Door Thomas Erdbrink TEHERAN – Als Maysam, een prominente Iraanse blogger, vanuit zijn kantoor in de bazaar het internet opgaat, doet hij dat via een speciale verbinding die al jarenlang de steeds efficiëntere firewall van de islamitische republiek weet te omzeilen.

Maar sinds kort werkt de software, waardoor hij en miljoenen andere Iraniërs via portals elders in de wereld online konden gaan, niet goed meer.

 

Als het een enkele keer wel lukt is de snelheid zo tergend langzaam dat sites als Facebook en Balatarin.com – die niet-officiële nieuws en geruchten in het Perzisch brengt – onbruikbaar zijn.
"Er is wat veranderd", zegt Maysam, wiens achternaam uit angst voor de Iraanse cyberpolitie niet genoemd mag worden. "Het lijkt erop dat de overheid online steeds meer invloed krijgt ".
Nadat ze de betekenis van de sociale media zagen bij de opstanden in het Midden-Oosten, proberen de Iraanse leiders om controle te krijgen over wat er geupload, geplaatst en besproken wordt op het internet.

 

En volgens Iraanse internetgebruikers lukt dat de overheid, na een trage start, steeds beter.

Velen vrezen dat het uitschakelen van de software om de staats-firewall te omzeilen een voorbode is van wat de autoriteiten hebben bestempeld als Nationaal Internet.
De technici van de overheid hebben de ontwikkeling bekendgemaakt van een binnenlands internet, vergelijkbaar met intranet van een bedrijf, dat vele populaire websites zou blokkeren.

 

Ze hebben laten doorschemeren dat het nationale internet ieder moment kan worden gelanceerd, en dat het binnen een tijdsbestek van drie jaar geleidelijk aan in werking zal treden.

 

Volgens de autoriteiten is dit een noodzakelijke stap om te voorkomen dat de westerse vijanden van Iran Iraanse burgers bespioneren…
Iraanse functionarissen hebben Amerikaanse technologiebedrijven als Google, Twitter en Microsoft beschuldigd van samenwerking met de Amerikaanse autoriteiten om te speuren naar Iraanse online trends, zoekgedrag, sociale netwerken en e-mail.

De bedrijven hebben deze beweringen ontkend.

Tijdens de protesten van 2009 door de oppositiegroeperingen in Iran, heeft het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken aan Twitter gevraagd om onderhoud van de site uit te stellen omdat Amerikaanse diplomaten geloofden dat de microblogging site door de Iraanse demonstranten werd gebruikt om demonstraties in Teheran te organiseren.

 

"Ze stelen informatie van mensen voor hun eigen doeleinden ", zegt Reza Taghipour, de minister voor communicatie- en informatietechnologie, toen hij het in januari had over buitenlandse regeringen en online bedrijven. "We hebben behoefte aan het Nationaal Internet om de privacy van de gezinnen te beschermen".
De functionarissen wijzen erop dat het web nog steeds toegankelijk zal zijn – alleen de "schadelijke" websites niet.
Maar Iraanse internetgebruikers en activisten vrezen dat de activering van het Nationaal Internet hen zal afsnijden van de rest van de wereld, en dat het toezicht van de autoriteiten verhoogd zal worden.

"In principe wordt de toegang tot alle interessante websites afgesloten," aldus Maysam." Als dit gebeurt zullen we als een geïsoleerd eiland zijn in een veranderende wereld".

 

In september werd Diginotar, een Nederlandse Internet certificeringsinstantie, gehackt en beveiligingscertificaten – digitale sleutels – naar sites als Google en Yahoo werden gestolen.

 

De diefstal kwam aan het licht toen honderdduizenden Gmail-gebruikers in Iran merkten dat hun e-mails op een vreemde manier omgeleid werden.
Een Iraanse hacker die zichzelf in zijn e-mails Sunich noemt – naar een populair drankje dat wordt weggegeven tijdens door de staat georganiseerde bijeenkomsten in Iran – beweerde dat hij de certificaten gestolen had en overgedragen aan de Iraanse autoriteiten.

"Net als in andere landen moet samenwerking met westerse inlichtingendiensten bestraft worden", schreef hij in een e-mail, waarbij hij beweerde dat de Iraanse autoriteiten het recht hebben om vast te stellen wie in het land werkt voor buitenlandse spionagediensten.
Bloggers en activisten kunnen nu ook al worden opgepakt voor wat ze online hebben geschreven.

Een 36-jarige Iraans-Canadese web-developer, Saeed Malekpour, wacht op zijn executie nadat hij ter dood werd veroordeeld wegens volgens de rechter "het verspreiden van pornografisch materiaal." Malekpour hield vol dat hij alleen een upload-site had ontwikkeld die door anderen was misbruikt.
De Iraanse cyberpolitie heeft vorige week personen gearresteerd die via een Facebook-pagina online beauty “hot or not” contests georganiseerd hadden. De autoriteitenbeschuldigden de organisatoren van het bevorderen van prostitutie.

De 27-jarige Mostafa, die als assistent in een drukkerij werkt, zei dat hij het internetten vorige week heeft opgegeven. "Geen enkele leuke site zoals Facebook werkt nog. Het enige wat ik kan lezen zijn de officiële Iraanse nieuwssites ", aldus Mostafa, die zijn achternaam niet genoemd wil zien. "Nu wijd ik me volledig aan het werk. Alleen werken. Geen Internet". (The Washington Post – 13 februari 2012)