Irena Sendler was een Poolse vrouw die tijdens de Holocaust in haar eentje het leven van circa 2500 Joodse kinderen redde. Sendler, die zelf niet Joods was, was geschokt en verbijsterd door wat ze in 1939 om haar heen in het getto van Warschau zag gebeuren.

Daarop verschafte ze zich een pas om dagelijks het getto binnen te gaan en ouders over te halen hun kinderen aan haar toe te vertrouwen om ze naar buiten te smokkelen en zo een grotere kans te geven om de oorlog te overleven.

Ze gaf de kinderen een nieuwe naam en een andere verblijfplaats (weeshuis, kerk, klooster, woning etc.). Ze noteerde de oude en nieuwe gegevens met betrekking tot de kinderen en stopte die in potten die ze begroef onder een boom. De nazi’s ontdekten in 1943 wat ze deed en namen haar gevangen, waarna ze haar voeten en benen braken om informatie te verkrijgen over de kinderen, maar Sendler liet niets los. Ze werd ter dood veroordeeld, maar gered door het Poolse verzet. Na de oorlog groef ze de potten op in de hoop de kinderen te herenigen met hun families.

‘Ik heb van mijn vader geleerd dat je mensen die aan het verdrinken zijn niet vraagt of ze kunnen zwemmen. Je springt gewoon het water in en biedt hulp.’ – Irena Sendler

‘Elk met mijn hulp gered kind vormt de rechtvaardiging van mijn bestaan op aarde, en is niet iets waar je prat op moet gaan.’ – Irena Sendler

‘We moeten onszelf afvragen: wat zou ik gedaan hebben?’ Ik ben het eens met Wladyslaw Bartofszewski, een van de organisatoren van ZEGOTA, die zei: ‘Alleen de doden hebben genoeg gedaan.’ – Irena Sendler