran bij de balie meer dan 20.000 advocaten geregistreerd staan, publiceerde het Iraanse persbureau Tasnim de namen van 20 advocaten die een vergunning hadden gekregen om mensen te verdedigen die waren beschuldigd van politieke, veiligheids- en mediavergrijpen. Mensenrechtenorganisaties hadden echter voorafgaand aan de goedgekeurde lijst al een patroon bespeurd waarbij gedetineerden juridische hulp werd ontzegd.

Dit is het zoveelste voorbeeld van het met voeten treden van een normale procesgang door justitie in Iran. De Iraanse rechtbanken worden beheerst door hardliners die verantwoording verschuldigd zijn aan Ali Khamenei, de Hoogste Leider van het regime. Ze treden vaak snel en hard op tegen dissidenten en burgeractivisten aan de hand van vage aanklachten en achter gesloten deuren. Er blijven ernstige zorgen bestaan dat rechters, met name degenen die een revolutionair hof voorzitten, juridisch niet of slecht onderlegd zijn en slechts worden aangesteld op basis van hun politieke gezindte en banden met inlichtingendiensten.

Doodstraf

Iran staat bovenaan als het gaat om het aantal executies per hoofd van de bevolking, waaronder dikwijls dood door ophanging in het openbaar. In de periode tussen december 2017 en december 2018 zijn minstens 285 mensen terechtgesteld. De werkelijke aantallen liggen waarschijnlijk een stuk hoger, omdat de toepassing van de doodstraf in Iran vaak in het geheim plaatsvindt.

Cijfers:

Ten minste 285 mensen werden terechtgesteld
Ten minste 11 personen werden in het openbaar terechtgesteld
Ten minste 10 politieke gevangenen werden terechtgesteld
Ten minste 4 vrouwen werden terechtgesteld
Ten minste 6 personen werden terechtgesteld wegens vergrijpen die ze naar verluidt hadden gepleegd in hun jeugd

Diverse geplande executies werden op het laatste moment uitgesteld om ter dood veroordeelde gedetineerden geestelijk en lichamelijk extra te laten lijden. In de gevangenissen zitten duizenden mensen die de doodstraf hebben gekregen.

Een van de beruchte gevallen in 2018 betrof de executie van drie Koerdische politieke gevangenen op 8 september door middel van de strop. De neven Zaniar Moradi en Loghman Moradi werden, alvorens terechtgesteld te worden, negen maanden lang vastgehouden in de Raja’i Shahr-gevangenis in Karaj, en al die tijd hadden ze geen toegang tot hun advocaten en families. Ze hadden, zeiden ze, onder marteling bekend dat ze iemand hadden vermoord. Ze werden geslagen, geschopt en vastgebonden aan een bed en gegeseld. Daarnaast waren ze ook nog bedreigd met verkrachting. Hun verzoek om herziening van hun rechtszaak werd herhaaldelijk genegeerd.

De derde Koerdische activist, Ramin Hossein Panahi, werd in juni 2017 beschuldigd van ‘het opnemen van de wapenen tegen de staat’. De terechtstellingen gingen door ondanks een oproep om de terechtstellingen af te gelasten door twee Speciale Rapporteurs inzake mensenrechten van de VN, Javaid Rehman en Agnes Callamard, die in een verklaring duidelijk maakten dat de mannen geen eerlijk proces hadden gekregen.

Een ander voorbeeld was de executie van een 51-jarige man van de grootste soefi-orde in Iran, de derwisjen van Gonabad, die werden uitgevoerd ondanks ernstige verdenkingen dat ze niet eerlijk waren berecht.

Mohamad Salas werd op 18 juni 2018 bij het aanbreken van de dag terechtgesteld door de Iraanse autoriteiten. Amnesty International veroordeelde de executie in de krachtigste bewoordingen: ‘Het proces van Mohamad Salas was uitgesproken oneerlijk. Hij zei dat hij via marteling was gedwongen een “bekentenis” tegen zichzelf af te leggen. Deze “bekentenis”, die hij deed in zijn ziekenhuisbed, werd een aantal weken voor zijn proces uitgezonden op de staatstelevisie en gebruikt als enige bewijsstuk om hem te veroordelen. Hij mocht geen contact hebben met de door hem gekozen advocaat voor en tijdens het proces, en de herhaalde verzoeken van zijn onafhankelijke advocaat aan de autoriteiten om bewijzen toe te laten waaruit zijn onschuld was op te maken werden rechtstreeks verworpen.’

Het Iraanse regime gebruikt de doodstraf bovendien om de boze bevolking kalm te houden en het zwijgen op te leggen, waarvan de meerderheid onder de armoedegrens leeft, werkloos is en geen vrijheid van expressie heeft.

Vrijheid van godsdienst en geloof

Het Iraanse regime behoort tot de grootste schenders van de rechten van religieuze minderheden. Ook in het voorbije jaar werden religieuze minderheden overal in het land stelselmatig belaagd. Onder meer baha’i’s en tot het christendom bekeerde moslims werden ernstig gediscrimineerd. Ze hadden te maken met stelselmatige discriminatie, waaronder in het onderwijs en op arbeidsgebied, en werden vervolgd voor het praktiseren van hun geloof.

Baha’i’s

Aanhangers van het baha’i-geloof worden onder het klerikale regime van Iran systematisch geïntimideerd en vervolgd. Ze hebben geen toegang tot werk, onderwijs en politieke functies en het is voor hen verboden om hun economische, sociale en culturele rechten uit te oefenen.

Verder hadden leden van de baha’i-gemeenschap te lijden onder willekeurige arrestaties, langdurige gevangenzetting, marteling en andere vormen van mishandeling, gedwongen sluiting van winkels en bedrijven en confiscatie van goederen. In 2018 werden minstens 72 baha’i’s opgepakt en werden er 69 geweerd uit het onderwijs. 18 bedrijven van baha’i’s moesten hun deuren sluiten.

Christenen

Het Iraanse regime gaat onverminderd door met het intimideren, ondervragen en arresteren van christenen. Tegen velen van hen zijn valse aanklachten ingebracht, zoals ‘handelen tegen de nationale veiligheid’, en soms worden er op grond daarvan gevangenisstraffen van 10 jaar of langer uitgesproken.

Recent werden Saheb Fadaei en Fatimeh Bakherti, beiden voormalige moslims die christen waren geworden, tot ruim 1 jaar cel veroordeeld wegens ‘verspreiding van propaganda tegen het regime’, net als ‘handelen tegen de nationale veiligheid’ een vaak tegen christenen gebruikte aanklacht. In een andere zaak werden twee christelijke bekeerlingen op 16 november gevangengezet in wat een aantal mensenrechtenactivisten een lokale golf van arrestaties noemde.

Behnam Ersali en Davoud Rasouli, beiden christen na eerst moslim te zijn geweest en woonachtig in Karaj, hadden volgens rechtsbijstandorganisatie Middle East Concern (MEC) afgesproken elkaar te ontmoeten in Mashhad, maar het vermoeden is dat hun telefoongesprekken werden onderschept door de Iraanse inlichtingendienst. Rob Duncan, regionaal manager van MEC, zei: ‘Het laat zien hoe nauwlettend de Iraanse autoriteiten de christenen in de gaten houden.’

Soefi’s

Volgelingen van Ahl-e Haq of Yaresan werden eveneens in groten getale grof bejegend en gevangengezet. De Iraanse autoriteiten arresteerden 600 derwisjen bij straatprotesten van Iraanse derwisjen in Teheran. Volgens Amnesty International kregen sommige families geen informatie over hun verblijfplaats en mochten de gedetineerden zich niet laten bijstaan door een advocaat zolang de verhoren gaande waren.

Tientallen gearresteerde derwisjen hebben zware straffen opgelegd gekregen. Derwisjen die betrokken waren bij de protesten in februari hadden de vrijlating van de opgepakte leden van hun gemeenschap en de verwijdering van controleposten rond het huis van hun 90-jarige leider geëist.

Gevangenissen

Duizenden mensen worden gevangenhouden in de slechtst mogelijke omstandigheden. Ze hebben te kampen met talloze problemen. Wanneer gevangenen klagen, worden ze door gevangenisbewaarders geslagen en in elkaar geramd. Hieronder volgt een kort overzicht van de situatie in een paar van deze gevangenissen:

Evin-gevangenis

De Evin-gevangenis vormt een enorm complex met tal van gebouwen, meestal drie verdiepingen hoog en met twee afdelingen op elke verdieping. In diverse berichten staat beschreven dat er in deze gevangenis sprake is van onhygiënische en onmenselijke omstandigheden. Chronische overbevolking, heel weinig warm water, slechte ventilatie en kakkerlakken- en muizenplagen, met name in en om keukens, behoren tot de meest voorkomende klachten. Gevangenen worden in de koude wintermaanden gedwongen op de grond te slapen omdat er niet genoeg bedden zijn. Volgens berichten vanbinnen in de gevangenis zijn de maaltijden karig en ‘amper eetbaar’. Hongerige gedetineerden moeten het stellen met voedselresten op andere borden of op de grond.

Raja’i Shahr-gevangenis

Door de aanwezigheid van gevaarlijke criminelen komt het in deze gevangenis geregeld tot bloedige botsingen tussen gevangenen. Criminelen zitten vast in cellen naast die van politieke gevangenen.

Doorgaans is er geen water en mogen gevangenen slechts een beperkt aantal uren naar de wc. Warm water is er slechts 1 uur per dag, en de rest van de dag moeten gevangenen zich  douchen met koud water. Gevangenen worden geslagen en krijgen geen medische zorg. Gedetineerden en hun families krijgen bij een bezoek te maken met een vernederende behandeling doordat ze vergaand en ruw worden gefouilleerd. In afdeling 4, ruimte 12, waar politieke gevangenen worden vastgehouden, is de luchtventilatie slecht omdat de ramen zijn afgedekt met metalen platen.

De Groot-Teheraanse Penitentiaire Inrichting

Dit detentiecentrum is gelegen in Fashafouyeh, een district in de provincie Teheran 30 kilometer ten zuidoosten van Teheran, en werd in 2015 gebouwd met als voornaamste doel er mensen te huisvesten die waren veroordeeld voor drugsgerelateerde misdrijven. Daarnaast heeft de Iraanse rechterlijke macht de strafinrichting ook gebruikt om er dissidenten en staatsvijandige demonstranten onder te brengen.

Tal van voormalige gevangenen hebben verteld over de onmenselijke omstandigheden waarin mensen in dit grootste detentiecentrum van het land moeten leven. Een journalist beschreef ze onlangs als ‘voorbij de grenzen van wat een mens kan verdragen’. Er is slechts 1 uur per dag stromend water. Voor elke 170 gevangenen is er slechts 1 toilet. Met de hygiëne is het zo erbarmelijk gesteld dat tal van gevangenen ernstige infecties hebben opgelopen.

In de overbevolkte cellen wemelt het van de teken en luizen. Gevangenen krijgen slechts 1 kan met water om zich te douchen. Er zijn gevangenen met hiv en hepatitis die niet worden behandeld en gescheiden van de andere gevangenen. De autoriteiten hebben niets gedaan om dit probleem te verhelpen.

Diezelabad-gevangenis in Kermanshah

In cellen die zijn gemaakt voor 3 personen zitten 7 personen. De cellen worden om de andere dag geïnspecteerd, de spullen van de gedetineerden worden in beslag genomen en hun boeken kapotgescheurd. Gevangenen krijgen slechts een halfuur per dag frisse lucht. In de cellen ontbreekt elke vorm van ventilatie, verwarming of verkoeling. In de gevangeniswinkel zijn alleen wafels, thee en kunstmatig fruitsap te koop, en de gevangenen hebben de beschikking over niets anders. Om bekentenissen af te dwingen bedreigen ondervragers mensen vaak met verkrachting.

Centrale Gevangenis van Karaj

Deze gevangenis werd gebouwd voor 2000 gedetineerden. Op dit moment zitten er in deze instelling 8300 mensen vast in uiterst erbarmelijke omstandigheden. In een cel van 20 vierkante meter worden 45 gevangenen gestopt die gebruikmaken van driedelige stapelbedden. Medische zorg is er niet, en de voedselkwaliteit is slecht. In reactie op klachten zegt het afdelingshoofd dat hij voor elke gevangene 37.000 rial (ongeveer 25 cent) krijgt, en dat hij zodoende niet genoeg geld heeft om voor goed eten te zorgen.

Vervolging van etnische minderheden

Etnische minderheden zoals de Koerden, Baluchi’s, Azeri’s, Lors en Arabieren worden al jarenlang onderdrukt door de Iraanse autoriteiten.

Arabieren

Honderden mensen werden vorig jaar in Ahvaz gearresteerd tijdens protesten tegen de discriminerende maatregelen van het regime, water- en elektriciteitstekorten en armoede. De 15-jarige Ma’edeh Shabaninejad was een van degenen die in maart werden opgepakt in het huis van haar tante in Ahvaz, waar ze zich schuilhield nadat ordetroepen haar huis waren binnengevallen en haar gedichten in beslag hadden genomen. In een grootschalige actie tegen de Ahwazi-Arabische minderheid arresteerden de autoriteiten in de afgelopen maanden ten minste 700 mensen in de provincie Khuzestan. De golf van arrestaties volgde op een dodelijke aanslag op een militaire parade in de stad Ahvaz in september.

Amnesty International denkt dat ‘de autoriteiten de aanslag in Ahvaz als excuus gebruiken om hard op te treden tegen leden van de Ahwazi-Arabische etnische minderheid, onder wie maatschappelijke en politieke activisten, om de onrust in de provincie Khuzestan de kop in te drukken.’ De Iraanse autoriteiten hebben geweigerd informatie te verstrekken over het lot en de verblijfplaats van honderden gedetineerden die zonder toegang tot hun familie of een advocaat worden vastgehouden. Verder vertelden Ahwazi-Arabische activisten buiten Iran aan Amnesty International dat er in het geheim 22 mensen waren vermoord, onder wie de maatschappelijke activist Mohammad Momeni Timas.

