Iran heeft acht steden met meer dan een miljoen inwoners. Verreweg de grootste stad is de hoofdstad, Teheran. Ongeveer 16% van alle Iraniërs woont in of nabij deze stad. Mashhad is met bijna drie miljoen inwoners de tweede stad van het land. Mashhad is een van heiligste steden van het sjiisme. Isfahan is de derde stad van Iran. De andere miljoenensteden zijn Karaj, Tabriz, Shiraz, Ahvaz en Qom.

De bevolking van Iran is de laatste decennia zeer snel verstedelijkt naar ruim 60%. De Verenigde Naties voorspelt dat tegen 2030 80% van de bevolking in steden zal wonen.

Teheran is de hoofdstad van zowel Iran als de provincie Teheran. Het is ook de grootste en dichtstbevolkte stad met een bevolking van ongeveer 16 miljoen mensen. De stad is de op een na grootste in West-Azië, de derde grootste in het Midden-Oosten en de 29e ter wereld.

Teheran ligt op een hoogte variërend van ongeveer 1100 meter in het zuidelijke gedeelte van de stad tot 1750 meter in het noordelijke gedeelte van de stad. Teheran heeft een landklimaat met grote temperatuurverschillen tussen zomer en winter. De zomers zijn droog en heet. De gemiddelde temperatuur voor de maand juli ligt boven de dertig graden. De winters zijn koud, met temperaturen rond het vriespunt. In de winter valt geregeld sneeuw in de stad.

Teheran kent een groot aantal straten met aan weerszijden oude platanen, wat de stad de bijnaam ‘Plataanstad’ gaf in de geschiedenis.

Teheran wordt voor het eerst vermeld in de elfde eeuw v.Chr., maar archeologische opgravingen hebben aangetoond dat de eerste bewoners zich zo rond 3000 v.Chr. vestigden. Teheran was vroeger een van de dorpen van de grote, oude stad Rey. Pas vanaf de zeventiende eeuw ontwikkelde Teheran zich tot een echte stad.

Agha Muhammad Khan, de stichter van de Kadjaren-dynastie, koos Teheran in 1788 als de hoofdstad van Iran. De tweede sjah van de Kadjaren, Fath Ali, die de basis legde voor een Perzische culturele renaissance, liet mooie en grote paleizen optrekken in Teheran. Onder zijn regering vestigden zich vele ambachtslieden en kooplieden uit oudere Perzische centra als Kashan, Isfahan, Shiraz en Tabriz in de nieuwe hoofdstad.

De bevolking is overwegend jong en hoog opgeleid, hoewel vrij veel (hoogopgeleide) jongeren door de zeer slechte economische omstandigheden de stad verlaten en zich elders in de wereld vestigen.

Onder andere door de grootte, de slechte verkeerssituatie, het sterk verouderde wagenpark en zijn ongunstige ligging, kampt de stad met een enorme luchtvervuiling. Teheran behoort in dit opzicht tot de vijf meest vervuilde steden ter wereld en het gebeurt niet zelden dat scholen sluiten vanwege smogalarm. In 2000 opende de metro van Teheran die op sommige trajecten een alternatief biedt voor het drukke wegverkeer. Het netwerk heeft anno 2010 drie lijnen, een lengte van meer dan vijftig kilometer en bestaat uit 52 stations.

Beroemd zijn de bazaar in het zuiden van de stad waar een keur aan producten kan worden gekocht, het voormalige paleis van de sjah, alsmede de vele parken die de stad telt.

Moderne bouwwerken zijn onder andere de Borj-e Milad en de Azadi-toren op het Azadi-plein.

De Borj-e Milad in Teheran is de hoogste vrijstaande toren in Iran. Vanaf de voet tot de top van de antenne meet de constructie 435 m. Onder de antenne zijn er 12 verdiepingen, het dak op 315 m hoogte. Er is zowel een lift als trappen naar deze verdiepingen.

De toren maakt deel uit van Teherans internationale handels- en congrescentrum. Het project bestaat uit de Milad-telecommunicatietoren met panoramische restaurants, een vijfsterrenhotel, een congrescentrum, een World Trade Center en een IT-park. Het doel van het project is een antwoord te bieden op de noden vanuit de bedrijfswereld in de geglobaliseerde 21e eeuw, door het samenbrengen van infrastructuur voor handel, informatie, communicatie en accommodatie op een campus.

Het complex beschikt over 27.000 m² aan parking, een grote computer- en telecommunicatie-eenheid, een wetenschappelijke en culturele eenheid, een centrum voor commerciële transacties, een hal voor tijdelijke tentoonstellingen, een gespecialiseerde bibliotheek, een expo-centrum en een administratieve dienst.

