1 september 2013  –  Zoals al eerder gesignaleerd werd het grote bloedbad in Camp Ashraf van afgelopen 1 september door Khamenei zelf bevolen, en uitgevoerd door strijdkrachten onder het bevel van Maliki, in strikte coördinatie met de terroristische Qods-troepen. Met de bekendmaking van nadere details hierover roept het Iraanse Verzet op tot de vorming van een internationale onpartijdige onderzoekscommissie naar de zware misdaad, met het doel ook de schuldigen te vervolgen en te straffen:
 

  1. Sinds enige tijd hadden de Qods-troepen van Khamenei de opdracht gekregen dit door de Iraakse regering geplande bloedbad voor te bereiden. Volgens dit plan moesten alle Ashraf-bewoners gedood dan wel gegijzeld worden. Gezien de ophef over de chemische aanval door Damascus en de dreigende militaire reactie van de Verenigde Staten gelastte Khamenei de onmiddellijke uitvoering van het beraamde bloedbad in Ashraf.
  2. Donderdag 27 augustus reisde de bevelhebber van de terroristische Qods-troepen, Ghassem Solaymani, met spoed naar Irak om Maliki op een ongewoon tijdstip te ontmoeten, namelijk om 22.30u. Bij deze ontmoeting werd de waarschijnlijkheid van een Amerikaanse aanval op Syrië en de geplande aanval op Ashraf besproken. Bij deze ontmoeting, waarbij ook de Nationale Veiligheidsadviseur van Maliki aanwezig was, werden Solaymani en Maliki het eens over het tijdstip van de aanval op Ashraf. De praktische voorbereidingen voor deze aanval begonnen onmiddellijk na het bezoek van Solaymani.
  3. Voor de lange-termijn-voorbereiding van de aanval werd een groep agenten van de inlichtingendienst van het Iraakse Ministerie van de minister-president, met als hoofd Haidar Azab, gestationeerd in Ashraf. Haidar Azab is reeds door het Spaanse Nationale Gerechtshof  aangeklaagd wegens deelname aan twee slachtingen in Ashraf in de jaren 2009 en 2011. Recent werd ter versterking van de groep Ahmed Khozair, een crimineel die ook al betrokken geweest is bij moordpartijen in Ashraf, naar Ashraf overgebracht.
  4. Enkele dagen vóór het bloedbad heeft een groep van 4 mensen van de inlichtingendienst, onder leiding van Haidar Azab, het aan te vallen gebied verkend. Meer in het bijzonder verkenden ze de noordelijke kant van Ashraf met uitzicht over Street 100, tussen de moskee van Ashraf en de Tulips-Square. Deze mensen hadden maskers op om niet geïdentificeerd te kunnen worden door bewoners, en zelfs niet door Iraakse strijdkrachten. De aanval van 1 september werd vanuit dit gebied uitgevoerd.
  5. Rond middernacht van zaterdag 31 augustus (ongeveer 6 uur vóór de aanval) kwam Majoor-General Jamil Shemeri, bevelhebber van de Diyala-Politie, naar Camp Ashraf en werd in het hoofdkwartier van de plaatselijke politiemacht gestationeerd. Hij zorgde voor de noodzakelijke coördinatie van de aanval met Kolonel Nahad, bevelhebber van het in Ashraf gestationeerde bataljon.
  6. Onder het bevel van Majoor-Generaal Jamil werd vanaf 01.00u. de vanuit Bagdad aangevoerde aanvalsstrijdmacht aan de noordkant van Street 100 gepositioneerd. Deze overbrenging geschiedde onder de grootste geheimhouding om de geplande operatie niet te verraden.
  7. De aanvallende eenheid was een onderdeel van de Speciale Strijdkrachten (SWAT) en droeg speciale korte-afstands-wapens. Bovendien hadden ze 9-mm-handwapens met geluiddemper en metalen en plastic handboeien. Ze waren grondig getraind voor deze operatie, en waren experts in explosies en liquidaties op korte afstand.
  8. De aanvallers waren er zich terdege van bewust dat de bewoners ongewapend waren, maar begonnen bij de inval in het kamp toch te schieten op de meeste mensen die in hun gezichtsveld kwamen. Ze sloegen een aantal van deze mensen in de boeien, verzamelden hen op één punt en openden daarop machinegeweervuur op de groep.
  9. De aanvallende troepen hadden plastic explosieven bij zich, met timers, en verscheidene granaattypes. Ze bliezen meerdere voertuigen, containers, watertanks en huisdeuren op. Bij hun aftocht uit het kamp maakten de criminelen zich schuldig aan verdere explosies alsmede aan brandstichting bij vele verblijven, een aantal vrachtwagens, meerdere tankwagens en acht Toyota-landcruisers. Sommige explosieven ontploften niet, en bleven als blindgangers op deze plaatsen liggen.
  10. Ter voorbereiding van deze criminele aanval sneed drie weken vóór de aanval de Iraakse regering de water- en elektriciteitsvoorziening van Ashraf af. Ze wilden daarmee de bewoners dwingen in een nog beperkter gebied te verblijven om water en elektriciteit te sparen, wat dan weer het geplande bloedbad zou vergemakkelijken. Nadrukkelijke internationale protesten zorgden voor intrekking van deze maatregelen.
  11. Uitspraken van afgelopen zondag na dit bloedbad door Iraakse veiligheidsfunctionarissen, de IRGC en de Iraanse Minister van Inlichtingenzaken laten geen twijfel bestaan over de betrokkenheid van de Iraakse regeringsinstanties op het hoogste niveau en over hun coördinatie met de terroristische Qods-troepen. Op 1 september berichtte CNN-televisie: “Twee functionarissen van het Iraakse Ministerie van Binnenlandse Zaken vertelden CNN dat veiligheidstroepen Camp Ashraf aangevallen hadden nadat hun basis door mortieren geraakt was. De functionarissen verklaarden dat er door de raid slachtoffers gevallen waren, maar dat ze geen nadere details konden geven.” Reuters berichtte diezelfde dag op grond van “twee Iraakse veiligheidsbronnen”: “De strijdkrachten van het reguliere leger en van de speciale troepen hadden het vuur geopend op bewoners.” Reuters voegde eraan toe: “Deze veiligheidsbronnen … geloofden dat de bewoners niet gewapend waren’’.
  12. Op 1 september citeerde het nieuwsagentschap van het Inlichtingenministerie (Mehr) de betreffende minister na de kabinetszitting: “De mogelijkheid bestaat dat in dit geval de Iraakse regering zich verplicht heeft gezien de in Camp Ashraf verblijvende terroristen aan te pakken.” IRGC voegde hieraan toe: “De kinderen van Iraakse als martelaren gevallen Mojahediens hebben op een revolutionaire manier een historische revanche op de PMOI genomen.” Het nieuwsagentschap van de Qods-troepen (Tasnim) schreef: “De volksbeweging van kinderen van "Shabania Uprising” hebben de verantwoordelijkheid voor de aanval op Ashraf op zich genomen.”
    Gezien de bovenvermelde feiten roept het Iraanse Verzet de Amerikaanse regering en de Verenigde Naties, in het bijzonder de Veiligheidsraad, op een internationale onderzoekscommissie te vormen om de schuldigen aan deze zware misdaad te identificeren en hen zonder verdere inmenging van de Iraakse regering te berechten.