Turken

Ook activisten van de Azerbeidjaans-Turkische minderheid staan bloot aan vervolging. De Iraanse autoriteiten namen willekeurig 120 mensen in hechtenis in verband met twee Azerbeidjaans-Turkische culturele bijeenkomsten die plaatsvonden in juli en augustus 2018. Ze werden louter opgepakt voor het vreedzaam uitoefenen van hun recht op vrijheid van expressie, vereniging en demonstratie, onder meer door op te komen voor de rechten van de Azerbeidjaans-Turkische minderheid in Iran. Er circuleerden verontrustende berichten over martelingen en andere vormen van mishandeling van de kant van ordetroepen tijdens en na de arrestaties, met name die plaatsvonden in juli.

Baluchi’s

De Baluchische minderheid in Iran telt ergens tussen de 1 en 4 miljoen mensen, die voornamelijk wonen in de zuidoostelijk gelegen gebieden Sistan en Baluchestan. Discriminatie en armoede in de regio Baluchestan hebben geleid tot tal van implicaties. Zelfs de onderzoeksinstituten van de staat zijn tot het oordeel gekomen dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen de discriminatie en de armoede van de Baluchi’s. Onlangs publiceerde het aan de Islamitische Revolutionaire Garde Korpsen gelieerde persbureau Tasnim de resultaten van een onderzoek waaruit was op te maken dat de armoede in de provincie heeft geleid tot een significante toename van het aantal schoolverlaters, met als conclusie dat deze toename diverse sociale, economische, culturele en veiligheidsimplicaties heeft.

Ondertussen zijn een flink aantal Baluchi’s gedood bij het smokkelen van benzine om in dit door werkloosheid geteisterde gebied aan leefgeld te komen. De ordetroepen die de moorden plegen gaan vrijuit. Baluchische mensenrechtenactivisten denken dat er elk jaar meer dan 100 mensen, onder wie onschuldige toeschouwers, worden omgebracht bij antismokkeloperaties in deze hoek van het land.

Koerden

Militairen van het regime, voornamelijk leden van de Islamitische Revolutionaire Garde Korpsen, zijn doorgegaan met het wederrechtelijk aanvallen van en schieten op tientallen ongewapende Koerdische mannen, zogeheten kulbars, die enorme balen met goederen op hun rug dragen en te voet de grens oversteken om hun volk te voorzien van zaken die in Iran niet of nauwelijks verkrijgbaar zijn, zoals alcohol, buitenlandse kleding en andere consumptiegoederen. In 2018 werden ten minste 81 Koerdische dragers door Iraanse veiligheidstroepen doodgeschoten in het bergachtige grensgebied. In december 2017 begonnen deze veiligheidstroepen de voetpaden te blokkeren die de kulbars gebruiken om hun spullen van Iraaks Koerdistan naar Iran te brengen. Een groot deel van de lokale economie in dit overwegend Koerdische gebied in Iran is afhankelijk van deze handel. Door de grensblokkade is het voor de bewoners niet meer mogelijk om geïmporteerde producten te verkopen in lokale winkels, waar vanwege de wijdverspreide armoede in het gebied amper nog klanten komen.

Er was in de provincie Koerdistan een grote politiemacht op de been om de protesten in de overwegend door Koerden bevolkte gebieden de kop in te drukken, waarbij handelaren in staking gingen om de aandacht te vestigen op de financiële verliezen die ze sinds de sluiting van de grens door Iran hebben geleden. De ordetroepen van de staat arresteerden minstens 30 Koerden tijdens de protesten. Verder arresteerden ordetroepen van de staat in maart 20 Koerdische activisten voorafgaand aan de viering van Nowruz, het begin van het Perzische nieuwjaar. De arrestaties vonden plaats in het dorp Nay in het district Marivan in de provincie Koerdistan. Rond dezelfde tijd werden 11 Koerdische mensenrechtenactivisten, onder wie de onvervaard opererende journalist Adnan Hassanpour, opgepakt in Marivan. De gedetineerden werden naar verluidt allen beschuldigd van deelname aan een bijeenkomst ter ondersteuning van de bewoners van de stad Afrin in Syrië die op dat moment werd omsingeld door Turkse militaire eenheden.

Discriminatie van vrouwen en meisjes

Vrouwen worden zowel in de wetgeving als in de praktijk gediscrimineerd. Zo mag een vrouw niet het initiatief nemen om te scheiden, geen werk zoeken, geen politieke functie bekleden en krijgt ze niet een gelijk aandeel in een erfenis.

In het rapport aangaande de Global Gender Gap (de mate van gelijkheid tussen man en vrouw) uit 2017 staat Iran op plaats 140 in de lijst van 144 landen. In gemeenteraden is slechts 1,7 procent vrouw, en ‘vrouwen zijn vrijwel afwezig in hoge managementfuncties’. Vrouwen waren het eerste slachtoffer van de failliete economie van Iran vanwege de grove, in de wet vastgelegde discriminatie van vrouwen en de talloze beperkingen die voor hen gelden op het gebied van werk en onderwijs. Hassan Ta’ii, een arbeidsmarktadviseur van de minister van Arbeid, zei in september 2017 dat werkende vrouwen 77 procent krijgen van het loon van mannen voor hetzelfde werk, en zodoende 10 jaar achterliggen op hun mannelijke collega’s.

Veel universitair geschoolde vrouwen moeten noodgedwongen genoegen nemen met een baan waarvoor ze een derde van het minimumloon betaald krijgen. Leila Falahati van het presidentiële directoraat inzake Vrouwen- en Gezinszaken stelde de economische participatie van vrouwen in Iran op een optimistisch cijfer van 17 procent. Hiermee ligt Iran ver achter bij andere economische machten in de Midden-Oosten (staatpersbureau ISNA, 13 januari 2018). Het officiële cijfer is volgens de laatste schattingen echter 11,8 procent.

Jonge vrouwen zijn twee keer zo vaak werkloos als mannen. Slechts 16,2 procent van de 21 miljoen arbeidskrachten is vrouw. Verder worden vrouwen op de werkvloer apart gehouden van mannen. Als dat niet mogelijk is, mogen bedrijven en ateliers geen vrouwen in dienst nemen. Tal van openbare plaatsen zoals collegelokalen, toegangen van universiteiten, parken, stadsbussen, treinen enzovoort zijn al gesegregeerd. De autoriteiten trekken zich niets aan van de publieke roep om voetbalstadions open te stellen voor vrouwelijke toeschouwers

Geweld tegen vrouwen en meisjes, waaronder huiselijk geweld, en gedwongen huwelijken op jonge leeftijd komen alom voor. Het verschijnsel van kinderbruiden in Iran is uitgegroeid tot rampzalige proporties. Elk jaar worden in Iran minstens 180.000 huwelijken geregistreerd van een man met een jong meisje. Van de uitgehuwelijkte meisjes zijn er op zijn minst 37.000 tussen de 10 en 15 jaar oud. Een van de voornaamste redenen is dat meisjes volgens de wet al op 13-jarige leeftijd mogen trouwen, en dat vaders ze zelfs nog eerder mogen uithuwelijken. Tegelijkertijd heeft het moellahparlement tot nu toe nagelaten een wet aan te nemen waarin de minimumleeftijd voor meisjes om te trouwen wordt verhoogd. Shahrbanou Imami, lid van de gemeenteraad van Teheran en voormalig lid van het moellahparlement, vertelde op een IWD-bijeenkomst op de Melli Universiteit in Teheran dat er in Iran 15.000 meisjes onder de 15 weduwe zijn (staatspersbureau ILNA, 8 maart 2018).

Mensenhandel

Het Iraanse regime neemt niet alleen geen daadkrachtige en effectieve maatregelen om de handel in personen tegen te gaan, maar verleent zelfs medewerking aan de operaties van mensenhandelbendes omdat er aan seksslavernij in eigen land en daarbuiten goed geld te verdienen is. In de Global Slavery Index van 2018 behoort Iran tot ‘de 10 landen met de hoogste verspreiding van moderne slavernij’. Volgens diezelfde index is Iran daarnaast ‘onderwerp van diverse resoluties van de VN-Veiligheidsraad waarin wordt gewezen op de ernst en extremiteit van de situatie aldaar’.

Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft het Iraanse regime sinds 2006 gerangschikt in de derde groep van landen die betrokken zijn bij de handel in personen. Landen in groep 3 voldoen niet aan de minimale maatstaven en doen geen daadkrachtige pogingen om dat wel te doen, dit in tegenstelling tot landen in groep 2 die wel daadkrachtige pogingen doen om tot de geldende maatstaven te komen. Volgens het jaarverslag van 2018 inzake de handel in personen van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken ‘werden slachtoffers van mensenhandel [in Iran] naar verluidt nog altijd zwaar gestraft, waaronder met de dood, wegens onwettige handelingen die het rechtstreekse gevolg waren van hun situatie als handelswaar’.

Volgens bronnen werkten overheidsfunctionarissen mee aan de gedwongen ronseling van in Iran wonende Afghaanse mannen en soms nog maar 13 jaar oude jongens die moesten gaan vechten voor door Iran gesteunde milities in Syrië. Doelend op hoe het Iraanse regime kindsoldaten inzet om te vechten in gevaarlijke oorlogssituaties, zei Nikki Haley, de Amerikaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties: ‘Sinds op zijn minst al in 2015 heeft het Iraanse regime gebruikgemaakt van de Basij om Iraanse kinderen te rekruteren en ze te trainen om in Syrië te gaan vechten voor het wrede regime van Assad. De Basij probeert daarnaast Afghaanse immigranten in Iran te ronselen, sommige nog maar 14 jaar oud, om te vechten in Syrië.’

Onmenselijk behandeling van gevangenen

Gevangenen werden ook 2018 slecht behandeld. De gedetineerden in de Centrale Gevangenis van Karaj, gelegen ten westen van Teheran, zitten bijvoorbeeld vast in de slechtst mogelijke omstandigheden. In de wetten van het Iraanse regime wordt nergens expliciet gesproken over dwangarbeid in combinatie met detentie, maar dit is in deze strafinrichting wel gebruik. Sommige gevangenen worden gedwongen documenten te verschaffen op grond waarvan de autoriteiten hen mogen inzetten voor lichamelijke arbeid buiten de gevangenis. Ze werken van ’s morgens tot ’s middags. Het geld dat met hun werk wordt verdiend beland op een rekening van de gevangenis. Als gedetineerden op verlof willen, moeten ze bereid zijn lichamelijke arbeid te verrichten. Ze krijgen per maand slechts twee dagen of drie nachten verlof.

300 tot 350 van deze gedetineerden werken momenteel aan de snelweg ten noorden van Teheran, waarvoor ze geen van allen geld krijgen. Dit is slechts één voorbeeld van de dwangarbeid waartoe de autoriteiten gevangenen verplichten. Ook politieke gevangenen hebben het hard te verduren. De vrouwelijke politieke gevangenen Golrokh Ebrahimi Iraee en Atena Daemi werden op 24 januari onrechtmatig van de Evin-gevangenis overgeplaatst naar de Shahr-e Rey-gevangenis. Aldaar werden ze volgens hun eigen zeggen fysiek en verbaal belaagd door mannelijke gevangenisbewaarders, onder meer door middel van seksuele opmerkingen, schoppen en slaan, nadat ze hadden aangekaart dat hun overplaatsing inging tegen de Iraanse regels aangaande de scheiding tussen verschillende categorieën gevangenen. In 2018 werd gevangenen medische zorg onthouden. Als gevangenen een levensbedreigende ziekte onder de leden hadden, weigerden de autoriteiten hen over te brengen naar een ziekenhuis. Verder zaten ze voor onbepaalde tijd in een isoleercel, kregen ze slecht eten en mochten ze geen familiebezoek ontvangen.

Onthouding van medische behandeling

Politieke gevangenen, onder wie mensen op leeftijd, worden wreed behandeld, wat vaak betekent dat het hun niet is toegestaan om zich medisch te laten behandelen. De dreiging met ontzegging van medische zorg is daarnaast ook vaak gebruikt als intimidatiemiddel tegen gevangenen die zich tegen de autoriteiten hebben gekeerd of klachten hebben ingediend. Niettemin is er geen enkele Iraanse functionaris verantwoordelijk gesteld voor de vele gedocumenteerde gevallen van overlijden of onherstelbare schade waardoor politieke gevangenen worden getroffen vanwege gebrek aan goede medische zorg en de weigering van autoriteiten om ze voldoende tijd voor herstel te geven of ze buiten de gevangenis een medische behandeling te laten ondergaan.

Verlof voor een of meerdere dagen, dat gevangenen in Iran doorgaans toegewezen krijgen om allerlei redenen, bijvoorbeeld voor een verblijf bij hun familie, voor feestdagen en voor medische zorg, wordt politieke gevangenen steevast ontzegd als vorm van extra straf. De Iraanse autoriteiten martelden de gevangenzittende mensenrechtenverdediger Arash Sadeghi, die kanker heeft, door hem doelbewust de specialistische medische zorg te onthouden die hij nodig heeft. Zeinab Jalalian, een Koerdische gevangene die een levenslange gevangenisstraf uitzit in de gevangenis van Khoy in de provincie West-Azerbeidjan, heeft naar verluidt een oogkwaal die dringend medische behandeling behoeft.

De gedetineerde Iraanse leraar Mohammad Habibi, lid van de bestuursraad van de Iraanse Lerarenvakbond in Teheran, kreeg niet de gespecialiseerde medische zorg die hij nodig had. In augustus 2018 werd deze mensenrechtenverdediger voor korte tijd overgebracht naar een ziekenhuis in Teheran, waar hij werd bekeken door een arts die zei dat hij hoognodig zijn nieren moest laten onderzoeken door een specialist. Desondanks werd hij teruggebracht naar de gevangenis zonder de benodigde specialistische medische zorg te hebben gekregen.

