April 2010: De 20-jarige mensenrechtenactiviste en lid van de religieuze gemeenschap Bahai is vrijgelaten uit de gevangenis.

Op 21 april 2010 werd de 20-jarige studente Dorsa Sobhani, zonder dat er een beschuldiging tegen haar was ingebracht, vrijgelaten. Ze werd op 7 maart 2010 in de noord-Iraanse stad Sari door 12 agenten van het regime in het huis van haar vader opgepakt. Sindsdien zat ze vast in de Evin-gevangenis van Teheran, waarvan 25 dagen in eenzame opsluiting. Tijdens haar gevangenschap mocht zij slechts eenmaal een paar minuten door haar ouders worden bezocht.

De arrestatie van Dorsa Sobhani houdt verband met haar werk in de campagne voor gelijke rechten voor vrouwen in Iran. Ze is ook lid van het Comité om het recht op onderwijs beschermen. De commissie zet zich in voor studenten die wegens hun politieke standpunten of opvattingen de universiteit moeten verlaten. Dorsa Sobhani is lid van de Bahai religieuze gemeenschap en werd daarom uitgesloten van de studie.

Politie van het regime had op 2 maart ook al een inval gedaan in het huis van de familie Sobhani, waarbij persoonlijke documenten van de studente in beslag genomen waren. Aangezien Dorsa Sobhani niet aanwezig was bij deze inval, werd haar vader twee dagen later met geweld meegenomen. Hij werd vier uur lang ondervraagd onder bedreiging dat het hele gezin in hechtenis zou worden genomen als de dochter niet zou worden gevonden.