14 mei 2012 – Honderden familieleden, onder wie veel ouderen, van Iraanse dissidenten die in Ashraf en Camp Liberty wonen, zitten in Iran in de gevangenis alleen wegens het onderhouden van contact met hun familie.

Kobra Banazadeh-Amirkhizi zit sinds januari 2009 in Teheran in de Evin-gevangenis. Vanwege hun verzet tegen de fundamentalistische dictatuur wordt de familie Banazadeh-Amirkhizi al jaren vervolgd in Iran. De dochter en zoon van Kobra Banazadeh-Amirkhizi hebben daarom hun toevlucht gezocht in Ashraf in Irak.

 
Kobra Banazadeh-Amirkhizi (58) werd op 16 januari 2009 op de luchthaven van Teheran gearresteerd toen ze naar Irak wilde vliegen om haar dochter en zoon in Ashraf te bezoeken. Op 11 mei 2009 werd ze tot vijf jaar gevangenis veroordeeld wegens het contact met haar kinderen die lid zijn van de oppositiebeweging PMOI.

In de gevangenis verslechterde haar gezondheid door de verhoren en het mishandelen. Ze werd met kabels op het hoofd en in haar gezicht geslagen. Een van haar ogen is blind geworden door bloedingen. Adequate medische zorg wordt gevangenen geweigerd. Ook haar andere oog dreigt nu het gezichtsvermogen volledig te verliezen.

Honderden familieleden, onder wie veel ouderen, van Iraanse dissidenten die in Ashraf en Camp Liberty wonen, zitten in Iran in de gevangenis alleen wegens het onderhouden van contact met hun familie. Ze zijn ter dood veroordeeld of tot lange gevangenisstraffen.

De executies van de bekende politieke gevangenen Ali Saremi, Jafar Kazemi en Mohammad Ali Haj Aghaei zijn voorbeelden van de wreedheid van het regime in Teheran jegens de familieleden van Iraanse ballingen in Kamp Ashraf.