Verder gingen er in 2018 verscheidene politieke gevangenen in hongerstaking om te protesteren tegen hun leefsituatie in de gevangenis en om erkenning te krijgen voor hun rechten.

Onthouding van gerechtelijk proces

In veel gevallen wordt gevangenen een rechtmatig gerechtelijk proces onthouden. De 48-jarige arts Farhad Meysami had beperkte toegang tot zijn advocaat na zijn arrestatie in opdracht van het ministerie van Inlichtingen op 31 juli 2018 en mocht hij vervolgens slechts één advocaat langer dan een maand houden. Hij kreeg te horen dat hij een advocaat diende te kiezen uit een lijst van personen die waren aangewezen door het hoofd van de Iraanse rechterlijke macht. Meysami ging in hongerstaking om te eisen dat hij naar behoren berecht zou worden, dat de ‘valse’ aanklachten tegen hem geschrapt zouden worden en dat zijn familie niet langer lastiggevallen zou worden door mensen van de veiligheidsdienst.

De vooraanstaande lerarenrechtenactivist Hashem Khastar, die op 23 oktober op mysterieuze wijze verdween in de stad Mashhad in het noordoosten van Iran, werd door het ministerie van Inlichtingen vastgehouden in een psychiatrisch ziekenhuis. Zijn vrouw, Sediqeh Maleki, verklaarde met klem dat haar man niet leed aan een geestelijke of lichamelijke kwaal, en dat hij om onbekende redenen zonder duidelijke beschuldiging was opgepakt.

Weigering van familiebezoek

SMV heeft tal van gevallen opgetekend waarin politieke gevangenen, onder wie moeders met kleine kinderen, geen toestemming kregen om hun familie te zien of met hen te telefoneren. De politieke gevangenen Atena Daemi, Golrokh Iraee en Maryam Akbari Monfared mochten in september niet op bezoek bij hun familie na een mondelinge mededeling van het hoofd van de vrouwenafdeling. Gevangenisfunctionarissen gaven als reden voor deze onwettelijke maatregel op dat de gevangenen ophef hadden veroorzaakt door leuzen te schreeuwen in de ontmoetingszaal.

De dochter van de gedetineerde advocaat Nasrin Sotoudeh kreeg te horen dat ze geen toestemming zou krijgen om haar moeder te bezoeken als ze weigerde een hoofddoek te dragen. Dit dreigement werd geuit op 16 september 2018, toen Mehraveh Khandan en haar broer naar de Evin-gevangenis waren gegaan om hun moeder te bezoeken. Tegelijkertijd stuurde de aanklager Sotoudeh een brief waarin hij haar waarschuwde dat ze geen bezoek mocht ontvangen als ze geen hijab [hoofddoek] omdeed. Sotoudeh zag daarop af van haar recht op familiebezoek door in protest te gaan tegen de eis van de aanklager dat ze haar bezoek volledig gehuld in een hijab zou ontvangen.

Eenzame opsluiting voor onbepaalde tijd

Iran bediende zich van eenzame opsluiting voor onbepaalde tijd, zintuiglijke deprivatie en isolering om gevangenen onder druk te zetten. De Iraanse leraar en politieke gevangene Arzhang Davoodi, die ondergebracht is in de quarantaineafdeling van de gevangenis in Zahedan, heeft momenteel te kampen met een verslechterende lichamelijke conditie. Sinds maart is er niets vernomen over Davoodi. In zijn vorige bericht had hij gezegd dat hij was overgeplaatst naar een kleine afdeling voor eenzame opsluiting, en dat het hem niet was toegestaan om familie te ontvangen, te telefoneren en op enigerlei wijze te communiceren met andere gevangenen. Verder kreeg hij geen luchttijd, mocht hij niet lezen of tv kijken en had hij geen toegang tot medicatie en voedsel om verbetering te brengen in zijn gezondheidssituatie. Volgens het laatste nieuws uit maart vorig jaar was Davoodi sinds februari in hongerstaking in de quarantaineafdeling van de gevangenis van Zahedan. Davoodi verwoordde de reden voor zijn hongerstaking als volgt: ‘Ik ben in hongerstaking omdat ik sinds augustus ben verstoken van vrije lucht en zonlicht.’

Advocaten, mensenrechtenverdedigers

De politieke repressie gericht tegen mensenrechtenverdedigers, advocaten, vrouwen- en burgerrechtenactivisten, leraren en arbeidsactivisten, studenten, journalisten en onlinemedia-activisten nam toe, zo constateerde SMV. Deze repressie is onderdeel van de almaar zwaardere maatregelen om de Iraanse burgermaatschappij monddood te maken. De Iraanse leiders hebben onafhankelijke burgermaatschappijgroepen en activisten er vaak van beschuldigd dat ze handelen in opdracht van de westerse vijanden van Teheran.

In 2018 werden ten minste 7 mensenrechtenadvocaten, 150 studentenactivisten, 55 milieuactivisten en andere personen van maatschappelijke organisaties door de Iraanse autoriteiten gearresteerd en beschuldigd van vaag geformuleerde vergrijpen met betrekking tot de nationale veiligheid. Vijf milieuactivisten werden in Iran beticht van misdaden tegen de nationale veiligheid waarop de doodstraf staat.

De arrestaties vonden plaats binnen de context van talloze protestacties die sinds het begin van dit jaar te zien zijn geweest. De advocaten krijgen soms zware vonnissen opgelegd omdat ze het opnemen voor hun cliënten, en hebben te maken absurde onwettige beslissingen. In januari werd Mohammad Najafi, een advocaat uit de in het midden van Iran gelegen stad Arak, gearresteerd. Hij verdwijnt waarschijnlijk voor jaren achter de tralies wegens het verschaffen van informatie in het openbaar over het lot van een in detentie gedode demonstrant. Daarna werd in september ook Arash Keykhoshravi, de advocaat van Najafi, gearresteerd. Twee weken later werden nog twee andere advocaten opgepakt toen ze thuis bij de familie van Keykhoshravi waren voor overleg.

Tot de andere advocaten die het moesten ontgelden behoorde Abdolfattah Soltani, die een straf van 13 jaar uitzat vanwege de aanklacht dat hij de nationale veiligheid in gevaar had gebracht. Abdolfattah Soltani, een van de beroemdste mensenrechtenadvocaten van Iran, mocht in augustus voor korte tijd de gevangenis verlaten om de begrafenis van zijn 30-jarige dochter Homa bij te wonen. Deze bijeenkomst rond haar begrafenis liep uit op een politiek protest. Hij is voorwaardelijk vrijgelaten.

Verder werden in Iran vrouwenrechtenactivisten vastgezet, onder wie advocaat Hoda Amid, Najmeh Vahedi en Rezvaneh Mohammadi. En daarnaast werd opgetreden tegen tientallen leraren en arbeidsactivisten voor het louter uitoefenen van hun mensenrechten.

Verslag over twaalf maanden acties
van 1 januari tot 31 december 2018

De internationale inspanning om gerechtigheid te verschaffen m.b.t. de massamoorden van 1988 begint, bij de dertigste verjaardag van deze moordpartij, zijn vruchten af te werpen en komt ten goede aan de voortgang van onze activiteiten.

Beleggen van vergaderingen, conferenties en bijeenkomsten over mensenrechten en de wereldgemeenschap op te roepen om de mensenrechtenschendingen in Iran te veroordelen.

Maatschappelijke activiteiten in Europa en de Verenigde Staten tegen willekeurige terechtstellingen en het houden van een wereldwijde campagne om 8000 mensen vrij te krijgen, die tijdens vreedzame bijeenkomsten, sedert december 2017, werden gearresteerd.

Toenemende internationale druk om politieke gevangenen, dissidenten en mensenrechtenverdedigers vrij te laten. – Internationale onthullingen hebben tot de terugtocht van het religieuze fascisme geleid en tot een succesvolle bevrijding van een aantal politieke gevangenen in Iran.

Aandachtspunten van onze projecten in 2018:

A. De campagne voor de gerechtigheidsbeweging 1988

Een van de projecten met de hoogste prioriteit in 2018 was gericht op  de juridische campagne om recht te doen aan de slachtoffers van de massamoord in de zomer van 1988, een misdaad tegen de menselijkheid.

Onze organisatie startte het project in 2011 en in 2017 werd het onze belangrijkste activiteit.

De eerste nacht in het kamp, 

die heeft mijn leven veranderd in één lange nacht.

Zeven maal vervloekt en zeven maal bezegeld ….

Nooit zal ik die momenten vergeten waarop mijn God en mijn ziel werden vermoord en mijn dromen tot stof vergingen. 

Nooit zal ik die dingen vergeten, zelfs als ik veroordeeld zou worden om net zo lang te leven als God zelf.  Nooit. 

( Elie Wiessel  )

We vergeten noch vergeven de massamoord van 1988

Het project herinnert aan de nationale massamoord op 30000 mensenrechtenverdedigers en politieke gevangenen in Iran. Het wordt beschreven als de op één na grootste massamoord op politieke gevangen van na de Tweede Wereldoorlog.

Het ging allemaal zo snel.

Het getto.

De deportatie.

De verzegelde veewagen. 

Het vurige altaar waarop de geschiedenis van Ons Volk en de toekomst van de mensheid moest worden geofferd. 

( Elie Wiessel  )

  • Gewelddadige verwijdering en executie van duizenden dissidenten en politieke gevangenen, die hun straf ontvingen via onrechtmatige processen in de gevangenis in de zomer van 1988.
  • Voortdurende ontkenning en verdraaiing van de waarheid door het religieuze fascisme in Iran met daarbij de voortdurende mishandeling en het misbruik van familieleden van de slachtoffers.
  • De noodzaak van onafhankelijke onderzoek door de commissie van de VN, die is aangesteld om misdaden tegen de menselijkheid door de religieuze fascisten, die Iran regeren, te monitoren.  Het bekend maken van de namen van enkele verantwoordelijke overheidsdienaren , die worden beschuldigd van deelname aan de massamoorden van 1988.

Onze juridische campagne richt zich op de verwijzing van deze zaken naar internationale lichamen en naar de Verenigde Naties, om herhaling te voorkomen. Maar ook om de misdadigers te vervolgen, die in de huidige tijd nog steeds staan voor onderdrukking, doodstraf, marteling en massamoord en die nooit verantwoordelijk werden gesteld voor hun daden en misdaden.

De campagne dringt erop aan een special tribunaal door de Veiligheidsraad van de VN in het leven te roepen om de misdaden van het religieuze, fascistische regime in Iran te onderzoeken, in het bijzonder de moord op 30000 martelaren in 1988 en dringt aan op verwijzing van deze zaak naar het Internationaal Strafhof.

De toedekkende en heimelijke maatregelen van het regime om de kerkhoven, waar de slachtoffers door heel Iran in massagraven werden begraven, te vernietigen, werden een belangrijk onderdeel van het rapport van wijlen de vroegere rapporteur van de VN over de mensenrechten,  Asma Jahangir, in 2017. Dertig jaar na deze misdaad tegen de menselijkheid worden familieleden van de politieke gevangenen en martelaren van de massamoord onderworpen aan een intense druk om deze misdaad verborgen te houden.

De families van de martelaren werd het recht onthouden om rouwplechtigheden te houden om hen te herdenken en een groep die dapper naar waarheid en gerechtigheid op zoek was, onderging eindeloos veel intimidatie, willekeurige aanhouding, gevangenschap, maar ook marteling en mishandeling. De vernieling van de massagraven van de slachtoffers heeft ook veel pijn gedaan aan de families en de overlevenden, terwijl de daders, die verantwoordelijk waren voor deze misdaad tegen de menselijkheid hun straf ontgingen en soms nog steeds sleutelposities bekleden in het land.

Veel van de slachtoffers zaten een straf uit, die jaren geleden was opgelegd en een aantal van hen had dat moeten ondergaan zonder dat er ooit een proces tegen hen was gevoerd, terwijl anderen hun straf erop hadden zitten en spoedig zouden worden vrijgelaten. De grote meerderheid van de slachtoffers was opgesloten voor vreedzame en democratische activiteiten, zoals het uitdelen van pamfletten of het bijwonen van vreedzame bijeenkomsten.

Deze  gehate executies werden uitgevoerd op grond van Khomeini’s fatwa.

Door heel Iran haalden overheidsdienaren de gedetineerden uit hun cellen en brachten hen, geblinddoekt, voor een commissie, die bestond uit Sharia-rechters, aanklagers, leden van veiligheidsorganisaties en gevangenis officials, de Doodscommissies waren zonder genade en weerzinwekkend, de gevangenen hadden geen beroepsmogelijkheid, in welk stadium dan ook.

De gevangenen werd gevraagd of zij afstand wilden nemen van hun politieke overtuiging en hun trouw aan het religieuze fascisme in Iran wilden betuigen.  De Doodscommissies stelden een aantal vragen aan de gevangenen, zoals of zij de militairen in Teheran wilden helpen met het opruimen van mijnenvelden, of dat zij wilden plaats nemen in een vuurpeloton.

Veel gevangenen begrepen pas dat zij terechtgesteld zouden worden toen zij voor het vuurpeloton stonden of voor de galg.

Ik besloot mijn leven te wijden aan het vertellen van dit verhaal omdat ik voelde dat ik als overlevende de verplichting had om iets te doen voor de doden, en een ieder die de herinnering niet levend houdt, verraadt hen weer.

( Elie Wiessel )

In verband met het bovenstaande verzamelde en completeerde onze organisatie  gegevens over deze massaexecuties door al onze faciliteiten aan te spreken en in samenwerking met 35 verenigingen en organisaties van Iraniërs in ballingschap over de gehele wereld. (Dit project loopt nog steeds).

