“In de afgelopen zes maanden heeft mijn moeder steeds verzoeken ingediend om mijn vader over te laten plaatsen. Mijn vader lijdt aan verschillende aandoeningen. Hij heeft zweren, bloedarmoede en spijsverteringsproblemen. Volgens mijn moeder hebben verschillende specialisten hem getest en wordt hij nog steeds gediagnosticeerd,” aldus Maedeh Soltani.
In een interview vertelde de dochter van Abdolfattah Soltani dat haar vader twee weken geleden, nadat zijn gezondheid verslechterd was, in het ziekenhuis is opgenomen. Maedeh Soltani zei dat de Iraanse justitie eindelijk, na maanden van aanvragen voor zijn overplaatsing, heeft toegestaan dat haar vader buiten de gevangenis medisch behandeld wordt.
“In de afgelopen zes maanden heeft mijn moeder steeds verzoeken ingediend om mijn vader over te laten plaatsen. Mijn vader lijdt aan verschillende aandoeningen. Hij heeft zweren, bloedarmoede en spijsverteringsproblemen. Volgens mijn moeder hebben verschillende specialisten hem getest en wordt hij nog steeds gediagnosticeerd,” aldus Maedeh Soltani.

Abdolfattah Soltani, een vooraanstaand mensenrechtenadvocaat, werd op 10 september 2011 gearresteerd. Op 8 januari 2012 veroordeelde rechter Pirabbasi van de Revolutionaire rechtbank in Teheran hem tot 18 jaar gevangenis, verbanning naar Borazjan en 20 jaar verbod om zijn juridische praktijk uit te oefenen wegens “de toekenning van de Nuremberg International Human Rights Award (in 2009), interviews met de media over zaken van zijn cliënten en het mede oprichten van het Center for Human Rights Defenders.”

“De meeste van ziektes van mijn vader zijn veroorzaakt door de omstandigheden in afdeling 209 en in de isoleercellen in de Evin gevangenis, ze zijn het resultaat van psychologische druk en van wat eenzame opsluiting doet met iemand. Mijn vader had in die periode verschillende aandoeningen en later, omdat hij geen behandeling kreeg in de algemene afdeling, is zijn conditie nog slechter geworden. Volgens mijn moeder zag ze mijn vader tijdens een van haar bezoeken zelfs een keer mank lopen, maar hij heeft nooit een woord gezegd over wat er met hem was gebeurd en hoe het kwam dat hij mank liep,” voegde Soltani eraan toe.
“Volgens de artsen weten ze nog niet wat het probleem is van mijn vader, maar ze legden er wel de nadruk op dat hij in een stress-vrije omgeving met goede voeding zal moeten verblijven,” aldus Abdolfattah Soltani’s dochter.

Maedeh Soltani vertelde dat Abdolfattah Soltani bij drie verschillende gelegenheden in de afgelopen maanden heeft geweigerd om geboeid naar het ziekenhuis te worden vervoerd. “Mijn vader ligt nu zonder handboeien in het ziekenhuis. De veiligheidstroepen wisten dat als ze opnieuw probeerden hem te boeien, hij zou weigeren om te gaan. Ze lieten mijn moeder bij hem in het ziekenhuis, maar gaven geen toestemming voor andere familieleden, vrienden en kennissen,” zei ze.

In 2001 heeft Abdolafattah Soltani, samen met andere prominente Iraanse mensenrechtenadvocaten zoals Shirin Ebadi, Mohammad Seifzadeh, Mohammad Ali Dadkhah, en Mohammad Sharif, het Defenders of Human Rights Center opgericht. Hij vertegenwoordigde vele politieke en civiele activisten, zoals Akbar Ganji, Zahra Kazemi’s familie, Zahra Baniyaghoub’s familie, en Haleh Esfandiari, evenals verscheidene religieuze activisten en leden van de vakbond voor buschauffeurs in Teheran. Op dit moment zit ook Mohammad Ali Dadkhah, een ander lid van de DHRC, in de gevangenis; Shirin Ebadi is gedwongen in ballingschap gegaan, en de woordvoerder van de organisatie, Narges Mohammadi, werd tot zes jaar gevangenis veroordeeld, maar werd vrijgelaten en aan haar familie overgedragen nadat ze in de gevangenis volkomen verlamd raakte.