23 november 2020 – Succesrijk mensenrechtenwerk: Een nieuwe resolutie van de Algemene Vergadering van de VN eist, dat er omvangrijke maatregelen moeten worden getroffen, om de verantwoordelijken voor de ernstige schendingen van de mensenrechten in Iran rekenschap te laten afleggen en daarmee hun straffeloosheid te beëindigen.

De voor de mensenrechten verantwoordelijke Derde Commissie van de Algemene Vergadering van de VN heeft op 18 november in New York ingestemd met een nieuwe resolutie, waarin de wereldgemeenschap het regime in Iran met klem oproept te stoppen met de schendingen van de mensenrechten en zijn verplichtingen dienaangaande na te komen. Tot de ondersteuners van de resolutie, die in december in de Algemene Vergadering definitief werd aangenomen, behoren ook Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië.

De wereldgemeenschap sommeert het regime in Teheran in de resolutie om alle gevangenen, die alleen maar omdat zij van hun mensenrechten gebruik maakten, in hechtenis zijn genomen, in vrijheid te stellen. Daartoe behoren ook die personen die vanwege hun deelname aan de burgerprotesten van november 2019 en januari 2020 gearresteerd werden. Verder moet het regiem de mensenrechten van vreedzame demonstranten respecteren en ophouden met represailles tegen demonstranten en hun familieleden.

In de resolutie wordt dringend opgeroepen om treffende maatregelen te nemen om de verantwoordelijken voor de ernstige mensenrechtenschendingen in Iran rekenschap te laten afleggen en daarmee hun straffeloosheid te beëindigen. Onder ernstige mensenrechtenschendingen, waaraan gearresteerde demonstranten en andere politieke gevangen worden blootgesteld, verstaat de resolutie o.a. excessief gebruik van geweld, hechtenis volgens willekeur, marteling en andere wrede mishandeling om bekentenis af te dwingen. Alarmerend zijn ook die gevallen waarin een gevangene op onverklaarbare wijze de dood vond, zowel als gevallen van personen, die zonder een spoor achter te laten verdwenen, of willekeurig door ordetroepen van het regime werden gedood.

In de resolutie komt ook het geval van de Iraanse sportman Navid Afkari aan de orde, die in september 2020 terechtgesteld werd, nadat hij door marteling tot een valse bekentenis was gedwongen. Hij werd ter dood veroordeeld omdat hij aan de burgerprotesten had meegedaan.

De wereldgemeenschap brengt in de resolutie haar ernstige bezorgdheid naar voren, dat het aantal doodvonnissen en terechtstellingen in Iran voortdurend zo zorgwekkend hoog blijft. Er zijn ook personen, die op vaag gedefinieerde misdrijfaanklachten terechtgesteld worden, die volgens internationaal recht helemaal niet strafbaar zijn. Met deze praktijk t.a.v. terechtstellingen schendt het regime in Teheran zijn verplichtingen aan de mensenrechten.

Verder wordt veroordeeld dat Iran, zoals in het verleden, minderjarigen ter dood veroordeelt en terechtstelt. Ook daarmee gaat het regime in tegen de internationaal geldende mensenrechten-wetgeving. Zowel de VN-conventie over de rechten van het kind als ook het internationale verdrag over burger- en politieke rechten – die beide door Iran zijn geratificeerd – verbieden zonder uitzondering en nauwkeurig de terechtstelling van mensen, die bij het begaan van hun daad nog geen achttien jaar waren.

De resolutie gaat ook in op het feit dat in Iran de vrijheid van mening en meningsuiting ernstig wordt geschonden. Mensenrechtenverdedigers en zij die tegen het regime zijn worden blootgesteld aan represailles en vervolging. Ook een thema in de resolutie is de voortdurende discriminatie en rechtenschending van vrouwen en meisjes in Iran.

De wereldgemeenschap eist van het regime in Teheran dat het onmiddellijk ophoudt met deze mensenrechtenschendingen en ook alle vormen van onderdrukking en discriminatie van religieuze minderheden beëindigt. Alle gevangenen, die op grond van hun geloofsovertuiging, gevangen zitten, moeten in vrijheid worden gesteld.

Internationale Mensenrechtenorganisaties hebben zich bij de VN voor de resolutie ingezet en zien de aanvaarding ervan als een succes van hun werk om de feiten aan het licht te brengen. Met deze resolutie wordt opnieuw door de statengemeenschap een sterk signaal afgegeven aan Iran om concrete verbeteringen aan te brengen in de toestand van de mensenrechten en worden misleiding en uitvluchten, om de verschrikkelijke toestand m.b.t. de mensenrechten te verdoezelen door het regime in Teheran, niet geaccepteerd.

Mensenrechtenverdedigers wijzen er op, dat de dictatuur in Iran al jarenlang teruggrijpt op massaexecuties om aan de macht te blijven en de stem van de critici te onderdrukken. De daders en de verantwoordelijken van deze massaslachtingen moeten volgens internationaal recht strafrechtelijk worden vervolgd. Op het gebied van de mensenrechten moet de internationale druk op de machthebbers in Teheran toenemen. Betrekkingen met het regime moeten afhankelijk worden gemaakt van hun respect van de mensenrechten.