Ook, mede door het gebruik van Internet binnen Iran, en door contacten met de families van de slachtoffers, zijn we bezig met het completeren van de informatie en met het daaruit samenstellen van een samenhangend document, dat kan worden gebruikt door internationale organisaties op het gebied van de mensenrechten.

Onze organisatie moedigt het uitzenden van onafhankelijke mensenrechtenrapporteurs aan om meer feiten over de massamoord te verzamelen en beschouwt dat als een stap vooruit om herhaling van zo’n ramp te voorkomen, waarbij het tevens zal leiden tot een wereldwijde onthulling van het drama.

Hoorzitting voor getuigen en familie van  de martelaren van de massamoord in 1988, in de Pers Club, Geneve, 1 Februari 2018

Deze bijeenkomst werd gehouden samen met het Genootschap voor het verkrijgen van gerechtigheid voor de slachtoffers van de massamoord van 1988 in Iran, ook was er deelname van niet-overheid gebonden organisaties, die advies uitbrengen aan de VN, hierbij behoren prominente juristen, die gespecialiseerd zijn in mensenrechtenproblemen.

De hoorzitting, die acht uur duurde, werd bijgewoond door vertegenwoordigers van landendelegaties naar de VN, , Ngo’s en mensenrechtenorganisaties, die hun vestiging in Geneve hebben. Vertegenwoordigers van de VN namen ook deel en maakten aantekeningen.

Bij het begin van de bijeenkomst introduceerde Dr. Tahir Boumedra (vroegere hoofd van het mensenrechten bureau van de VN), in zijn openingstoespraak, vooraanstaande juristen, gespecialiseerd in de mensenrechten en hij zei dat de massamoord van 1988 eigenlijk nog steeds doorging en dat het bewijs daarvoor lag in de misdaden die het regime begaat bij het bestrijden van de protestopstanden thans.  Dr. Boumedra presenteerde een 360 pagina’s tellend rapport, getiteld “Onderzoek naar de massaexecuties in Iran in 1988”, dat is opgesteld op verzoek van het Genootschap voor het verkrijgen van gerechtigheid voor de slachtoffers van de massamoord van 1988 in Iran.

Mevr. Christie Breimlu, vooraanstaand jurist in het VK, Queen’s Councel, voorzitter van de mensenrechten commissie van het VK en van de orde van advocaten van Wales, diende, uit naam van alle slachtoffers van de massamoord in 88 en van hun families, een aanklacht in tegen de daders van deze misdaad. Ze refereerde aan de vele, wijdverspreide arrestaties van Iraanse mensen gedurende de huidige massale demonstraties en aan de dood van een aantal van deze demonstranten in de gevangenis door toedoen van de Islamitische Revolutionaire Garde. Ze riep op tot internationaal onderzoek en het voor het Internationaal Strafhof brengen van allen die verantwoordelijk zijn voor deze misdaden

Ze nodigde zes politieke gevangenen en familieleden van de martelaren uit om te getuigen over hun waarnemingen tijdens de massamoord in Iran.

Getuige de heer. Mostafa Naderi: … In Evin, waren er ongeveer 12000 gevangenen, maar 250 overleefden de massamoord van 88.

Getuige de heer. Yahya Shojaei: …. Mijn dochter, Nasrin, mijn nicht en mijn neef werden terechtgesteld, niettegenstaande zij hun straf hadden uitgezeten. Ze hadden deelgenomen aan vreedzame demonstraties.

Getuige de heer. Ramazan Mousavi: … Augustus 88, negenentwintig gevangenen werden meegenomen naar een bos nabij de stad Sari, in het Somos woud, zij schoten hen dood.. ….

Getuige mevr.. S. Mirzaie: …. Dit is een foto van mijn geliefde familie van 14 personen, van wie er zeven werden geëxecuteerd tijdens de massamoord. Mijn oude moeder, die jarenlang naar de rest van haar kinderen zocht, in allerlei gevangenissen, keek ook uit naar andere vermiste personen. Het regime in Iran executeerde leden van mijn familie en liet onze bejaarde ouders  langzaam en vol van pijn doodgaan.

Getuige de heer. A. Habibnejad: … Veel van onze ouders kregen een hartaanval en overleden toen zij hoorden van de terechtstelling van hun teenagers tijdens de massamoord.

Getuige de heer. R. Shemirani: Van alle gevangenen in Evin, Gohardasht, en Ghezel Hesar, er waren daar duizenden gedetineerden, overleefden slecht 135 de massamoord.

Jean Siegler, vicevoorzitter van de adviescommissie van de VN Mensenrechten Raad:

… Vandaag de dag hebben we te maken met een nieuwe generatie, jonge mensen die demonstreren en hun leven wagen. Hun protest is gericht, natuurlijk, tegen de economische malaise en de corruptie van de moellahs, maar ligt ook dieper, ze worden gemotiveerd door de martelaren van 1988. Deze strijd is ook voor onze vrijheid, omdat de omvang ervan universeel is, niet alleen de martelaren van 1988, maar ook zij die nu gemarteld worden, zodat er nu een relatie bestaat tussen hun opoffering toen en nu en onze vrijheid.

De VN moet een special tribunaal instellen voor de berechting van het Iraanse regime, zodat er een einde komt aan de schaamteloze straffeloosheid van de verantwoordelijke regeringsautoriteiten.

Jeffrey Robertson, vroegere voorzitter van  Speciale Hof voor Sierra Leone van de VN, benadrukte in zijn opmerkingen: … Er bestaat geen rechtsgrond voor de massamoord en,  gebaseerd op feiten, probeert het regime te ontsnappen aan verantwoording en straf. Hij riep de Speciale Rapporteur over de mensenrechtensituatie in Iran op, om te eisen dat er een speciale, onafhankelijke onderzoekscommissie wordt ingesteld.

Professor Eric David: Wetgever en vooraanstaand mensenrechten jurist:

Met verwijzing naar Artikel 7 van het Statuut van Rome, betoogde hij dat wat er in 1988 in Iran is gebeurd een duidelijk voorbeeld is van een misdaad tegen de menselijkheid en dat de organisatie een onafhankelijk forum moet inrichten.

Juan Garce, Politiek adviseur van Salvador Allende, overleden president van Chili:

Dames en heren ik ben erg onder de indruk van de getuigenverklaringen. die we hebben gehoord. Dit herinnerde mij eraan ( omdat we hier spreken over de Verenigde Naties) het nodig is dat we ons de grote misdaden uit het verleden in de herinnering terugroepen. Ik denk hierbij aan een vergadering uit 1935 van de leider van Duitsland (Hitler) met zijn generaals, waar hij sprak over de bezetting van Polen en een slachting onder de Slavische bevolking, zodat de Duitsers het land konden bezetten. Toen zei een van zijn generaals. “Mijnheer, Deze slachting en de misdaden die ermee gepaard gaan zullen voor veel problemen zorgen. De internationale gemeenschap, als die er kennis van krijgt, zal zich verzetten.”  Hitler antwoorde: ” Wie herinnert zich vandaag nog de massamoord op de Armeniërs? ” Het was 23, 24 jaar geleden dat in Armenie de eerste grote massamoord in de twintigste eeuw plaats vond, maar dat was langzamerhand een beetje uit het geheugen verdwenen. Dat verdwijnen uit het geheugen was voor Hitler een van de redenen om te zeggen, maak je geen zorgen, dat zal voor ons probleem ook het geval zijn. Interessant genoeg stelden de Verenigde Naties, na 1945, dat dit soort misdaden zich niet mochten herhalen. 

Vanaf die tijd tot nu toe hebben we de Neurenberg wetten, de den Haag wetten en de Geneefse Conventie, die in het leven zijn geroepen om misdaden te voorkomen en als ze toch voorkwamen,  te bestraffen. Vandaar, zelfs als het geheugen en de herinnering van de slachtoffers niet helemaal feitelijk is, is het wel, en niet alleen in positieve zin, een herinnering aan misdaden die hebben plaats gevonden en de straf die is uitgebleven en dat er recht moet worden gedaan. … De Spaanse gerechtshoven waren de eersten in de wereld die begonnen met het onderzoek naar misdaden in de zin van het internationale recht, de slachtoffers waren hier de Iraniërs, die woonden in het kamp Ashraf. Sinds 2009, toe ik een aanklacht indiende bij het Spaanse hof voor de schending van de Conventie van Geneve, waaronder de bewoners van Ashraf leden sinds 2004, deed het Spaanse hof onderzoek op grond van internationale rechtsregels. Getuigen werden gehoord en een onderzoekscommissie werd naar de Irakese overheid gestuurd, die daarop reageerde met de mededeling dat er al een onderzoeksproject in Bagdad was en dat men zich zorgen hoefde te maken en dat recht zou worden gedaan. In feite was er geen sprake van een onderzoek in Bagdad en de onderzoekscommissie ging door met haar werk. Het resultaat hiervan is dat als er autoriteiten in Spanje arriveren, die verantwoordelijk zijn voor de aanval op kamp Ashraf, dan kan de Spaanse justitie hen dagvaarden, een onderzoek starten, hen van een advocaat voorzien en hen veroordelen voor overtreding van de vierde Geneefse Conventie. 

Ik stel voor aan de vijf organisaties, hier vertegenwoordigd, het volgende te doen. Dat is, onderzoek de misdaden, die hier vandaag naar voren zijn gebracht, breng deze misdaden dan, in een gezamenlijke inspanning, voor een nationaal gerechtshof. Het vervolgen van deze misdaden vereist samenwerking van internationale organisaties en een ontvankelijk nationaal gerechtshof. Alleen als zo’n samenwerking tot stand komt kan een dergelijke misdaad worden vervolgd. 

Het gaat hier niet alleen om een juridisch kader. Het strafrecht gaat altijd over het verleden en de dingen die gebeurden in het verleden. Maar het is ook nodig voor de toekomst. Mijn standpunt is dat bij een bijeenkomst als deze, waar we deze morgen over gebeurtenissen  hebben gehoord, die in het verleden hebben plaats gevonden, maar waar we tegelijkertijd kunnen spreken over een prestatie voor de huidige generatie en voor de toekomst. Dank U.

Eric Sutas (Vooraanstaand verdediger van de mensenrechten – Vroeger president van de Wereld Organisatie tegen Marteling)

Vele jaren was ik secretaris-generaal van de Wereld Organisatie tegen Marteling, ik was een van de oprichters van deze organisatie. Een van de eerste zaken, die bij ons ter tafel kwam aan het eind van de zeventiger jaren, was Iran,

In dit geval zijn de moorden van 1988 een misdaad tegen de menselijkheid en die misdaden verjaren niet. Dit is de ruggengraat van onze rechtsspraak en daarom hoeven we ook niet te vrezen voor een weigering van een gerechtshof van behandeling met het argument dat het te lang geleden gebeurd is. Bij dit type misdaden is er geen sprake van het verlopen van de tijd, ze blijven open voor onze acties.

Desondanks, ik geloof dat we ook alle (andere) misdaden moeten onderzoeken, die door dit regime zijn begaan, zodat we kunnen analyseren hoe het mogelijk is dat deze regering aan bestraffing is ontsnapt.. ….

Het eerste beginsel is de definitie van deze jaren door “Louis Joanneh”, dat te vinden is binnen het kader van beginselen, die bekend staan als “De beginselen van Joanneh.” Deze beginselen werden opgesteld tegen de straffeloosheid. Omdat het gevecht tegen straffeloosheid onze enige verzekering is tegen de herhaling van de misdaad. Ik geloof dat zolang misdaden niet voor de rechter worden gebracht en de daders niet bekend gemaakt worden, er het gevaar van herhaling bestaat.

Maar er is een tweede beginsel, dat de uitkomst is van de inspanningen van Theo Van Boven over dezelfde tijd, dat is “totale genoegdoening”. Volledige genoegdoening is het recht van het slachtoffer. Dit recht houdt in: een volledig onderzoek naar de gebeurtenissen, het bekend maken van de daders, hun berechting in onafhankelijke gerechtshoven, en het uitspreken van een eerlijk vonnis, zodat zij de straf krijgen, die samenhangt met de ernst van hun zaak. Deze beginselen worden systematisch en met opzet niet gevolgd, vanaf het ontstaan van dit regime in Iran.

Het is gruwelijk om te luisteren naar alle getuigenissen, die de laatste jaren tot ons zijn gekomen.

Ik had ook de gelegenheid om nota te nemen van de politiek van de Iraanse overheid om van het begin af aan, welke tegenstander dan ook, te elimineren. Het gaat over moorden in het land zelf, maar ook daarbuiten.

Wat in het buitenland duidelijk is, maar ook in het land zelf, de oppositie geeft niet op. De pijnlijke maatregelen werden door het regime ingezet om de mensen te verlammen. Maar daar zijn zij in hun eigen land niet in geslaagd, noch konden zij internationale activiteiten m.b.t. deze zaken stoppen. Hoewel de maatregelen van de VN beter kunnen, is het toch mogelijk geweest om onbetwistbare documentatie te verzamelen, dankzij de inspanning van rapporteurs en anderen…

Ik denk dat de campagne van het verzet, van de oppositie, de organisaties en de burger maatschappij niet onderschat moet worden en de inspanning van vandaag moet erop gericht zijn door te gaan met de volgende stap en verder te bouwen op wat al tot stand is gebracht.

…. Uit de verklaringen die de getuigen gaven, komt een opzienbarend punt naar voren: hoewel de moorden haastig werden uitgevoerd, waren ze op zo’n manier voorbereid dat de reactie van de mensen, die werden geterroriseerd, in de hand kon worden gehouden. De 30,000 mensen die gedood werden, representeerden de geest van het verzet. Hen doden met zulk geweld had automatisch niet alleen effect op hun familieleden, maar ook op de groepen, waaruit zij voort kwamen en die hen steunden en eigenlijk op de gehele burgermaatschappij die hun hoop op hen had gevestigd. Het is duidelijk dat de methoden, die gebruikt werden bij de terechtstellingen, daarop gericht waren. Maar tegelijkertijd waren zij bezig om nieuwslekken erover te blokkeren, daarom werd de familie pas later op de hoogte gesteld.

