5 september 2015 De broer van de gevangen Iraanse journalist Jason Rezaian heeft een emotionele oproep gedaan aan de VN-Mensenrechtenraad. “De wijze waarop Jason gevangen wordt gehouden is op grond van de binnenlandse Iraanse en internationale politiek illegaal en onmenselijk. Hij en andere journalisten mogen niet gevangen worden gehouden, alleen maar omdat ze hun rechten en hun beroep uitoefenen.”

De journalist Jason Rezaian, correspondent van de Washington Post, wordt sinds juli 2014 in Iran vastgehouden. Volgens mensenrechtenactivisten werd hij alleen maar gearresteerd omdat hij zijn recht op vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vergadering en politieke participatie heeft uitgeoefend. De speciale VN-rapporteur over de situatie van de mensenrechten in Iran, Ahmed Shaheed, heeft in al augustus een beroep gedaan op het regime in Teheran om ervoor te zorgen dat journalisten niet vervolgd worden wegens het uitoefenen van hun beroep. “De zaak Rezaian maakt deel uit van een omvangrijke onderdrukking van de vrijheid van meningsuiting in Iran. Journalisten moeten worden beschermd, niet lastiggevallen, gearresteerd of vervolgd,” benadrukte hij.

Op 15 september heeft de broer van de gedetineerde journalist, Ali Rezaian, de Mensenrechtenraad van de VN opgeroepen om zich in te zetten voor de vrijlating van zijn broer en andere slachtoffers van willekeurige arrestaties. In zijn verklaring zei hij o.a.:

“Mijn broer, Jason Rezaian, correspondent van de Washington Post, zit in Iran al 420 dagen onrechtmatig in hechtenis; Hij wordt beschuldigd van misdaden die hij niet heeft begaan. We hebben een verzoekschrift ingediend bij de VN-werkgroep inzake willekeurige detentie, opdat ze dringend vragen om de vrijlating van Jason. Vandaag wil ik dit verzoek herhalen en deze Raad en alle lidstaten vragen om steun hiervoor.

Iran onderschrijft de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. Toch heeft Iran in dit geval herhaaldelijk – en tot heden ongestraft – in strijd is hiermee gehandeld. Jason en zijn vrouw werden zonder wettelijke gronden gearresteerd, ze zaten maanden vast in eenzame opsluiting, waar ze dagenlang werden onderworpen aan eindeloze agressieve ondervragingen.

Jason is fysiek en psychologisch mishandeld. Hij heeft ernstige onbehandelde infecties, is 25 kilo afgevallen, heeft last van zijn luchtwegen en lijdt aan andere kwalen. Zijn geestelijke gezondheid verslechtert van dag tot dag door het aanhoudende isolement en de intimidaties.

Iran hield hem bijna vijf maanden gevangen zonder formele aanklacht, een eerlijk proces werd hem ontzegd, evenals toegang tot een advocaat. Toen hij in staat van beschuldiging werd gesteld weigerde  Iran hem een advocaat naar eigen keuze en vertraagde het enige consult voor het proces zou plaatsvinden met vier maanden.

Het proces zelf was een farce. Het was niet openbaar en op geen enkele manier eerlijk, er werd geen bewijsmateriaal gepresenteerd, het werd herhaaldelijk uitgesteld en was fundamenteel oneerlijk.

De handelwijze van Iran is een schending van mensenrechten en vrijheden die gegarandeerd zijn in zowel de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens als het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, en reflecteert opnieuw een volledig misbruik van het Iraanse rechtssysteem. Het gedrag van Iran in deze zaak werd reeds veroordeeld door onafhankelijke deskundigen van de VN, onder meer door Dr. Seong-Phil Hong, voorzitter van de Werkgroep inzake willekeurige detentie, professor David Kaye, speciale rapporteur over de vrijheid van meningsuiting, en Dr. Ahmed Shaheed, speciale rapporteur voor de situatie van de mensenrechten in Iran.

De wijze waarop Jason gevangen wordt gehouden is op grond van de binnenlandse Iraanse en internationale politiek illegaal en onmenselijk. Hij en andere journalisten mogen niet gevangen worden gehouden, alleen maar omdat ze hun rechten en hun beroep uitoefenen.

Ik roep Iran op om het internationaal recht na te leven en Jason onmiddellijk vrij te laten. Ik verzoek deze Raad, de werkgroep, de speciale rapporteur en alle lidstaten om te helpen bij het bereiken van de vrijlating van mijn broer en alle slachtoffers van ongefundeerde arrestaties.”