Geplaatst: 19 november 2013 09:19, laatste wijziging: 19 november 2013 09:20
Jan van Benthem • commentator buitenland

Westerse beloftes van veiligheid zijn waardeloos. Dat is de les die in het Midden-Oosten wordt getrokken na de moordpartij op 52 ongewapende Iraanse dissidenten in Kamp Ashraf, Irak. De slachtoffers hadden een schriftelijke ‘veiligheidsgarantie’ van Amerika gekregen.

Het was een schokkend beeld, wat de VN-onderzoekers begin september aantroffen in Kamp Ashraf. Ruim vijftig Iraanse dissidenten die in dit kamp verbleven, waren geëxecuteerd. De meesten waren door het hoofd geschoten, vaak met de handen op de rug gebonden. Alle bewijzen wijzen in de richting van één groep daders: bijzondere Iraakse eenheden die onder verantwoordelijkheid staan van de Iraakse premier Nouri al-Maliki.  Nu kent Irak wel meer executies. Net anderhalve week geleden meldde Amnesty International nog dat er dit jaar opnieuw sprake is van een scherpe toename in het aantal doodvonnissen in Irak. Niet eerder sinds de val van Saddam Hussein zijn zo veel mensen ter dood gebracht. 
slepend probleem
 

Maar de 52 slachtoffers in Kamp Ashraf hebben niets te maken met rechtszittingen. Zij maken deel uit van een slepend probleem, waarbij met name de geloofwaardigheid van Amerikaanse beloften in het geding is. Hun dood is maar met een woord te duiden: moord. Met voorbedachten rade.  De inwoners van Kamp Ashraf waren namelijk leden van het ‘Nationale verzet van Iran’, een groep die tijdens het bewind van Saddam Hussein verantwoordelijk was voor aanslagen tegen het regime van de ayatollahs in Iran. In ruil voor Amerikaanse veiligheidsgaranties en toezicht daarop door de VN stemde de groep, die daarvoor in de VS en in Europa werd gezien als een terreurbeweging, ermee in de wapens neer te leggen.

minachting
Die veiligheidsgaranties zijn de afgelopen jaren door de Iraakse regering met minachting aan de kant geschoven. Officieel bewaakten en beschermden Iraakse troepen het kamp, maar in de praktijk werd de inwoners het leven op alle mogelijk manieren onmogelijk gemaakt. Ze werden als gevangenen behandeld, vernederd, beschoten of omver gereden.
Mensenrechtenorganisaties als Amnesty, maar ook de VN-missie in Irak stelden dit herhaaldelijk aan de kaak en ook Washington protesteerde met enige regelmaat bij de regering in Bagdad. Intussen werden de 3400 inwoners van Kamp Ashraf gedwongen te verhuizen naar een voormalig Amerikaans legerkamp, Camp Liberty, omgedoopt tot Kamp Hurriya. Opnieuw ging dit gepaard met beloftes van veiligheid; wat niet wegnam dat het nieuwe kamp al enkele keren met mortieren en raketten werd beschoten.

Hurriya
Begin september verbleven nog zo’n honderd Iraanse dissidenten in Kamp Ashraf, toen de regering in Bagdad kennelijk besloot daar maar eens en voor altijd een einde aan te maken. Op naar buiten gesmokkelde opnames van overlevenden is te zien hoe militairen in de kleding van speciale eenheden naar het kamp oprukken. Uiteindelijk werden 52 inwoners gedood en zeven anderen gevangen genomen. De rest werd afgevoerd naar Hurriya, waarna in strijd met alle afspraken de achtergebleven bezittingen ook nog eens werden geplunderd onder het mom van huiszoeking.
In de gewelddadige omgeving die Irak inmiddels weer is geworden, zijn de 52 doden niet meer dan een wekelijks gemiddelde. Maar hier is meer in het geding. De geloofwaardigheid van de VS en de VN zijn voor het oog van Irak en Iran tot nul gereduceerd. Ze willen of kunnen immers niet eens voor de veiligheid van mensen zorgen die daar een schriftelijke garantie van hebben gekregen?

negeren
Bovendien is de moordpartij aangekondigd door de voormalige hoogste bevelhebber van de Amerikaanse strijdkrachten, generaal Hugh Shelton. In juli schreef hij al dat de VS ‘duidelijk de eigen overeenkomsten en internationale verplichtingen negeren. Het doet me pijn te zien hoe onze regering zo’n onverschilligheid laat zien en eigen toezeggingen negeert.’ En Shelton waarschuwde: ‘En dat alsof we niet zouden weten dat het wachten is op een catastrofe die wordt begaan door de door Iran gecontroleerde Iraakse regering van al-Maliki.

Natuurlijk roepen politici in de VS op tot ‘onafhankelijk en onbevooroordeeld onderzoek’. In Bagdad worden daarover de schouders opgehaald. Het is te laat. Het Westen moet hier een stevige les uit leren: woorden en garanties zijn niet meer dan wat gebrabbel als ze niet gepaard gaan met de bereidheid ze na te komen.
De les van Kamp Ashraf voor de Arabische wereld is intussen dat je niet kunt vertrouwen op al die mooie woorden van de VN, de VS en ook de rest van het Westen. Vooral niet als het om je leven gaat.