Als we onderzoeken wanneer de executies begonnen, dan zien we dat het in april begon, maar we zien het hoogste aantal in augustus. Echter, vanaf juli werd familieleden geweigerd de gevangen te bezoeken, in plaats daarvan werd hen verteld dat ze waren verplaatst. We zien dat er op verschillende manieren twijfel werd gezaaid, zodat de families niet wisten wat er precies gebeurde.

Dan in de maanden oktober en november, na 40 dagen, informeerden zij de familieleden, niet in een groep, maar één voor één werden zij opgeroepen en werden zij, zoals we hoorden, met een onpersoonlijke wreedheid in kennis gesteld van de dood van hun geliefden. Deze doden zijn onrechtvaardig, want tussen de ter dood gebrachten zien we mensen, die in vrijheid waren gesteld, mensen die opnieuw werden opgepakt en gedurende dit proces werden geëxecuteerd.  Families werden geïnformeerd over de dood van hun kinderen, maar hun lichamen werden niet teruggegeven. Hen werd een formulier overhandigd, waarin stond dat zij geen herdenkingsdienst mochten houden of rouwbeklag mochten ontvangen en dat zij moesten zwijgen en als ze dat niet deden, andere leden van de familie hetzelfde lot zouden ondergaan.  Hen werd een vals adres gegeven als zij de begraafplaats wilden bezoeken. Er zijn voorbeelden van personen die als zij de begraafplaats bezochten er een oude steen aantroffen, die niets met hun naaste te maken had.

Zij deden er alles aan om het de familie van de slachtoffers onmogelijk te maken inzicht te verkrijgen in wat er was gebeurd. Op deze manier kon de omvang van de misdaad verborgen blijven.

Het houden van een Gerechtigheidscampagne bij de VN Mensenrechten Raad
Zwitserland, Geneve, 13 September 2018
Gerechtigheid voor de vermoorde gevangenen in 1988

Eerste spreker van de afvaardiging van de Mensenrechten beweging

Mijnheer de voorzitter, Speciale Rapporteur, we verwelkomen de heer Fabian Salvioli , met zijn belangrijke opdracht.

Vandaag houden we de dertigste gedenkdag van de massamoord op politieke gevangenen in 1988, de vroegere Speciale Rapporteur vroeg om onafhankelijk onderzoek van de massamoord op leden van de “Het recht op waarheid” beweging en de mensenrechtenbeweging in Iran.

Dertig jaar lang bleef deze misdaad tegen de menselijkheid onbestraft. Even erg is het dat de daders van deze massamoord tegenwoordig hoge posten bekleden in de regering en de rechterlijke macht in Teheran. Daarbij behoort de huidige minister van justitie, die lid was van een Doodscommissie, dat de gevangenen de dood in zond. Zelf was ik een politieke gevangene. Ik was een journalist, die in 1982 werd gearresteerd en gemarteld voor mijn overtuiging. Veel van mijn medegevangenen bevonden zich onder de 30000 politieke gevangenen, die op grond van Khomeini’s fatwa werden geëxecuteerd. Dertig jaar later vragen we de nieuwe Speciale Rapporteur over de Mensenrechtentoestand om een volledig onderzoek te doen om de waarheid over deze misdaden boven tafel te verkrijgen. We vragen de Hoge Commissaris Bachelet om een einde te maken aan de straffeloosheid van regeringsfunctionarissen en hen voor de rechter te brengen.

Tweede spreker – Toespraak door de afgevaardigde van de Internationale Mensenrechten Beweging

Onafhankelijk onderzoek en breng de leiders van het regime voor de rechter voor misdaden begaan tegen de menselijkheid.

Mijnheer de voorzitter, dertig jaar na de massamoord op politieke gevangenen in 1988 wordt het voor de wereld tijd om de wonden te helen van gekwelde mensen en de daders van deze misdaad tegen de menselijkheid voor de rechter te brengen. …

De daders van deze misdaden bezetten nu hoge posities in de ministeries van justitie van het regime, waaronder de huidige minister van justitie. Tot op de dag van vandaag is geen enkele ambtenaar van het regime ooit vervolgd voor de massamoord. Erger nog de ambtenaren zijn bezig geweest om alle sporen van de misdaad uit te wissen door het vernielen van de massagraven, waarin de slachtoffers werden begraven. Over de laatste dertig jaar zijn ambtenaren van het regime bezig geweest om de waarheid over deze misdaden te verhullen. Familieleden van de slachtoffers, die publiekelijk om recht vroegen, werden bedreigd met vervolging, gevangenschap en marteling. Daarom dringen wij er bij de Mensenrechten Raad van de VN op aan om einde te maken aan de straffeloosheid van de vertegenwoordigers van het Iraanse regime. We vragen daarom de Speciale rapporteur, Fabian Salvioli ,een commissie in het leven te roepen om de massamoord van 1988 te onderzoeken. Dank U, mijnheer de voorzitter.

Raad voor de Mensenrechten Verenigde Naties – September 2018

Voorbereiding van een gezamenlijke en vastgelegde verklaring van negen mensenrechtenorganisaties over de massamoord in 1988

Tijdens de vergadering van de Mensenrechten Raad van de Verenigde Naties, die in Geneve gedurende drie weken werd gehouden van 10 September tot 28 September, boekte onze campagne een groot succes toen zes Ngo’s, die een overlegstatus met de VN bezitten, een gezamenlijke verklaring naar buiten brachten met de titel: “Na dertig jaar wordt het tijd voor de Verenigde Naties om een onderzoek te starten naar de massamoord van 1988 in Iran “; de verklaring werd uitgegeven door het Secretariaat van de Mensenrechten Raad als een officieel document van het topoverleg.

The Ngo’s met de overlegstatus, die de verklaring uitbrachten zijn:

  • France Libertés
  • Nonviolent Radical Transnational Party (Italie)
  • MRAP, Beweging tegen racisme en vriendschap tussen volkeren (Frankrijk)
  • De Internationale Vereniging van het Edmonds Rice Centrum (Australie)
  • Internationale Vrouwenrechten Vereniging
  • Internationale Vereniging voor Ontwikkeling en Onderwijs

Deze verklaring werd mede ondertekend door de Vereniging “Don’t Touch Cain”, het Comité voor de verdediging van de mensenrechten in Iran en door de Iraanse Vrouwenbeweging.

Standpunten van de VN over de massamoord in 1988

In hun verklaring vermelden de mensenrechtenorganisaties de volgende rapporten over het standpunt van de VN over de massamoord in 1988:

  • Rapport van wijlen Asma Jahangir, Speciale Rapporteur Over de mensenrechtentoestand in Iran, waarin haar oproep om de massamoord van 88 te onderzoeken
  • Rapport van de secretaris-generaal aan de Mensenrechten Raad – Jaarrapport 2018, paragraaf 44.
  • De brief van de speciale rapporteurs van de VN aan het religieuze regime en de weigering van het regime om op hun verzoeken en vragen over de massamoord antwoord te geven.
  • van Zeid Raad Al-Hussein, de toenmalige Hoge Commissaris voor Mensenrechten, in maart 2018.

Geneve – Raad voor de Mensenrechten Verenigde Naties – 39-ste top
Oproep om het Iraanse regime ter verantwoording te roepen– September 2018

De negenendertigste top van de Raad voor de Mensenrechten van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties werd bijeengeroepen in het hoofdkwartier van de VN in Geneve In haar toespraak memoreerde Mevr. Michelle Bachelet, de nieuwe Hoge Commissaris voor de Mensenrechten en vroegere president van Chili, de mensenrechtenschendingen in Iran onder het klerikale bewind. Ze veroordeelde de executie van drie Koerdische politieke gevangenen, ze refereerde ook aan de arrestaties en mishandeling van politieke gevangenen in de gevangenissen van het regime in Teheran, ze riep op om te stoppen met de terechtstelling van jeugdigen in Iran.

Toespraak tijdens het topoverleg van de Mensenrechten Raad – 11 september 2018
De noodzaak voor gerechtigheid

Mijnheer de president, in Iran veroorzaken arrestaties en publieke terechtstellingen veel pijn en leed voor vrouwen, omdat zij lijden onder het geweld en het stilzwijgen van de autoriteiten, de onrechtvaardigheid in de gevangenissen en de niet toelaatbare druk van de veiligheidsdiensten.

Families van slachtoffers van de massamoord op politieke gevangenen van 1988 moeten ook beschouwd worden als slachtoffers van niet toelaatbare psychologische marteling gedurende dertig jaar. Bij iedere jaarlijkse herdenking worden zij gekweld door de verdwijning van hun geliefden, zonder dat zij weten waar zij bloemen moeten leggen en nooit te weten komen waar zij begraven zijn. Een aantal mensen zijn in de gevangenis beland omdat zij erop stonden te weten wat er was gebeurd en omdat zij jarenlang naar gerechtigheid zochten. Het wordt tijd voor de Verenigde Naties om uit te zien naar internationale maatregelen om hun veiligheid te garanderen en om uiteindelijk gerechtigheid te verschaffen voor deze families. Dank U.

Publicatie van Dr. Taher Boumedra’s artikel in Newsweek, VK, 30 Januari 2018
1988 massamoord en arrestanten tijdens de opstand

In Newsweek verscheen een artikel van het vroegere hoofd van het Mensenrechtenbureau van de VN,  Taher Boumedra, die de noodzaak bepleitte voor het instellen van een onderzoekscommissie door de VN, om verdere massamoorden in Iran te voorkomen.

Moeders en families van Khavaran
Meer dan een kwarteeuw is voorbij
Sedert we de zoektocht naar de waarheid begonnen
Naar het lot van onze geliefden

Op 3 December 2018 publiceerde Amnesty International een rapport over de massamoorden in 1988 en zette daarin uiteen dat het Iraanse regime doorging met hun misdaden tegen de menselijkheid door het verbergen van het lot en de begraafplaats van de duizenden politieke gevangenen, die gewelddadig verdwenen en werden geëxecuteerd in de gevangenissen, dertig jaar geleden. De organisatie legde in hun rapport met de titel “Van bloed doordrenkte geheimen” uit ,waarom de massamoord van 1988 een voortzetting is van misdaden tegen de menselijkheid.  Het rapport, dat 200 pagina’s omvat, is gebaseerd op documenten over de massamoord van 1988, verkregen via getuigenissen van meer dan 200 families en slachtoffers, van mensen die in die jaren gevangen zaten, maar ook eigen bewezen documenten, overlijdensaktes en rapporten van mensenrechtenorganisaties. Amnesty International vroeg de Verenigde Naties om een onafhankelijk onderzoek naar de wederrechtelijke terechtstellingen, misdaden die onbestraft bleven gedurende dertig jaar.

(Wederrechtelijk doden slaat op het opzettelijk ter dood brengen van personen, op bevel van autoriteiten, zonder een juridisch proces.)

Directeur Onderzoek en Advocatuur m.b.t. het Midden-Oosten en Noord-Afrika, Philip Luther, zei: “Dit rapport benadrukt de ontkennende en verwarring zaaiende politiek van ambtenaren van de Iraanse overheid, gedurende dertig jaar, in relatie tot de massamoorden van 1988, zowel nationaal als internationaal. Het laat zien hoe zij voor het publiek verborgen wilden houden dat zij in 1988 duizenden tegenstanders en politieke dissidenten gewelddadig verwijderden en systematisch ter dood brachten.”

Hij vervolgt: “Het feit dat autoriteiten en ambtenaren van de overheid van Iran tot nu toe hebben geweigerd deze massamoord te erkennen en hebben nagelaten om de nabestaanden te informeren over wijze en tijd van de dood van hun geliefden en nooit hun lichamen hebben vrijgegeven, betekent dat deze misdaad van “gewelddadige verdwijning” nog steeds doorgaat.”

Het leed en de pijn, die de autoriteiten de familieleden van de doden toebrengen, is een vorm van marteling of wreedheid, een inhumane en vernederende behandeling. .. tot de Iraanse overheid enige openheid geeft en in het openbaar uitlegt waar de slachtoffers zijn begraven, blijft zij doorgaan met het plegen van misdaden tegen de menselijkheid.

Philip Luther, vervolgt: “Deze ongelukkige onachtzaamheid van de Verenigde Naties en de internationale gemeenschap in hun sterven naar gerechtigheid en het toepassen van het recht m.b.t. de misdaden van de Iraanse overheid heeft niet alleen catastrofale consequenties voor de overlevenden en de families van de slachtoffers, maar ook voor het respect voor de wet en de mensenrechten in het gehele land.

Het moet aan de daders van deze misdaden tegen de menselijkheid niet worden toegestaan hun straf te ontlopen ….Actie van de VN om een onafhankelijke, onpartijdige, internationale en effectieve constructie in het leven te roepen, om de verantwoordelijken voor deze misdaden te straffen, wordt steeds urgenter.”

We danken Amnesty International hartelijk voor dit rapport, hoewel we denken dat het niet volledig is.

B. Ter gelegenheid van de Wereld Dag tegen de doodsstraf  – 10 oktober 2018

Conferentie en tentoonstelling in Parijs V, Stadhuis

Ter gelegenheid van de Wereld Dag tegen de doodsstraf,  organiseerde onze organisatie, in samenwerking met twee mensenrechtenorganisaties een conferentie en  tentoonstelling met de titel: “Iran, de Iraanse opstand en een golf van executies in het land ”, in het stadhuis van het 5-de district van Parijs.

Het programma, dat werd bijgewoond door Franse burgemeesters en internationale persoonlijkheden, riep op tot het verantwoordelijk houden van de moellahs voor de golf van executies en wrede mensenrechtenschendingen en het exporteren van terrorisme in de wereld. Het riep op tot vervolging van de daders van de misdaden tegen de menselijkheid gedurende de massaslachting van 30000 politieke gevangenen in 1988.

