Monitor Mensenrechten in Iran, Oktober 2019

Inleiding

Iran voert de meeste executies uit per hoofd van de bevolking

Jaarlijks worden in Iran honderden mensen ter dood veroordeeld. 10 oktober, de Internationale dag tegen de doodstraf, herinnert ons aan de duizenden gevangenen die in Iraanse gevangenissen in de dodencellen vertoeven.

Iraanse regeringsfunctionarissen hebben nooit gehoor gegeven aan de oproepen van de internationale gemeenschap om de doodstraf af te schaffen.

Het opzettelijke gebruik van de doodstraf door Iran is een constante bron van internationale verontwaardiging en veroordeling. Volgens verschillende onafhankelijke internationale instanties, waaronder de speciale VN-rapporteur voor de mensenrechten in Iran en Amnesty International, is Iran de staat met de meeste executies per hoofd van de bevolking, alleen in absolute aantallen na China. Iran staat ook bovenaan de lijst van het aantal executies van minderjarigen en jeugdige daders. De Monitor Mensenrechten in Iran heeft in Iran sinds begin 2019 de executie van meer dan 200 personen geregistreerd.

Ten minste acht jeugdige delinquenten en 10 vrouwen werden geëxecuteerd; 12 executies werden in het openbaar uitgevoerd. Onder de geëxecuteerden zijn zes politieke gevangenen.

Het Iraanse regime gebruikt executie als middel om de ontevreden bevolking te onderdrukken en tot zwijgen te brengen, van wie de meerderheid onder de armoedegrens leeft, werkloos is en geen vrijheid van meningsuiting heeft.

In maart 2019 heeft de opperste leider van het regime Ali Khamenei een voormalige rechter, die berucht is als verantwoordelijke voor massale executies, aangesteld als hoofd van de rechterlijke macht om de sociale onrust onder controle te houden. Sindsdien heeft Ebrahim Raisi, die heeft deelgenomen aan ‘doodscommissies’ die in 1988 het bevel gaven voor het bloedbad van tienduizenden gevangenen, tenminste 173 mensen verspreid over heel Iran laten executeren.

In een periode van iets meer dan acht maanden zijn tenminste negen vrouwen geëxecuteerd, terwijl in de periode van 2016 tot 2018 het aantal door het Iraanse regime geëxecuteerde vrouwen gedurende het hele jaar varieerde tussen 6 en 10. Tegelijkertijd tijd escaleerde de executie van druggerelateerde gevangenen.

Op 5 maart 2019 veroordeelde Robert Palladino, plaatsvervangend woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, de benoeming van Raisi tot hoofd van de almachtige rechterlijke macht van Iran en noemde het een “schande” en een “aanfluiting voor de rechtspraak”, aangezien Raisi verantwoordelijk is voor de dood van duizenden politieke gevangenen in de jaren tachtig, inclusief het bloedbad van 1988. Palladino tweette (zowel in het Farsi als in het Engels): “Ebrahim Raeesi (Raisi), betrokken bij massale executies van politieke gevangenen, werd gekozen om de rechterlijke macht van Iran te leiden. Wat een schande! Het regime bespot de rechtspraak door oneerlijke processen en onmenselijke gevangenisomstandigheden toe te staan. Iraniërs verdienen beter!”

Executies uitgevoerd in gevangenissen in Iran:

De meeste executies in 2019 zijn uitgevoerd in de Raja’i Shahr gevangenis.

 

Executies in Iran in strijd met het internationale recht

De doodstraf schendt de meest fundamentele mensenrechten, het recht op leven en het recht om verschoond te blijven van foltering en wrede, onmenselijke en onterende straf.

Wereldwijd hebben 160 landen de doodstraf afgeschaft of op zijn minst een moratorium op het gebruik ervan ingesteld.

Het Iraanse regime heeft niet alleen geweigerd de doodstraf af te schaffen, het heeft ook

• 12 mensen in het openbaar geëxecuteerd, en o.a.:

• acht jeugdige daders,

• verstandelijk gehandicapten,

• 10 vrouwen,

• 33 mensen op beschuldiging van drugsgebruik of -handel,

• mensen veroordeeld op grond van vage beschuldigingen als ‘oorlog voeren tegen God’ of ‘corruptie op aarde’, en

• mensen veroordeeld op grond van andere niet-gewelddadige misdrijven zoals financiële delicten en bespotting

geëxecuteerd.

Omdat bovendien het regime van de geestelijken weigert om moorden in te delen in categorieën naar gelang de achtergronden van de dader wordt iedereen die een moord pleegt ter dood veroordeeld, ongeacht zijn motieven.

Minstens 10 vrouwen opgehangen

Sinds begin 2019 zijn ten minste 10 vrouwen geëxecuteerd.

Op 26 september 2019 werd Leila Zarafshan opgehangen in de centrale gevangenis van Sanandaj.

