Mijn naam is Shaghayegh (Klaproos),
Ik heb zoveel woorden om mijn hart uit te storten – uit liefde,
Uit liefde voor de vrijheid.
Ik richt me tot jullie, o, Iraanse kinderen,
Horen jullie mijn droevige stem?
Niet vertelde verhalen over moed die eruit willen.
Kinderen, kennen jullie onze stad? Kennen jullie Ashraf?

Dit hier is Ashraf, het land van de dappere helden,
Het rode land dat bedekt is met rode bloemblaadjes.
Het zijn allemaal harten, harten die ooit klaprozen waren
En nu onze weg naar de vrijheid plaveien.
Zelfs wanneer de overwinning van het Licht op de Duisternis wordt gevierd,
Zelfs in tijden van oorlog, zijn ze er,
Zelfs als onze gedachten vol zijn van stenen en donkere stralen van de kwade macht.
Alles wat er is, alles wat we hebben, is voor jullie toekomst.
Alles wat we hebben, is in ons hart, en daarin is jullie bijzondere plaats
In deze stad. Elke herinnering is een brug naar moed,
Hier doet elke weg, elk pad je denken aan een klaproos,
Mijn bewonderenswaardige, aardige grote broers,
De beste zussen op aarde.
Een van hen was mijn zus Faezeh.
Ze deed wonderen wanneer ik me eenzaam voelde.
Ze sprak over de ‘Vrijheid’ waarin we morgen zouden leven.
Wanneer ik diep bedroefd was, sprak ze tegenover mij over vreugde en blijdschap
Onder deze ernstige, grijze wereldlijke hemel.
Ze was een schitterende zon die straalde
In mijn eenzame momenten en koude nachten.
Ze vulde de lege plek die mijn vader achterliet.
Ik, ik was altijd dol op haar.
Ik was altijd haar kleine zusje Shaghayegh.
Ze zei: ‘Shaghayegh, papa is naar God gegaan.
Kijk, hij zwaait naar ons van daarboven!’
Ze zei tegen me: ‘Als ik doodga, wanneer ik er niet meer ben,
Wanneer ik de prachtige zon nader,
Zeg dan nooit “wat moet ik nu doen?”
Want ik kijk naar je vanboven.
Ik zal je komen opzoeken. Mijn liefde voor jou zal nooit verdwijnen.’
Toen ze ons verliet, toen haar ogen dichtvielen,
Vulden haar wangen zich met klaproosbloemblaadjes.
Ja, ze verliet ons, ze was er niet meer,
Maar ze bereikte de sterren en de zon.
Ze, ze was als een vogel die de hoogte in vloog.
Kinderen, ik zeg jullie,
Ze wilde VRIJHEID.
Ze bleef zeggen, er is een PRIJS voor de VRIJHEID.
Ze wilde onze toekomst van kleur doen veranderen,
Ze wilde dat onze toekomst BLAUW zou zijn,
Ze wilde dat de zon de wolken zou overwinnen en op ons zou neerschijnen.
Ik hoor nog steeds haar stem.
Haar vlag, de wapperende vlag? Ik draag haar Vlag,
Nu en voor altijd,
Ik wil haar Vlag meenemen,
Haar boodschap voor een waarachtig leven,
En die ophijsen in Iran, als een wapperende vlag,
Wapperend over Iran wanneer er een nieuwe, andere wind waait,
En die vlag zal één naam schreeuwen,
En ik zal zorgen dat die gehesen wordt, onder de naam IRAN.