Dit waren een aantal van de sprekers:

  • Ingrid Betancourt
  • Dr. Alejo Vidal-Quadras, Voorzitter van het Internationale Comité van het Zoeken naar Gerechtigheid (ISJ)
  • Jean Pierre Muller burgemeester van Magny en Vexin
  • Burgemeester Bruno Masse
  • Jean-Pierre Brard, vroeger lid van het parlement van Frankrijk
  • Francois Colcombet. Stichter van het genootschap van Franse Rechters
  • Pierre Bercy, Voorzitter van de Franse Nieuwe Mensenrechtenbeweging.

Aan het begin van de conferentie hield mevr. S. Nouri, juriste en lid van het mensenrechten verdedigingscomité in Iran een toespraak, waarin zij zei “Het regime in Iran is nog steeds houder van het record van het hoogste aantal executies per hoofd van de bevolking… We zijn hier bij elkaar om voor de 30-ste maal de massamoord op 30000 politieke gevangenen in 1988 te herdenken.“

Daarna zei de burgemeester van het Parijse District 5, Florence Berthout: “Ik ben gelukkig en trots dat ik U hier vandaag mag ontvangen ter gelegenheid van zo’n belangrijke gelegenheid… Een jaar geleden namen velen van ons deel aan de campagne, zodat de Verenigde Naties eindelijk naar jullie zouden luisteren en dat deze verschrikkelijke misdaad .. de executie van meer dan 30000 tegenstanders van het regime in Teheran, eindelijk zou worden erkend als een misdaad tegen de menselijkheid…

De volgende spreker in het programma, Jean-Francois Legaret, burgemeester van het eerste district van Parijs, benadrukte in een deel van zijn toespraak:

Zelf schreef ik namens de burgemeesters van Frankrijk aan de Minister van Binnenlandse Zaken, dat onderzoek aantoonde dat we terrorisme vanuit het Iraanse regime onder ogen moesten zien…  En mijn laatste woord is dat wat ons motiveert en macht geeft, dat is de verdediging van de mensenrechten, de verdediging van onze rechten en rechtvaardigheid, de verdediging van ons recht op leven. Ik breng hierbij hulde aan alle slachtoffers, hun offer zal, dat weet ik zeker, leiden tot een verandering van de geschiedenis van Iran.

Ingrid Betancourt, eerder presidentskandidaat in Columbia, begon met het bedanken van de burgemeester van het 5-de district van Parijs voor zijn gastheerschap van deze conferentie over de mensenrechtentoestand in Iran, dan wijzend op het belang van de doodsstraf als een pressiemiddel van het klerikale regime zei ze:

“In Iran, regeert het recht niet, maar er is een egoïstische overheid die zijn juristen en hun zogenaamde rechtspraak gebruikt om de oppositie te elimineren, met daarbij alle democratische gevoelens van het Iraanse volk.

In 1988 werden dertig duizend mensen, vrouwen, mannen en jongeren, zonder vorm van proces geëxecuteerd.

Maar we moeten meer ons best doen, we moeten weten dat we te maken hebben met een overheid, die meent  dat het doel de middelen heiligt. De middelen die zij gebruiken om aan de macht te blijven gaan verder dan alleen het Iraanse volk te knechten.

In haar slotopmerking benadrukte ze: “We kunnen niet langer accepteren dat het regime in Iran straffeloos kan handelen, niet in ons land, niet het eigen land, noch ergens anders in deze wereld..”

Jean Pierre Muller, burgemeester van Magny en Vexin, was een andere spreker op de conferentie. Hij sprak over het antifascistisch verzet in Frankrijk gedurende de Tweede Wereldoorlog en vergeleek dat met het heldhaftige verzet tegen de religieuze dictatuur in Iran.

Jean-Pierre Brard, vroeger lid van het Franse Parlement, steunt de landelijke opstand van het Iraanse volk en de stakingen van velerlei aard, zoals die van de handelaren en de vrachtwagen chauffeurs. Hij zei: “Als we zien dat de maatschappelijke en politieke voorwaarden in Iran klaar zijn, moeten we ons meer en meer met hen verenigen, omdat alleen op die manier we het Iraanse volk kunnen helpen om het vuile dictatuur op broederlijk wijze aan te pakken.”

C. Religieus fascisme in Iran voor de 65-ste  maal veroordeeld voor mensenrechtenschendingen in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties

De levens van mensenrechtenactivisten, etnische- en religieuze minderheden en dissidenten in Iran staan op het spel.

De veroordeling van het regime van de moellahs door de Verenigde Naties, voor de 65-ste maal, was een van de belangrijkste successen, die ons veel vreugde gaf over al onze internationale activiteiten, ons,  mensenrechtenverdedigers in Iran, die een eind willen maken aan de onderdrukking; dit was het resultaat van duizenden uren werk, vergaderingen en het uitzoeken samenvatten van informatie en nieuws.

De prioriteit van de campagne ligt bij schendingen van de mensenrechten, het stoppen van de executies en het beschermen van gevangen gezette maatschappelijke werkers, Christenen, Bah i’s  en soefi’s (derwisj). Gedocumenteerd laatste nieuws over dissidenten, religieuze minderheden en mishandeling in de gevangenis, is, na te zijn verzameld en geordend, voorgelegd aan de Mensenrechten Raad van de VN.

D. Het opleggen van sancties aan de religieuze dictatuur in Iran, vanwege mensenrechten schendingen en de massamoord van 1988, in het Huis van Afgevaardigden van de VS

28 April 2018 – Het plan werd goedgekeurd met 410 stemmen voor en alleen maar twee stemmen tegen. Het werd een wet, na goedkeuring door de Senaat en de verdere juridische afhandeling.

E. Het laatste rapport van de Speciale Rapporteur van de VN, Mevr. Asma Jahangir,

De toestand van de Mensenrechten in Iran

5 Maart 2018 – In een rapport over de mensenrechten toestand, onder de regering van het regime in Teheran, bekritiseert de VN de arrestaties en het onderdrukken van de vrijheid, niettegenstaande de beloftes die het regime had gedaan.

Volgens Reuters, was dit rapport opgesteld door Mevr. Asma Jahangir, Speciale Rapporteur van de VN over Mensenrechten in Iran, en aangeboden aan de Mensenrechten Raad.

Het rapport vermeldt dat meer dan 20 mensen zijn gedood bij demonstraties in Iran, als protest tegen de corruptie en de slechte economische toestand… In haar rapport noemde Mevr. Jahangir.. de mensenrechten situatie in Iran alarmerend en vroeg om een onafhankelijk onderzoek naar de golf van arrestaties en de recente onderdrukking en naar het overlijden van een aantal gevangen gezette demonstranten en naar de verantwoordelijkheid van medewerkers van het regime. (Mevr. Jahangir, Speciale Rapporteur van de VN over Mensenrechten in Iran, stierf aan de gevolgen van een hartaanval op 11 februari, op de leeftijd van 66 jaar).  Mevr. Jahangir  heeft de mensenrechtenschendingen door het regime in Teheran talloze malen in rapporten veroordeeld.

F. Het eerste rapport door Javed Rahman, de Speciale Rapporteur over Mensenrechtenschendingen in Iran

3 Oktober 2018 – In zijn eerste rapportage drukt Javed Rahman zijn bezorgdheid uit over de mensenrechten schendingen in Iran en roept op om de politieke gevangenen en gearresteerden, bij de recente demonstraties, vrij te laten. Hij vraagt ook om een onderzoek naar de 1988-massamoord en naar de dood onder verdachte omstandigheden van gevangenen in de afgelopen maanden.

In zijn rapport richt Javed Rahman zich op het recht op leven, de executie van jongeren, marteling, schending van het recht op verzameling, schending van de vrijheid van mening, van geloof, schending van de rechten van de vrouw, schending van de rechten van aanhangers van een ander geloof of religieuze overtuiging door het religieuze fascisme dat over Iran regeert. Hij benadrukt de oproep van de Secretaris-Generaal van de VN voor het in vrijheid stellen van de demonstranten, die tijdens de laatste onlusten werden gearresteerd of verdwenen.

Ten aanzien van dit alles heeft onze organisatie een belangrijke verantwoordelijkheid. We zien dat het onze plicht is om door te gaan met het verzamelen en completeren van informatie over mensenrechtenschendingen in Iran, de aandacht van alle mensenrechtenorganisaties daarop te richten, daar hoort ook de Speciale Rapporteur bij. Verder moedigen we een meer daadkrachtige opstelling aan.

G. De bezorgdheid van de  Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties over de toestand van de mensenrechten in Iran

19 September 2018 – Volgend op een zes maanden durende internationale campagne bij de Verenigde Naties, drukte De Secretaris-Generaal van de VN, in zijn meest recente rapport van 19 september, zijn bezorgdheid uit over het toenemend aantal terechtstellingen, speciaal die van jongeren,  over de massa-arrestaties gedurende de opstand van de bevolking en van de onderdrukking van de verdedigers van het recht op vrije meningsuiting.

De Secretaris-Generaal van de VN riep op om de families van de gedetineerden in kennis te stellen van de plaats waar zij gevangen zijn gezet en over hun verblijfsomstandigheden. Hij riep ook op om de doodstraf op te schorten voor vage en onbekende misdaden als “het verspreiden van corruptie over de aarde.”

In zijn rapportage herinnert de Secretaris-Generaal aan de censuur op de sociale netwerken na de opstand van de bevolking van Iran en aan de pogingen van het regime om achter de identiteit van de gebruikers van het Internet te komen. Hij spreekt uit dat hij bezorgd is over de schending van het recht op vrijheid van meningsuiting, van het recht op een eigen mening en van de privacy. Hij is ook bezorgd over de onderdrukking van vrouwen, over de willekeurige arrestaties, het arresteren en vastzetten van burgers met een dubbele nationaliteit, over de situatie van religieuze minderheden en die van verdedigers van mensenrechten, politieke activisten en politieke gevangenen.

H. Bijeenkomst van Iraanse verenigingen in ballingschap in 40 Staten van de VS Washington D.C.

Vrij Iran – Voor Democratie en Mensenrechten

5 Mei 2018 – Vertegenwoordigers van Iraanse gemeenschappen en verenigingen in ballingschap woonden de “Bijeenkomst voor een Vrij Iran, voor Democratie en Mensenrechten ” bij, om hun solidariteit te betuigen met de opstand van de Iraanse bevolking.

In deze bijeenkomst, die werd bijgewoond door internationale media correspondenten, afgevaardigden van Iraanse jongerengemeenschappen in ballingschap, artsen, deskundigen, artiesten en atleten, werd uitvoerig steun betuigd aan de opstand van de bevolking, opgeroepen tot een besluitvaardige politiek tegen het regime, dat het record bezit van het aantal executies.

Onder de belangrijke sprekers op deze bijeenkomst was Professor Firoz Daneshgari, voorzitter van verschillende onderzoekscommissies op medisch gebied bij de universiteit van Ohio Hij zei: “Ik ben hier bij u gekomen als een vertegenwoordiger van tienduizenden Iraanse deskundigen, verspreid over de gehele wereld, die met geestdrift toe willen passen wat we in Iran hebben geleerd Ik zal mijn leven wijden aan een toekomst, waarin wij samen een prachtige maatschappij opbouwen, met gelijke kansen en een gelijke toekomst voor iedereen, die niet afhangt van iemands geloof of geslacht, of van zijn politieke overtuiging. De wereld moet stoppen met het voortdurend sluiten van overeenkomsten met de misdadige heersers in Iran, maar ze moet solidair zijn met het Iraanse volk op hun weg naar vrijheid en mensenrechten.

Tijdens de bijeenkomst betuigden een aantal belangrijke leden van het Huis van Afgevaardigden van de VS  (Congres) hun solidariteit met de Iraanse gemeenschap, bij deze bijeenkomst aanwezig, en gaven hun steun aan de opstand in Iran voor hun vrijheid. Dat waren o.a.

  • Elliot Engel, Top Democraat in de commissie voor Buitenlandse Zaken
  • Ileana Ros-Lehtinen, Voorzitter van de subcommissie voor het Midden-Oosten en Afrika
  • Rechter Ted Poe, Hoofd van de subcommissie voor terrorismebestrijding
  • Sheila Jackson Lee, leider van de Democraten in de subcommissie voor misdaad- en terrorismebestrijding, binnenlandse veiligheid en onderzoek
  • William Lacey Clay, Afgevaardigde voor de Democraten
  • Steve Cohen, leider van de  Democraten in de subcommissie voor de Grondwet en Civiel Recht
  • Judy Chu, Afgevaardigde voor de Democraten
  • en Tom McClintock, Afgevaardigde voor de Republikeinen

“Dit is de reden waarom wij vandaag hier zijn, wij houden van de vrijheid,” zei de vroegere burgemeester van New York, Rudy Giuliani, bij zijn toespraak tijdens de bijeenkomst. “(Deze beweging) … is er vast van overtuigd dat het noodzakelijk is om het recht in Iran te herstellen. Mensen moeten niet worden opgesloten, ze moeten niet worden geëxecuteerd en de processen moeten eerlijk zijn en op de werkelijkheid gebaseerd…..”

Bill Richardson, een vroegere ambassadeur van de VS bij de VN (hij legaliseerde de afschaffing van de doodstraf in New Mexico in 2009), zei aan het begin van zijn toespraak in de bijeenkomst; … De massale protesten, die in Iran aan het einde van 2017 begonnen, zijn de grootste sinds 2009. Ze vonden plaats in 142 steden in alle 31 provincies van Iran… We verkeren thans in een beslissende fase van voorgang van deze beweging voor vrijheid en democratie.”

CBS News en CNN in de VS rapporteerden: De Vrij Iran bijeenkomst voor Democratie en Mensenrechten werd gehouden als steunbetuiging voor de Iraanse bevolking, die protesteerde tegen hun leiders (het regime dat aan de macht is) in december.