Een onbekende vrouw werd samen met zeven mannelijke gevangenen op 25 september 2019 opgehangen in de Raja’i Shahr gevangenis te Karaj.

Op 25 augustus 2019 werd in de centrale gevangenis van Mashhad een 38-jarige vrouw geëxecuteerd.

In juli werden in acht dagen tijd vier vrouwen opgehangen, namelijk Maliheh Salehian in de centrale gevangenis van Mahabad, Zahra Safari Moghadam, 43, in de gevangenis van Nowshahr en Arasteh Ranjbar en Nazdar Vatankhah, die al 15 jaar in de gevangenis hadden doorgebracht, in de centrale gevangenis van Urmia.

Het Iraanse regime is de grootste uitvoerder van doodstraffen voor vrouwen en heeft het record van executies per hoofd van de bevolking in de wereld.

Veel van de vrouwen in Iran die zijn veroordeeld voor moord zijn zelf het slachtoffer van huiselijk geweld tegen vrouwen en hebben de betreffende moord uit zelfverdediging gepleegd.

De onmenselijke doodvonnissen, met name voor Iraanse vrouwen, worden uitgevoerd aan het einde van een niet volgens de regels gevoerd en illegaal proces.

Iran executeert acht kinderdelinquenten

Minstens acht mensen zijn in 2019 in Iran geëxecuteerd wegens misdrijven die naar verluidt zijn begaan toen zij kinderen waren.

In een flagrante schending van de internationale mensenrechten heeft het Iraanse regime in april twee tienerjongens gegeseld en geëxecuteerd zonder hun familie of advocaten op de hoogte te brengen. Mehdi Sohrabifar en Amin Sedaghat, twee 17-jarige neven, werden op 25 april geëxecuteerd kort nadat ze waren overgebracht naar de gevangenis van Adelabad in de zuidelijke provincie Fars. Beiden werden meer dan twee jaar geleden, toen ze 15 jaar oud waren, gearresteerd en veroordeeld wegens verkrachting.

De mensenrechtengroep meldde, dat de families van de jongens hen de voorafgaande dag in de gevangenis mochten bezoeken maar niet te horen kregen dat het ter voorbereiding op hun executie was. Naar verluidt hoorden de families van het nieuws toen ze telefoontjes ontvingen van de Iraanse organisatie van justitieartsen. Beide lichamen zouden zijn bedekt met striemen, wat aangeeft dat ze vóór hun dood waren gegeseld.

Amnesty International zei in een verklaring van 29 april: “De Iraanse autoriteiten hebben opnieuw bewezen dat ze weerzinwekkend bereid zijn om kinderen ter dood te brengen, in flagrante strijd met het internationale recht.” Het internationale recht verbiedt ten strengste het gebruik van de doodstraf in alle gevallen waarin de verdachte ten tijde van het misdrijf jonger dan 18 was. Iran heeft het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind ondertekend, dat het gebruik van de doodstraf verbiedt.

In 2013 zijn wijzigingen aangebracht in het strafwetboek ter bescherming van minderjarigen in het strafrechtsysteem van Iran, waardoor rechters discretie kunnen gebruiken bij de veroordeling van misdrijven waarop de doodstraf staat. Volgens Amnesty International zijn die wijzigingen echter niet serieus doorgevoerd waardoor de autoriteiten “hun voortdurende schendingen van kinderrechten kunnen goedpraten en kritiek op hun afschuwelijke staat als een van ’s werelds laatste uitvoerders van doodstraffen voor jeugdige daders kunnen afwijzen.”

Meer dan 90 andere jongeren blijven het risico lopen geëxecuteerd te worden. Velen van hen hebben reeds lange tijd in de dodencel doorgebracht – in sommige gevallen meer dan tien jaar.

Twee 17-jarige jongens, Mehdi Sohrabifar (links) en Amin Sedaghat (rechts) werden op 25 april 2019 geëxecuteerd.

Executies op politieke gronden

Iran heeft verschillende mensen geëxecuteerd op vage beschuldigingen met weinig transparantie noch met een eerlijk proces.

In 2019 zijn tenminste acht gevangenen geëxecuteerd die werden veroordeeld wegens ‘oorlog voeren tegen God’ of ‘corruptie op aarde’. Hun namen zijn Seyyed Jamal Haji Zavvareh, Maliheh Salehian, Abdullah Karmollah Chab, Ghassem Abdullah, Hamid Derakhshandeh, Behrouz Abdipour, Hossein Roshan en Mohsen Kounani. Nog minstens 40 gevangenen die veroordeeld zijn op basis van vergelijkbare aanklachten bevinden zich in de dodencel.

Iran is ook berucht vanwege het executeren van mensen voor misdaden die niet voldoen aan de internationale basisnorm om de doodstraf te beperken tot de meest ernstige misdrijven.

