Iran: onderdrukking van religieuze minderheden

12 april 2016     De speciale VN-rapporteur voor de situatie van de mensenrechten in Iran maakt zich zorgen over de aanhoudende vervolging van religieuze minderheden in Iran. In het bijzonder de religieuze gemeenschap van de Baha’i heeft last van een systematisch beleid van discriminatie, vervolging, intimidatie en ontzegging van het recht op een bestaansminimum.

In Iran gaat het schenden van de mensenrechten van leden van religieuze minderheden onverminderd door. De speciale VN-rapporteur voor de mensenrechten in Iran, Ahmed Shaheed (foto), oefent in zijn laatste rapport scherpe kritiek uit op de discriminatie en vervolging, waarvan vooral de Baha’i’s en de Christenen in Iran te lijden hebben.

De speciale rapporteur verklaarde dat hij bezorgd is over de situatie van erkende en niet-erkende religieuze minderheden in Iran. Hij krijgt voortdurend berichten over arrestaties en vervolging van mensen wegens hun religie en hun deelname aan bijeenkomsten van de geloofsgemeentes, ook in particuliere woningen. In het bijzonder de religieuze gemeenschap van de Baha’i’s heeft last van een systematisch beleid van discriminatie, vervolging, intimidatie en ontzegging van het recht op een bestaansminimum.

In zijn rapport doet Ahmed Shaheed een beroep op het Iraanse regime te erkennen, dat vrijheid van godsdienst en overtuiging ook het recht betekent op vrije keuze van religie. Hij wees erop dat maatregelen, die het recht op burgerlijke, politieke, sociale of economische participatie beperken, of het opleggen van bijzondere beperkingen wegens de uitoefening van een religie, indruisen tegen het verbod op discriminatie en een schending betekenen van de beschermende voorschriften volgens artikel 26 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.

In het rapport worden onder meer de volgende voorbeelden gegeven van de vervolging van aanhangers van het Baha’i-geloof in Iran:

Naar verluidt heeft in januari 2016 de revolutionaire rechtbank in de provincie Golestan 24 Baha’i’s veroordeeld tot in totaal 193 jaar gevangenis wegens het vreedzame uitoefenen van hun geloof. Op de ochtend van 15 november 2015 hebben agenten van de Geheime Dienst naar verluidt in Teheran, Isfahan en Mashhad 20 Baha’i’s gearresteerd. De overheid heeft geen informatie gegeven over de aanklacht tegen deze mensen, en hun familie werd gedurende meerdere dagen in het ongewisse gelaten over hun verblijfplaats.

De VN-deskundigen krijgen ook voortdurend verontrustende meldingen over maatregelen van Iraanse instanties om de Baha’i’s het economische recht op arbeid te ontnemen.

Deze maatregelen omvatten beperkingen op de aard van werkzaamheden en beroepen die zijn toegestaan ​​voor Baha’i’s, de sluiting van bedrijven die eigendom zijn van Baha’i’s, druk op ondernemers om Baha’i medewerkers te ontslaan, en inbeslagneming van bedrijven en onroerend goed.

De discriminatie van de Baha’i-gemeenschap in Iran wordt volgens het rapport aangemoedigd door het ontbreken van de grondwettelijke erkenning van hun geloof en het ontbreken van wettelijke bepalingen betreffende de bescherming van Baha’i aanhangers. Deze situatie wordt nog erger door openlijke aanvallen op deze religieuze gemeenschap door de overheid of vertegenwoordigers daarvan.

Vervolging van christenen in Iran: Ebrahim Firouzi (foto) werd in april 2015 tot vijf jaar gevangenisstraf veroordeeld. De voormalige moslim die zich tot het christendom heeft bekeerd werd gestraft wegens het uitoefenen van zijn recht op vrijheid van godsdienst. Hij zit al sinds 2013 in de gevangenis en verblijft momenteel, samen met andere christenen, in de Rajai-Shahr gevangenis van de stad Karaj (ten westen van Teheran).

De speciale VN-rapporteur heeft zijn bezorgdheid geuit over de behandeling van Iraanse christenen met een islamitisch verleden, die voortdurend blootgesteld worden aan willekeurige arrestaties en intimidatie – ondanks het feit dat artikel 12 van de Iraanse grondwet het christelijk geloof erkent en zijn volgelingen beschermt.

In het rapport wordt erop gewezen dat veel van deze personen vaak beschuldigd worden van handelen tegen de nationale veiligheid of het verspreiden van “subversieve propaganda”. Volgens de Iraanse wetten kunnen christenen met een islamitisch verleden beschuldigd worden van “afvalligheid”. In januari 2016 zaten naar verluidt tientallen christenen in de Iraanse gevangenissen, velen van hen wegens het bezoek aan een huiskerk.