3 mei 2026 – In een gezamenlijke verklaring hebben Volker Türk, Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties en Mai Sato, de speciale rapporteur van de VN voor de mensenrechtensituatie in Iran, het Iraanse regime opgeroepen om onmiddellijk een einde te maken aan executies en een moratorium op de doodstraf in te stellen, alle willekeurig gearresteerde personen vrij te laten, onmiddellijk de volledige toegang tot het internet te herstellen en te zorgen voor een eerlijk proces en toegang tot juridische bijstand voor alle gevangenen.

Beide VN-mensenrechtenfunctionarissen benadrukten dat het Iraanse regime herhaaldelijk vage veiligheidsaanklachten gebruikt om afwijkende meningen het zwijgen op te leggen, doodvonnissen uitspreekt op basis van onder marteling afgedwongen bekentenissen en etnische en religieuze minderheden systematisch onderdrukt.

Volker Türk verklaarde dat het regime sinds het begin van het conflict officieel ten minste 21 executies heeft aangekondigd. Hij benadrukte dat het gebruik van de doodstraf, met name in de context van politieke protesten en sociale onrust, een duidelijke schending is van de internationale verplichtingen van Iran en onmiddellijk moet worden stopgezet.

Hij verwees ook naar de wijdverbreide arrestaties, de ernstige beperkingen van de vrijheid van meningsuiting en de repressieve sfeer in het land, en zei:

“Ik ben ontzet dat bovenop de toch al ernstige gevolgen van het conflict de rechten van het Iraanse volk door de autoriteiten op hardhandige en wrede wijze worden aangetast. “In tijden van oorlog nemen de bedreigingen voor de mensenrechtenverdedigers exponentieel toe.”

De Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN riep ook op tot een onmiddellijke stopzetting van alle executies.

Volker Türk waarschuwde ook dat de langdurige internetblokkade, die hij met 61 dagen omschreef als de langste in de geschiedenis, ernstige bezorgdheid heeft gewekt over het verbergen van de werkelijke omvang van de onderdrukking en executies. Hij benadrukte dat deze maatregel wijdverspreide economische schade heeft veroorzaakt, het onderwijs en de gezondheidszorg heeft verstoord, mensen tijdens het conflict van essentiële informatie heeft beroofd en het regime in staat heeft gesteld hun officiële verhaal te monopoliseren.

Mai Sato had eerder ook al gewaarschuwd dat internetblokkades een instrument van onderdrukking zijn geworden, waardoor de werkelijke omvang van moorden, executies en mensenrechtenschendingen niet aan het licht komt. Zij is van mening dat het werkelijke aantal slachtoffers veel hoger kan liggen dan de officiële cijfers aangeven.

In een ander deel van de verklaring worden de kritieke omstandigheden in gevangenissen en onder de politieke gevangenen belicht. Ernstige overbezetting, tekorten aan voedsel, water, medicijnen en sanitaire voorzieningen en gebrek aan toegang tot medische zorg, zijn de aan de orde gestelde kwesties.

In de Chabahar gevangenis protesteerden de gevangenen tegen het staken van de voedselvoorziening, ze werden met zwaar geweld tot de orde geroepen, dit resulteerde in tenminste vijf doden en 21 gewonden. Er is ook gerapporteerd dat twee andere gevangenen, in een andere faciliteit, dood werden aangetroffen met tekenen van marteling.

Mai Sato heeft herhaaldelijk beklemtoond dat het lot van gedetineerden zichtbaar moet blijven, dat gedwongen verdwijningen voorkomen moeten worden en dat zij, die willekeurig zijn gedetineerd, onmiddellijk in vrijheid moeten worden gesteld.

De verklaring richt zich ook op de inbeslagname van bezittingen van burgers. Beambten van het Iraanse regime hebben beslag gelegd op bezittingen van honderden burgers, waaronder 400 Iraniërs, die in het buitenland verblijven, zoals artiesten, journalisten en zakenlieden, die als verraders worden aangemerkt. Deze actie wordt ernstig bekritiseerd door mensenrechtenorganisaties, als een voorbeeld van grensoverschrijdende onderdrukking.