De Washington Times schreef in een rapportage over het programma:

… Zaterdagmiddag veroordeelden Iraanse delegaties van overal uit de VS de “prestaties” op het gebied van de mensenrechten van de Islamitische Republiek en steunden een vrij en democratisch Iran, gebaseerd op scheiding van kerk en staat.

Verschillende sprekers wezen op de voortdurende onrust in Iran … en steunden de grote opstand, die plaats vond in januari in 142 steden door heel Iran en die de grootste was sedert 2009.

Reuters, de Associated Press, de Getty Images rapporteerden over de bijeenkomst in  Washington met een groot aantal beelden.

I. New York – Hoofdkwartier van de VN  (Organisatie van 3 gecoördineerde projecten)

Eerste: Een week van straatacties van 19 tot 25 September 2018

Deze straatacties werden gedurende zeven dagen gehouden in New York, ze trokken de aandacht van het publiek en van de pers en de internationale media. Ze waren gericht tegen de vertegenwoordigers van de moellahs, die mensen terechtstellen en onderdrukken. Er was een boekentafel, en een straattentoonstelling. Er werd ook een stuk op straat opgevoerd dat ging over de massamoord van 1988 en het fusilleren van politieke gevangenen en er was een foto galerij over de mensenrechtenschendingen.

Tweede: Bijeenkomst van Iraanse gemeenschappen in ballingschap, de opstand in Iran op weg naar de vrijheid, 22 September 2018

Derde: Een grote bijeenkomst op 25 September 2018

Oproep tot royement van de religieuze fascisten uit de Verenigde Naties, vanwege  het grote aantal executies, de massamoord van 1988 voor de rechter brengen en om vervolging vragen van de  daders van deze genocide en van misdaden tegen de menselijkheid

Op het ogenblik dat de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties bijeenkwam in New York op 25 september 2018, hield onze organisatie samen met de organisatie Mensenrechten voor Vrijheid uit de VS een demonstratie voor het hoofdkwartier van de VN.

Deze protestbijeenkomst werd gehouden voor het hoofdkwartier van de VN, zodat de stem van de in opstand gekomen Iraanse bevolking kon worden gehoord, maar was ook gericht tegen de aanwezigheid van de president van het dictatoriale regime in Iran, de bankier van het terrorisme en de houder van het record van de toepassing van de doodstraf.

Het protest werd live uitgezonden in Iran door de Voice of America en Sky News. De demonstratie ging gepaard met een aantal kunstzinnige programma’s en een grote tentoonstelling over mensenrechten.

De bijeenkomst werd gehouden in tegenwoordigheid van en met toespraken van Amerikaanse en Iraanse persoonlijkheden, die de aanwezigheid van de vertegenwoordiger van de dictatuur uit Teheran veroordeelden en opriepen tot de vervolging van de leiders van het regime vanwege hun optreden tegen de opstand in Iran en voor de misdaden tegen de menselijkheid in het bijzonder voor de massamoord van 1988.

Senator Torricelli, een van de sprekers bij deze grote demonstratie zei:

…. Ik weet dat achter ieder gezicht hier een verhaal schuilt over een geliefde, die is geëxecuteerd, gevangen gezet of is onderdrukt. Een jeugd die nooit vrijheid heeft gekend en nooit aan de armoede kon ontsnappen.

Als jullie me duizend Iraanse mensen tonen, dan laat ik jullie twee duizend tragedies zien, sedert de moellahs hun tirannieke macht ontplooiden. Dit is een getuigenis. die jullie nooit zullen vergeten, jullie rusten nooit, jullie keren nooit op jullie weg terug. Weer zijn jullie samen gekomen om te vragen voor een waardige, eerlijke en vrije toekomst voor het volk van Iran. De geschiedenis zal jullie nooit vergeten.

Dank jullie wel voor je aanwezigheid hier.

Onze boodschap aan de wereldleiders is: —- We willen een vrij Iran. Nu!:

Wat is de betekenis van verandering? Wat is verandering voor hen in Iran, die de straat zijn opgegaan, die hun leven hebben gewaagd in de steden overal in Iran. Verandering betekent dat je van je mening blijk kan geven zonder dat je wordt opgehangen of gevangen gezet, zodat je kunt leven als andere mensen in deze wereld. …

Zoals jullie hier bijeenkomen bij de belangrijke Verenigde Naties, staan jullie allemaal voor een keus, zoals iedere jongere in iedere stad en in iedere straat van Iran. Je kunt je in een hoekje terugtrekken en wensen dat het beter gaat, of je kunt de werkelijk in het gezicht zien en pal staan. Dat zou de houding moeten zijn van ieder achtenswaardige burger van Amerika, Europa en overal in de wereld. In feite is dat het standpunt dat ieder lid van de VN zou moeten innemen. Keer je rug naar het regime en verzet je net zo als het Iraanse volk…

De toekomst van Iran wordt bepaald in de straat, niet in de paleizen van Teheran. De toekomst van Iran ligt niet in de handen van de moellahs, maar in die van de jeugd. De toekomst van Iran is niet despotisme, armoede en onderdrukking. De toekomst van Iran is voor hen die naar de gevangenis gingen omdat zij pal stonden en voor hen die zich opofferden in de straten. De toekomst is duidelijk. Iran zal vroeg of laat vrij zijn.

Dank jullie allen. Dank jullie wel voor jullie aanwezigheid hier. Dank jullie voor de herdenking. Dank jullie voor jullie moed. Dank jullie voor jullie trots. Voor allen die in Iran naar ons luisteren zeg ik : “Vrijheid is onderweg. De toekomst komt eraan. Wees dapper. We bewonderen jullie. We houden van jullie. We zullen jullie nooit vergeten. We zullen niet in gebreke blijven.”

Een andere spreker tijdens de demonstratie was dominee Linda Pendergras. Ze zei:

We zijn hier vandaag bij elkaar om onze steun te betuigen aan het Iraanse volk dat in opstand is gekomen. Het Iraanse regime gebruikt de economische voordeeltjes voor zich zelf en voor de Revolutionaire Garde. Maar ook voor onderdrukking van de Iraanse bevolking en door export van terrorisme over de hele wereld. En door onrust aan te wakkeren in landen als Syrië en Irak.

Iran is een belangrijk land. Vrijheid en democratie in Iran zijn verbonden met de wereldvrede en -veiligheid op een gecompliceerde manier.

In gedachten bij de Iraanse demonstranten, die zo dapper zijn, mijn hart klopt voor hen, we weten wat zij eisen – en ook wij eisen dat vandaag – dat de Veiligheidsraad van de VN bindende besluiten neemt om de flagrante schendingen van de mensenrechten en het terrorisme van Iran een halt toe te roepen.

Noch omvangrijke transacties, noch belangrijke afspraken, kunnen dit regime redden. Het is voorbij!.

Jullie staan nu op het snijvlak van verandering in Iran, verandering in het Midden-Oosten en verandering in de gehele wereld.

Veertig jaar van verzet en opstand van jullie respectabele broeders en zusters in Iran, die werden geconfronteerd met het verwarring zaaiende, kwaadaardig regime. Jullie harde werk zal vrucht dragen.

J. Grote tentoonstelling over de 1988 massamoord en de martelaars van de opstand, conferentie gehouden in het parlementsgebouw (Congress) van de VS

Solidariteit met de opstand van de Iraanse bevolking, 11 December 2018

Dinsdag, 11 December, er was een tentoonstelling ingericht in het parlementsgebouw van de VS, die als thema had de massamoorden van 1988 en de opstand door het hele land van de Iraanse bevolking. Dit gebeurde tegelijkertijd met een conferentie waar vooraanstaande Amerikaanse afgevaardigden hun solidariteit betuigden met de opstand voor vrijheid en ter gelegenheid van de herdenking van opstand van het Iraanse volk tegen het religieuze fascisme dat Iran regeert.

Gedurende de vergadering werd bekend dat 104 leden van het Congress hun steun hebben toegezegd aan resolutie H.R. 1034  De resolutie dringt erop aan … dat het Huis van Afgevaardigden van de VS solidair is met het Iraanse volk en met hun aanhoudend protest tegen het onderdrukkende en corrupte regime. ..

Tijdens de conferentie spraken vele gekozen leden van het Congress, waaronder rechter Ted Poe, deze benadrukte in zijn toespraak: “…. De dag van de verantwoording komt eraan; personen die een misdaad tegen het volk hebben begaan zullen ter verantwoording worden geroepen. En in Iran komt een vrije maatschappij.”

K. Straat tentoonstellingen voor de 1988 massamoord rechtsbeweging

Deze straattentoonstellingen werden gehouden  in Parijs, Brussel, Rome, Zweden en Amsterdam, gedurende twee weken, vanaf de eerste week van Augustus 2018. Naast het uitdelen van boeken, werd documentatie getoond van de schending van de mensenrechten in Iran en over de onthullingen van de misdaden tegen de menselijkheid in 1988.

Bijna 4000 mensen, zonden, na het zien van de tentoonstelling, brieven en petities naar de Secr.-Generaal van de VN en de Speciale Rapporteur voor Mensenrechten, om de executies te stoppen en massamoord-dossiers te verwijzen naar een internationaal hof.

L. Mailingactie 2018

De mailingactie van 2018 was gericht op het schetsen van de mensenrechtensituatie in Iran na het begin van de opstand en het grote aantal arrestaties, die daar op volgden  De 2018 mailingactie omvatte een uitgebreide campagne voor de vrijlating van politieke gevangenen, religieuze dissidenten en was met name gericht op die politieke gevangenen, die op het punt stonden te worden geëxecuteerd.

In dit opzicht verzonden we bijna 3000 beschreven gevallen naar onze ondersteuners via e-mail

Ook werd de nieuwsbrief van de organisatie over de mensenrechtensituatie in Iran, per post, naar 8000 ondersteuners, die geen e-mail hebben, verstuurd.

M. Herdenking van Mevr. Asma Jahangir, de Speciale Rapporteur over Mensenrechten in Iran – een groot mensenrechtenverdediger

Ter gelegenheid van de dood van Mevr. Asma Jahangir, de Speciale Rapporteur over Mensenrechten op 11 februari,2018, werd een herinneringsplechtigheid gehouden op dinsdag 14 februari in het bureau van de organisatie. Er werd aan deelgenomen door een groep van familieleden van de martelaren, leden van de Raad van Commissarissen en verschillende ondersteuners van de organisatie. Onze organisatie biedt haar condoleances aan voor het verlies van een grote en waardevolle vriend aan haar geliefde familie en aan de internationale gemeenschap.

Mevr. Jahangir, met haar zeer uitgesproken stellingname tegen de religieuze dictatuur in Iran en tegen de massamoorden van 1988, betekende een gouden episode door haar actieve en beslissende rol in de internationale gemeenschap. Het verlies van haar was volkomen onverwacht en zeer zwaar voor ons te dragen.

We eren haar en de resultaten van haar onthullende activiteiten.

N. Campagne ter ondersteuning van onderzoeksprojecten op het gebied van mensenrechten door het uitgeven van boeken en andere publicaties met als thema: de vrije gedachte.

De campagne verwelkomt ieder onderzoeksproject over mensenrechten in Iran en het Midden-Oosten en ondersteunt onafhankelijke organisaties om dit onderzoek uit te voeren en boeken, tijdschriften, wetenschappelijke documenten en onderzoek-documentaires hierover uit te geven.

O. Gezamenlijk campagne met de Stichting voor Vrijheid (VS)

Om vluchtelingen te helpen die werden getroffen in het oorlogsgebied en er fysiek slecht aan toe waren.

Iraanse vluchtelingen (in de zin van de vierde Geneefse Conventie), die herhaaldelijk werden bestookt met de raketwapens van de dictatuur, geen toegang hadden tot medicijnen, geen medische verzorging kregen als zij die dringend nodig hadden, helpen, om zodoende te vermijden dat gewonden, die vielen bij deze barbaarse aanvallen, zouden overlijden. De resultaten van deze campagne en de continue steun van onze organisatie had een belangrijke invloed op het leven van de vluchtelingen en betekende veel voor hen, zij waarderen ons werk in hoge mate. Meer dan 750 chirurgische ingrepen werden succesvol uitgevoerd. De campagne werd uitgevoerd in goede samenwerking met internationale goede doelen organisaties.

P. Campagne om Iraanse nieuwsmedia te steunen

De campagne verwelkomt en steunt  programma’s om nieuws binnen en buiten Iran uit te zenden, uitzendingen in Iran, dat zucht onder de regering van de moellahs, zijn mogelijk. Het is een goede stap vooruit in de informatievoorziening, de campagne ondersteunt nieuws- en kunstzinnige programma’s.  De campagne ondersteunt verder het maken van films en reportages. Een andere vorm van steun is er voor wetenschappelijke en verklarende documentatie over dat deel van de geschiedenis van Iran, dat door het religieuze fascisme in Iran wordt gecensureerd. We zijn erg blij dat het wanhopige publiek in Iran het waardeert.

Q. Campagne tegen de censuur in Iran, ondersteuning van onafhankelijke bloggers.

Naast de steun aan de onafhankelijke bloggers, werkt de campagne ook mee aan vertaling en publicatie van hun gecensureerde werk. De campagne steunt verder intellectuelen, schrijvers en kunstenaars, die gebukt gaan onder de censuur van de dictatuur en maakt het mogelijk dat hun werk het publiek bereikt.

R. Maatschappelijke en juridische campagnes in Europa en de Verenigde Staten voor de onthulling van de feiten

Vinden plaats in universiteiten, onderzoeksinstituten, scholen, vakverenigingen en kerken. Ze zijn gericht tegen de mensenrechtenschendingen in Iran en ondersteunen het rechtvaardigheidsproject met daarbij de verwijzing van het dossier over de misdaden van het Iraanse regime naar de Algemene Vergadering van de VN.