De Milad-toren zou de vierde-hoogste vrijstaande toren ter wereld zijn, en de enige met een achthoekige basis, symbool van de traditionele Perzische architectuur. Waarschijnlijk vervangt de Milad-toren de Azadi-toren als landschapskenmerk van Teheran.

De Azadi-toren (vrijheidstoren) is een monument gelegen aan het Azadi-plein in de Iraanse hoofdstad Teheran.

Het gebouw was voorheen bekend als de Shahyad-toren en is een van de herkenningspunten die in Teheran is gelegen. De naam Shahyad betekent in het Perzisch ‘gedenkteken van de Shah’ en werd gegeven ter ere van de Shah. De toren maakt deel uit van het Azadi Culturele Complex, waarbij ook een ondergronds museum aanwezig is. De Azadi-toren is gelegen in het Westelijk deel van de stad en moet symbolisch de poort naar de westerse wereld voorstellen.

De Azadi-toren is 45 meter hoog en is bekleed met gehouwen marmer. Het bevat 8000 steenblokken afkomstig uit de provincie Isfahan, die onder toeziend oog van steenhouwer Ghaffar Davarpanah Varnosfaderani zijn aangebracht. De toren werd gefinancierd door 500 Iraanse industriëlen en kostte circa zes miljoen dollar.

De Azadi-toren werd ingehuldigd op 16 oktober 1971, toen nog onder de naam Shahyad, en werd op 14 januari 1972 voor het publiek opengesteld.

Het bouwwerk is in 1979 hernoemd naar Azadi (vrijheid).

Mashhad is de hoofdstad van de provincie Razavi Khorasan en de op een na meest bevolkte stad van Iran met een bevolking van bijna drie miljoen. Mashhad is een Arabische naam die “de plaats van het martelaarschap” betekent, omdat de achtste Iman van sjiitische moslim, Ali ar-Ridha, daar werd vermoord. De opmerkelijke moskee, die nog steeds staat tot nu toe, werd gebouwd in 1418 tijdens het bewind van Timurid Shahrukh Mirza. Mashhad speelde een belangrijke rol als een politieke en religieuze stad in de 18e eeuw. is het op een na grootste autoproductiecentrum in Iran. De economie is gebaseerd op fruit, snoep, kostbare stenen en religieuze souvenirs.

Isfahan is de hoofdstad van de provincie Isfahan en een thuis voor bijna 2,5 miljoen inwoners. De stad was ooit de grootste ter wereld en floreerde tussen 1050 en 1722 onder de Safavid-dynastie. De stad heeft een deel van zijn vroegere glorie behouden, waaronder de Perzisch-islamitische architectuur. Het centrum van Isfahan is momenteel ’s werelds vijfde grootste winkelcentrum. De stad is een belangrijk toeristisch knooppunt met verschillende locaties, waaronder bazaars, bruggen, kathedralen, tuinparken, huizen, graven, minaretten, moskeeën, musea en scholen. Isfahan staat ook bekend om de productie van het Perzische tapijt, beryouni gerecht, muziek en sport.

Aali Qapu Paleis (zie foto)

Het paleis is gelegen aan het Naqsh-e Jahan Plein in Isfahan en is gebouwd in de Safavidische Periode. Het paleis staat bekend om haar balkon en muziekkamer.

Het koninklijk paleis van Ali Qapu is gebouwd aan de westkant van het Naqsh-e Jahan Plein. Het paleis werd gebouwd op bevel van Shah Abbas in 1597. Het is een rechthoekig gebouw, 48 meter in hoogte en met 5 verdiepingen die verbonden zijn met spiraaltrappen. Er zit een groot balkon aan de voorzijde van het paleis, dat is bedekt met schilderingen, houten dak en gedecoreerde houten pilaren. Het balkon werd gebruikt door Safavidische koningen om naar ceremonieën te kijken zoals polowedstrijden, paardenraces en andere evenementen die werden gehouden op het plein er onder.

Het belangrijkste onderdeel van het paleis is de miniatuurschilderingen, en de meest-gedecoreerde kamer bevindt zich op de zesde verdieping. Reza Abbasi en zijn getalenteerde leerlingen maakten de schilderingen. Het werd later de “muziekkamer” genoemd; het bovenste deel van de muren zit vol met stucwerk in de vorm van verscheidene vaasmotieven en ook flessen en karaffen. Anders dan de kamer die is gebouwd in het Sheikh Safi al-Din mausoleum, werd deze kamer niet gebruikt als toonzaal van vazen. Zoals de naam aangeeft, werd de kamer gebruikt als muziekruimte, en de stucwerk nissen stopten de echo van de kamer en hielp zodoende de luisteraars om het geluid beter te kunnen horen.