In een recente zaak heeft het Revolutionaire Hof van Teheran een aanhanger van de Iraanse Volksbevrijdingsbeweging  ter dood veroordeeld. Volgens de uitspraak werd de mensenrechten -activist Abdullah Qasempour veroordeeld tot de doodstraf èn tot acht jaar gevangenisstraf op beschuldiging van “vijandschap met God door lidmaatschap van, goedkeuring van en samenwerking met de Iraanse Volksbevrijdingsbeweging”. Het hof beschuldigde de 34-jarige Abdullah Qasempour van het filmen van het incident en het verzenden van de video naar media die verbonden zijn  .De lange staat van dienst van de rechterlijke macht inzake het schenden van de rechten van gedetineerden en het toepassen van de doodstraf zonder gepaste procedure geven aanleiding tot ernstige zorgen. Twee gevangenen, Abdullah Karmollah Chab en Ghassem Abdullah, uit de Arabische Ahwazi minderheid in Iran, werden op 4 augustus geëxecuteerd, na maanden van marteling waarin beiden werden gedwongen om valse bekentenissen af te leggen. In augustus executeerden de Iraanse autoriteiten Hamidreza Derakhshandeh, een man die de vrijdaggebedsleider van het regime in Kazerun had vermoord.

Vrijdaggebedsleiders zijn moellahs die in verschillende steden rechtstreeks Ali Khamenei, de opperste leider van het Iraanse regime, vertegenwoordigen als gevolg waarvan ze erg gehaat worden door de Iraanse bevolking, die de repressie en corruptie van regime-ambtenaren beu is. Vorig jaar werd Kazerun opgeschrikt door duizenden protesterende burgers die woedend waren over het beleid van het regime om de gemeentelijke indeling van de stad te veranderen, wat de weg zou effenen voor meer malversaties door ambtenaren van het regime en zou resulteren in minder dienstverlening aan de inwoners van de stad.

De protesten van het volk overal in Iran richten zich regelmatig tegen regeringsfunctionarissen, onder wie ook vrijdaggebedsleiders, vanwege hun rol in de corruptie door de overheid.

In commentaren naar aanleiding van de moord op de vrijdaggebedsleider van het regime in Kazerun had Derakhsan gezegd: ‘Beste mensen van Iran, ik houd van jullie allemaal, ik houd van de arme mensen van Iran, degenen die ’s-avonds geen brood te eten hebben, degenen die ziek zijn geworden van het moeten lenen om rond te komen …”. “Ik heb gevallen van onrecht gehoord en gezien. Honderden van zulke gevallen. Er is maar zoveel dat ik kan doen om te kopen en aan de armen te geven. Ik zag deze misdaden. Ik ben geen crimineel. Dit was mijn eerste keer. Mijn vrienden kennen mij. Ik ben geen crimineel.”

Tegen tegenstanders van de doodstraf

Op 18 juni 2019 heeft het Revolutionaire Hof van Teheran een nieuwe zaak onderzocht tegen Golrokh Ebrahimi Iraee en Atena Daemi, aangeklaagd vanwege hun protest – terwijl zij zelf in gevangenschap zaten – tegen de executie van drie Koerdische dissidenten. De rechtbank veroordeelde hen tot 1,5 jaar gevangenisstraf wegens ‘propaganda tegen de staat’ en tot 2 jaar en een maand wegens ‘belediging van de leider (d.w.z. Ali Khamenei)’.

Amir Raissian, advocaat van Golrokh Ebrahimi Iraee, vertelde de pers op 5 september 2019 dat dit vonnis in hoger beroep was bevestigd zonder te zijn onderzocht door het Hof van Beroep. Golrokh Ebrahimi Iraee werd in april na meer dan drie jaar gevangenisstraf vrijgelaten.

In september 2019, op de eerste verjaardag van de executies van Koerdische politieke gevangenen Zaniar Moradi, Loghman Moradi en Ramin Hossein Panahi, stuurde Atena Daemi een open brief vanuit de Evin gevangenis waarin ze haar verzet tegen de doodstraf benadrukte. In een deel van haar brief verwees ze naar haar nieuwe veroordeling, waarin ze schreef: “Wat een eer om nog een gevangenisstraf te krijgen voor mijn verzet tegen de doodstraf en voor het verdedigen van het menselijk leven.”

Oproep tot afschaffing van de doodstraf

Aan de vooravond van 10 oktober, de Internationale dag tegen de doodstraf, roept Monitor Mensenrechten in Iran alle internationale mensenrechtenorganisaties, met name de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten en de speciale rapporteur voor de situatie van de mensenrechten in Iran, journalisten en de media, dringend op om de gruwelijke executies in Iran te veroordelen en onmiddellijk actie te ondernemen om en einde te maken aan de uitvoering van deze middeleeuwse misdaden in de eenentwintigste eeuw.

We willen een Iran vrij van executies.