De campagne speelde een belangrijke rol bij de verwijzing van het dossier over de misdaden van het Iraanse regime door het zenden van brieven naar invloedrijke internationale lichamen en bij het uitoefenen van maatschappelijk druk om executies en onderdrukking een halt toe te roepen.  Deze campagnes brachten de massamoord op 30000 onschuldige mensen, die in de zomer van 1988 werden terechtgesteld, voor het eerst voor het voetlicht. De campagnes droegen bij aan de steun voor een gerechtigheidsbeweging met het doel om herhaling van een dergelijke misdaad te voorkomen, maar zijn ook noodzakelijk voor de zekerheid dat deze daders van misdaden tegen de menselijkheid zullen worden vervolgd door internationale, op hun taal berekende, tribunalen.

S. Deelname aan de bijeenkomst ter herdenking van de Iraanse politieke gevangenen

30 Juni 2018, Parijs – Politieke gevangenen moeten in vrijheid worden gesteld.

Onze organisatie sponsorde dit programma voor solidariteit met politieke gevangenen, voor vrede en mensenrechten en solidariteit met de opstand in Iran.

Het programma werd live in Iran gedurende zeven uur uitgezonden via twee satellietzenders. Het verspreide een lied en een stem voor vrede, mensenrechten en hoop voor 80 miljoen Iraniërs.

T. Solidariteit met gevangen gezette Christenen in Iran – deelname aan het feest van de geboorte van Christus.

Campagne roept op om te helpen bij de vrijlating van 4 priesters, die in de gevangenis zitten vanwege hun geloof .

Op 23 december, werd een Kerstviering gehouden in ons kantoor in den Haag van 19.00 tot 20.00 uur. Hieraan namen vele van onze donoren deel.

Op 24 december, Kerstnacht, nam een afvaardiging van onze organisatie, die bestond uit leden van de Raad van Commissarissen en moeders van martelaren, deel aan de kerkdienst in de Sint Jacobus de Meerdere Kerk in den Haag. In deze kerk werden 30 kaarsen aangestoken ter herinnering aan de 30000 terechtgestelde politieke gevangenen, de aanwezigen baden voor het aanbreken van de vrijheid, voor de mensenrechten en voor de vrijlating van de politieke gevangenen in Iran.

In de dienst werd aandacht geschonken aan de Christenen in Iran, die hun kerkdiensten niet mogen uitoefenen. Kaarsen werden aangestoken en er werd stil gestaan bij de priesters en andere activisten, die gevangen zijn gezet en leven onder de druk van de moellahs.

Christenen in Iran worden vervolgd door het regime, veel kerken zijn officieel gesloten. Ze worden voortdurend bedreigd door arrestaties, dagvaardingen, vonnissen en andere kwellingen, die als drukmiddel op hen worden uitgeoefend.

Deze kerkdiensten en onze steun hebben een positief effect op de Iraanse Christelijke gemeenschap, die afgezonderd leeft of waarvan de leden huisarrest hebben of in de gevangenis verblijven. Kaarsen werden aangestoken, ter gedachtenis aan de politieke gevangenen, die in hongerstaking gingen, maar ook voor de priesters en bekeerlingen, die in de gevangenis verblijven en voor de ziel van pastoor Dibaj, pastoor Michaillian, pastoor Soudmand en de gemartelde pastoor, Hossepian Mehr, die door de religieuze dictatuur ter dood is gebracht.

Verlies van 4 goede vrienden van onze organisatie in 2018

In Januari 2018, verloren we één van onze liefste en waardevolste ondersteuners, Mevr. Betty Fenik, die al jarenlang leed aan de gevolgen van longkanker. Een afvaardiging van onze organisatie nam in Zwolle deel aan de uitvaartplechtigheid van deze waardevolle vriend, onze vertegenwoordiger sprak bij haar afscheid

Niettegenstaande de fysieke afwezigheid van deze goede vriendin, voelen we haar nabijheid. Ze gaat door met ons aan te moedigen en steunt ons in onze moeilijke tijden en is onze goede vriend bij ons mensenrechtenwerk We eren haar.

Een andere gewaardeerde vriend van ons  Mevr. Dina Hinsen Phillips, was een andere goede vriend, door haar overlijden werden wij erg getroffen.  Ze was altijd een van onze voorvechters en haar raad bij de uitvoering van onze projecten was erg waardevol.

In Juli, bracht het plotseling overlijden van onze goede vriend, de heer Bat, ons veel verdriet; zijn goede verschijning en de herinnering aan hem zullen diep in ons hart aanwezig blijven. Hij begon zich voor het onderwerp Iran en mensenrechten te interesseren toen hij student was in Manchester in 1972. Hij was een van onze oudste vrienden.

In december, werden wij getroffen door het nieuws van de ontijdige dood van de heer van der Welden. We bieden onze condoleances aan voor het verlies van deze welwillende man en onze goede vriend aan zijn geliefde kinderen en familie. Hij was een van die vrienden die het dichtst bij ons stonden, voor meer dan dertig jaar.

Verslag van onze PR-activiteiten in 2018

Aan het einde van 2018, hadden we 717 ontmoetingen met onze oude en nieuwe vrienden over de projecten van het jaar. We bezochten dit jaar 348 ondersteuners en vertelden hen over de voortgang van de projecten We hielden dit jaar 19 gezamenlijke vergaderingen (briefings), deze werden allen op zaterdag gehouden. Deze briefings werden in het algemeen gehouden met één of meer gasten, die via video-conferentie met ons in contact stonden.  Vrienden en gehoor konden op deze wijze discussiëren over de maatschappelijke en politieke ontwikkelingen van dat moment.

Het secretariaat verzendt ook een overzicht aan allen die ons willen steunen met hun commentaar op onze tekortkomingen en nieuwe suggesties en tips.

In het eerste kwartaal zenden we hen ook een overzicht van hun financiële bijdragen, zodat zij die bij hun belastingaangifte kunnen gebruiken.

Het secretariaat verzendt ook een “Dank U”-brief voor alle publieke ondersteuning.

In 2018, lieten twee van onze ondersteuners de organisatie registreren als ontvanger van (een deel) hun erfenis, ten behoeve van mensenrechtenprojecten. We bevelen deze wijze van ondersteuning van harte aan.

Ook, in overeenstemming met de wens van een van onze overleden ondersteuners, Mevr. Dijkshoorn werd 31.999 Euro gedoneerd voor projecten van onze organisatie.

Verslag van 12-maanden productiviteit – Kunst-Nieuws Project ten dienste van de Mensenrechten

Het maken van welk artikel dan ook, van nieuwsvoorziening en rapporten tot het schrijven van een felicitatiekaart, vereist veel werk, vanaf de keuze voor een thema en de vertaling, tot het ontwerp en de productie. Meer dan 95% van dit werk is gedaan door onze ondersteuners en onze vrijwilligers. Deze inspanning duurt vaak tot in de morgen en zonder overdrijving vereist vaak werk de klok rond. Voor dit werk bestaat geen maat van waardering, maar we doen het vanuit ons hart en met al onze capaciteiten voor het bereiken van de vrijheid.

  • Publicatie van een jaarrapport over de belangrijkste activiteiten en projecten
  • Ontwerp van een solidariteitsbetuiging aan de politieke gevangenen in Iran
  • Bijeenzoeken en vertalen van bijna 6100 artikelen uit het Frans, Duits, Engels, Perzisch en Nederlands voor mensenrechten producten
  • Stoppen met de doodstraf en de onderdrukking in Iran
  • Voor het Kerstkalenderontwerp van 2018, gebruikten we prachtig werk uit het afgelopen jaar.. Ontwerpster van de twee portretten is de beroemde Amerikaanse kunstenares, Mevr. Karin Forman. Ze stond ons toe de titel Solidariteit te gebruiken voor deze twee ontwerpen. We danken haar hartelijk. Ook maakten we posters voor Nieuw Jaar, Noroez, Pasen, Nieuwjaarskaarten en een Joods Nieuwjaarkaart
  • Ontwerp voor de Holocaust Herdenking

Verslag van lokale vergaderingen over historische, nationale en culturele gebeurtenissen

Historisch:

  • Herdenking van de geboorte van Cyrus de Grote, de schrijver van de Eerste Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, in Den Haag, Amsterdam, 29 Oktober
  • Herdenking van de geboorte van Ashu Zarathustra, 25 maart, de Iraanse profeet en de schepper van de filosofie van het dualisme (goed en kwaad),  hij propageerde de goede gedachte, het goede spreken en de goede daad, Den Haag
  • Herdenking van Dr. Mohammad Mossadegh, 4 maart, de leider van antikoloniale beweging in Iran, ter herinnering aan zijn veel geroemde toespraak bij het Internationale Hof van Justitie in 1951, Den Haag
  • Holocaust Herdenkingsdag, zaterdag 27 januari, 18.00 – 20.00, in Den Haag. Herdenking van de 12000 Joodse burgers uit Den Haag, die naar een concentratiekamp werden gedeporteerd gedurende de Tweede Wereldoorlog en die werden omgebracht
  • Deelname aan de herdenking van de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, bloemlegging en kaarsen aansteken op het Binnenhof in Den Haag en een minuut stilte, 4 mei
  • Viering van het Perzische Nieuwjaar en Noroez, 20 maart, Den Haag

Cultureel:

  • Tentoonstelling over “Nee” tegen de executies, tegen de mensenrechtenschendingen, om Iraanse politieke gevangenen te herdenken en te steunen en ter ondersteuning van de campagne tegen de executies, in Europa, ( in Parijs, Rome en Brussel ) van 1 tot 25 augustus, in de Verenigde Staten (Washington DC), van 11 tot 25 september en van 17 tot 20 december
  • Herdenking van Mowlana Jalal al-Din Mohammed Balkhi, 30 september, stichter van het soefisme, Amsterdam
  • Iraanse Purim dienst op donderdag, 28 februari in Amsterdam
  • Deelname aan het Pinkstergebed, zondag en maandag, 20/21 mei, Sint – Jacobus de Meerdere Kerk, Den Haag
  • Ook bijwonen van het Hemelvaartsdaggebed op 10 mei in de Amerikaanse Kerk, Den Haag

(Tijdens de bidstond werden kaarsen aangestoken om de vijf goede priesters te herdenken, die werden gemarteld door het religieus fundamentalistische regime in Iran.)

Een financiële verantwoording

BALANS PER 31 DECEMBER 2018

2018 2017

ACTIEF

Vaste activa  
Materiele vaste activa 163 388
Vlottende activa
Vorderingen 2.995 2.986
Liquide middelen 32.084 43.507
Totaal 32.242 46.881

PASSIEF

Eigen vermogen -/-846.712 -/-1.149.416
Langlopende schulden
Leningen 875.000 1.149.142
Kortlopende schulden 
 Crediteuren 5.858 46.069
Belastingen en premies sociale verzekeringen 96  86
Overige schulden en overlopende passiva  1.000 1.000
6.954 47.155
Totaal  32.242 46.881

STAAT VAN BATEN EN LASTEN

2018 2017
 €
Som der Baten 1.680.362 1.220.406
Lasten
Besteed aan de doelstelling(en) 1.286.058 1.001.755
Wervingskosten baten  54.292  39.744
Kosten beheer en administratie 37.300 32.111
Som der lasten  1.377.650 1.073.610
Resultaat  302.712 146.796

GRONDSLAGEN VAN WAARDERING EN RESULTAATBEPALING

Algemeen

De geformuleerde grondslagen hebben betrekking op de jaarrekening als geheel. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Voor zover niet anders is vermeld zijn de activa en passiva opgenomen tegen de nominale waarde. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
De grondslagen zijn ten opzichte van het voorgaande jaar niet gewijzigd.

Grondslagen van de waardering van de activa en passiva

Materiele vaste activa

De materiële vaste activa worden gewaardeerd op de aanschaffingskosten verminderd met daarover, zo nodig naar tijdsgelang, berekende lineaire afschrijvingen op basis van de geschatte economische levensduur en de eventuele residuwaarde, dan wel op de duurzaam lagere bedrijfswaarde. De afschrijvingen bedragen een percentage van de aanschaffingskosten.

TOELICHTING OP DE BALANS

PASSIEF

Langlopende schulden
Dit betreft renteloze leningen verstrekt door donateurs ter
overbrugging van liquiditeit. Aflossing vindt in overleg plaats.

TOELICHTING OP DE STAAT VAN BATEN EN LASTEN

Baten

 2018  2017
Donaties 1.680.323 1.220.293
Rente bank 39 113
Overige baten 0 0
1.680.362 1.220.406
 Lasten
Besteed aan deoelstelling(en)
Voorlichting en bewustwording:
Seminars 6.479  26.595
Bijeenkomsten internationaal  452.058 309.655
Bijeenkomsten nationaal  7.744  1.305
Bijdragen hulporganisaties  758.423 664.200
Mediavoorlichting  61.354 0
 1.286.058 1.001.755

Wervingskosten baten:
Kosten eigen fondsverwerving 33.566 17.689
Drukwerk 13.004 8.219
Porti 7.722 13.836
54.292  39.744
Kosten beheer en administratie 
Personeelskosten 7.141 6.920
Huisvestingskosten 6.714 5.628
Kantoorkosten 7.829 4.596
Contributies 8 8
Kantinekosten 241 323
Telefoon  1.272  1.354
Administratiekosten 1.966  1.815
Advieskosten  2.607 1.941
Afschrijving inventaris  225   139
Bankkosten  1.245  1.119
Rente leningen  8.052 8.268
Overige  0  0
37.300 32.111

Beloningsbeleid

De leden van het bestuur en alle vrijwilligers genieten geen beloning voor hun werkzaamheden.  Wel is een onkostenvergoeding mogelijk mits de onkosten zijn onderbouwd met facturen.
De stichting heeft 1 werknemer in dienst.