Tabriz, in de Oudheid Tauris genoemd, is de op drie na grootste stad van Iran en tevens de hoofdstad van de provincie Āz̄arbāyjān-e Sharqī, gelegen in het uiterste noordwesten van het land. De stad heeft een lange geschiedenis als knooppunt in de Zijderoute en de diverse rijken van de Perzen, Arabieren, Turken en Mongolen hebben er hun bouwwerken achtergelaten.

De stad ligt op een hoogte van circa 1400 meter aan de rivier de Adji Tsjay, niet ver van het vulkanische Sahand-massief, in een streek die zeer gevoelig is voor aardbevingen. Tegenwoordig is Tabriz de belangrijkste stad in Iraans Azerbeidzjan en heeft een populatie van ruim 1,5 miljoen inwoners Turkse Azerbeidzjanen.

Aan het eind van de 16e en het begin van de 17e eeuw werd de stad tweemaal kort door Ottomaanse legers ingenomen In 1826 werd de stad door de Russen ingenomen, maar ook deze konden de stad niet houden. Over de eeuwen heen wisselden verscheidene Turks-Perzische dynastieën zich af in Iran. Onder de Turks-Perzische Kadjaren, die van 1794 tot 1925 over Iran heersten, woonde de kroonprins in Tabriz.

De stad bleek ook belangrijk in de Tweede Wereldoorlog, Tabriz was vanaf 12 december 1945 tot 12 december 1946 hoofdstad van onafhankelijke staat van Zuid-Azerbeidzjan.

Tabriz ligt aan belangrijke oude handelsroutes. Het groeide in de achtste eeuw na Christus uit tot een belangrijk knooppunt aan de noordelijke zijderoute richting Trabzon aan de Zwarte Zee, in het huidige noordoosten van Turkije. De stad brengt beroemde geknoopte tapijten voort. Er zijn talloze moskeeën in de stad, en ook enkele kerken. De Blauwe moskee van Tabriz is een belangrijke, historische moskee. De stad staat bekend om zijn bazaars, en de Bazaar van Tabriz is dan ook de grootste bazaar van het land. In de stad zijn enkele historische en culturele musea en veel historische architectuur zoals de moskee Imamzadeh Hamzah.

Tabriz Bazaar is een van de grootste overdekte bazaars ter wereld met de meest perfecte sociale organisatie onder de bazaars van Iran.

De historische bazaar van Tabriz is een van de meest massieve overdekte onderling verbonden bakstenen constructies ter wereld. Tabriz, de grootste stad in Noordwest Iran (provincie oost-Azerbaijan), was in verschillende historische tijdperken de hoofdstad van Iran.

Het historische bazaar complex staat sinds 2010 op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Dit enorme traditionele complex omvat twee dozijn karavanserais, 22 timches en meer dan 5500 verschillende winkelpuien.

Een timche is een koepelvormige hal en karavanserai bestaande uit een binnenplaats omgeven door een reeks kamers. De meeste Timches en karavanserais hebben drie verdiepingen; de middelste verdieping is om goederen te verhandelen en te verkopen, de onderste verdieping is het magazijn en de bovenste verdieping is voor rust en slaap. Zowel moderne als traditionele koopwaar zijn verkrijgbaar in de bazaar, waarvan sommige een gedeelte ervan innemen.

Sieraden, kruidengeneesmiddelen en -soorten, koperproducten, schoenen en leer, hoeden, fruit en groenten, keukengerei en stoffenwinkels behoren tot de meest populaire delen van de bazaar. Desalniettemin is Mozaffarieh Timche, toegewijd aan kleurrijke tapijthandel, het meest fotogenieke deel van de bazaar.

De functie van de historische bazaar van Tabriz is niet alleen beperkt tot winkels en handel, maar heeft zich door de eeuwen heen ontwikkeld tot een belangrijk sociaal, politiek en religieus centrum. Ontwikkelingen in de bazaar van Tabriz hadden een grote invloed op beide constitutionele leden van Iran.

