10 Oktober 2019 – De doodstraf is een wrede en onmenselijke straf, die ingaat tegen het grondrecht van een mens op leven en is in strijd is met menselijke waarden. We zetten ons in voor de onmiddellijke stopzetting van terechtstellingen en voor de opheffing van de doodstraf in Iran.

Terwijl de internationale gemeenschap op 10 oktober de wereld-dag tegen de doodstraf viert en er wordt stil gestaan bij de wereldwijde tendens om de doodstraf af te schaffen, gaat het Islamitisch regime in Iran door met zijn wrede executie-praktijken.

Sinds juli 2019 werden volgens berichten van mensenrechtenverdedigers meer dan 100 personen in Iran ter dood gebracht, waaronder zes vrouwen. Er werden over de laatste zes jaar minstens 3800 terechtstellingen in Iran geregistreerd. In verhouding tot het inwonersaantal zijn er in geen enkel land meer executies dan in Iran. Voor duizenden gevangenen in het land dreigt hun executie, onder hen zijn politieke gevangenen en leden van minderheden.

De doodstraf is een wrede en onmenselijke straf, die ingaat tegen het grondrecht van een mens op leven en in strijd is met zijn menselijke waarden. We zetten ons in voor de onmiddellijke stopzetting van terechtstellingen en voor de opheffing van de doodstraf in Iran.

We doen een beroep op de Bondsregering van Duitsland, op de Europese Unie en de Raad van Europa, die zich al vele malen zich hebben uitgesproken tegen de toepassing van de doodstraf, in alle gevallen en onder alle omstandigheden, om zich met kracht en nadrukkelijk in te zetten, opdat er een einde komt aan de terechtstellingen in Iran.

Ophouden met het terechtstellen van minderjarigen!

Het regime in Teheran houdt als altijd vast aan de Islamitische wetgeving, die zelfs toestaat dat negenjarige meisjes en 15-jarige jongens ter dood worden veroordeeld. Daarbij gaan de machthebbers in Iran voorbij aan de internationaal gelden mensenrechtenwetgeving. Deze verbiedt, zonder uitzonderingen en strikt, de voltrekking van een doodvonnis aan een minderjarige.

Zowel de VN-Conventie over de Rechten van het Kind, als ook het internationale verdrag over burgerlijke- en politieke rechten – die beide door Iran zijn geratificeerd – verbieden de executie van personen, die, bij het begaan van de hen verweten daad, nog geen 18 jaar oud waren. Toch worden In Iran telkens weer minderjarigen ter dood veroordeeld en terechtgesteld.

Mehdi Sohrabifar en Amin Sedaghat waren nog minderjarig toen zij in april 2019 in Iran terechtgesteld werden. Ze werden op vijftienjarige leeftijd gearresteerd en door middel van marteling tot een onterechte bekentenis gedwongen. Noch hun advocaten, noch hun ouders werden over hun executie in kennis gesteeld.

Op 25 april 2019 werden in Iran twee 17-jarigen terechtgesteld. De executies werden in het geheim uitgevoerd in de Adelabad gevangenis van Shiraz. Volgens uitlatingen van hun familieleden werden op de lijken bloedige striemen geconstateerd, die erop wijzen dat de beide minderjarigen voor hun terechtstelling werden gegeseld.

Op 9 mei 2019 hebben zes mensenrechtendeskundigen de Verenigde Naties er opmerkzaam op gemaakt dat in gevangenissen in Iran tenminste 90 personen worden vastgehouden, die als minderjarigen zijn gearresteerd en daarna ter dood zijn veroordeeld. Deze jonge gevangenen lopen acuut het gevaar om geëxecuteerd te worden.

VN-deskundigen: In Iran dreigen verdere terechtstellingen van minderjarigen

Terechtstelling als middel van terreur tegen de eigen bevolking 

De justitie van het onrecht in Iran, die functioneert als instrument van onderdrukking, velt dagelijks nieuwe doodvonnissen. De processen worden nooit volgens internationale standaarden gevoerd. In Iran worden veel mensen terechtgesteld voor daden, die volgens internationale strafmaat helemaal geen straf verdienen, laat staan de doodstraf. Vaak berusten de doodsvonnissen op “bekentenissen”  die door marteling zijn afgedwongen.

Volgens mededelingen van VN-deskundigen staat de executie-praktijk van het regime in Teheran gelijk aan willekeurige moord en is in strijd met de wet. Altijd weer vinden de executies plaats in de openbare ruimte, dit wordt door het terroristische regime gebruikt als afschrikkingsmiddel, gericht tegen de bevolking.

Nee tegen de doodstraf! Ja voor het leven! Mensenrechtenverdedigers protesteren in Teheran bij het graf van de Iraanse Reyhaneh Jabbari tegen de terechtstellingen in Iran. Zij werd op 26-jarige leeftijd onschuldig ter dood veroordeeld en terechtgesteld. 

Tegenstanders van de doodstraf worden door de justitie van het regime vervolgd en met langdurige opsluiting bestraft. Niettegenstaande dat organiseren zich in Iran steeds meer mensen in de groeiende beweging tegen de doodstraf.

Gedurende de vergadering van de Raad voor de Mensenrechten van de VN in Geneve in september 2019 eisten mensenrechtendeskundigen en bannelingen dat de massa-executies in Iran moeten worden ondergezocht en de verantwoordelijken rekenschap moeten afleggen. Onder de deskundigen bevonden zich Prof. Alfred de Zayas, die vroeger de bijzondere rapporteur was van de VN over de bevordering van een democratische en rechtvaardige internationale groepering en de bekende mensenrechtenadvocate Kirsty Brimelow.

Ze wezen in het bijzonder op de massaexecuties in het jaar 1988, waaraan, zo is de schatting, 30000 politieke gevangenen in Iran ten offer vielen. Deze in 1988 in de gevangenissen uitgevoerde massamoord is een van de wreedste dieptepunten in de vervolging van tegenstanders en andersdenkenden in Iran en wordt gerekend tot de ernstigste mensenrechtenschendingen van het daar heersende regime.

Tot op de dag van vandaag zijn deze massaterechtstellingen niet onderzocht, noch vergolden. Niemand is voor deze massamoord ter verantwoording geroepen. Het blijkt uit documenten dat veel van de hooggeplaatste autoriteiten in het huidige bewind in Iran direct bij de massamoord betrokken waren.

Deze straffeloosheid heeft zwaarwegende gevolgen voor de huidige tijd, namelijk die dat terechtstellingen en mensenrechtenschendingen in Iran tot op de dag van vandaag doorgaan. Mensenrechtenverdedigers roepen op dat de daders en de verantwoordelijken voor de massaexecuties, volgens het internationale strafrecht, vervolgd moeten worden. Een dergelijke misdaad tegen de menselijkheid mag niet onbestraft blijven, het maakt niet uit wanneer deze is begaan.