Volgens sommige historische schilderijen bestond de Bazaar al tijdens het Seltsjoekse tijdperk. Het had echter zijn hoogtepunt tijdens de Ilkhanid- en Safavid-tijdperken tussen de 13e en 16e eeuw AD toen Tabriz de hoofdstad was en een belangrijke stop op de noordelijke route van de Zijderoute. Hoewel de Safavid-koning in de 16e eeuw de hoofdstad van Iran verplaatste van Tabriz naar Qazvin, als gevolg van de toezegging van het Ottomaanse rijk, behield de bazaar van Tabriz zijn status als commercieel centrum tot de 18e eeuw.

De historische bazaar van Tabriz schetst de traditionele, culturele en commerciële systemen van Iran. Ondanks ernstige incidenten zoals brand en aardbevingen, blijft de bazaar van Tabriz nog steeds het glorieus kloppend hart van de stad en is zelfs populairder dan recentelijk opgerichte winkelcentra.

Karaj is de hoofdstad van de provincie Alborz en de thuishaven van 1,967,005-inwoners. Safavid- en Qajar-dynastieën speelden een belangrijke rol in de ontwikkeling van deze stad. Karaj stond aanvankelijk bekend om zijn zomerverblijf, maar tegenwoordig is het een van de grootste industriesteden in Iran. Middenklasse migranten uit Teheran geven er de voorkeur aan zich in deze stad te vestigen vanwege goedkopere huizen en gunstige weersomstandigheden.

Shiraz is een stad in Iran (Perzië). Met een inwonertal van 1,5 miljoen (volkstelling 2011) is het de op vijf na grootste stad van het land. Het is de hoofdstad van de provincie Fārs en een van de oudste handelssteden van Iran. De stad heeft als bijnaam ‘de stad van rozen en nachtegalen’ en staat bekend als de stad van de dichters, literatuur, wijn en bloemen.

Het Perzische woord ‘shir’ (sjir) kan zowel “leeuw” als “melk” betekenen.

De stad ligt in het midzuiden van Iran en in het noordwesten van de provincie Fārs, op 919 kilometer ten zuiden van Teheran. Shiraz ligt op een ongeveer groene vlakte aan de voet van het Zagrosgebergte, op een hoogte van ongeveer 1500 meter boven zeeniveau. Door het noorden van de stad stroomt de rivier de Roodkhaneye Khoshk, die een deel van het jaar droogvalt en uitmondt in het Maharloomeer.

De stad ligt in een gebied met een gematigd klimaat met regelmatige seizoenen. De regenval is de laatste jaren iets gestegen ten opzichte van eerdere decennia. In de stad liggen een groot aantal tuinen en fruitbomen. Door de met de bevolkingsgroei gepaard gaande ontwikkelingen staat hun aantal echter onder druk. Het stadsbestuur heeft een aantal maatregelen genomen om deze tuinen te beschermen, maar illegale ontwikkelingen blijven een probleem vormen.

In 1760 vestigde Karim Khan zich in de stad en vestigde er de Zand-dynastie. Ergens rond 1760 maakte hij Shiraz tot hoofdstad van het land en liet de stad herbouwen. Hij was vastbesloten om Shiraz uit te bouwen tot een waardige hoofdstad, vergelijkbaar met Isfahan ten tijde van sjah Abbas I. De stad werd opgedeeld in elf woonwijken (woonkwartieren), tien voor moslims en een voor joden. Met behulp van 12.000 arbeiders liet hij ook een koninklijk district bouwen met een arg (fort; de Arg van Karim Khan), vele bestuurlijke gebouwen en een van de meest verfijnde overdekte bazaars van Iran. Verder liet hij een moskee, hamams en karavanserais bouwen en Perzische tuinen, irrigatie- en jubs (afwateringskanalen) aanleggen.

De huidige economische sector van de stad hangt nauw samen met haar status als economisch centrum voor het omliggende landbouwgebied. Dit hangt deels samen met het feit dat hier relatief veel water beschikbaar is in vergelijking met de omliggende woestijngebieden. Onder andere druiven, citrusvruchten, katoen en rijst uit het omliggende gebied worden hier verhandeld. Ook worden er bloemen gekweekt. De druivensoort Shiraz (ook wel Syrah) zou naar de stad vernoemd zijn, al wordt dit door genetisch onderzoek tegengesproken. De Shirazi-wijn waar de stad lange tijd bekend om stond, is verboden sinds de Iraanse Revolutie.

De stad staat bekend om haar tapijtenindustrie. De handwerken van Shiraz omvatten textiel, hout- en metaalwerk, ingelegde mozaïeken met driehoekige motieven, zilverwerk, Perzische tapijten (pooltapijtweven en kelimweven). Kelim wordt ook wel gelim of jajim genoemd door de stammen en in de dorpen rondom de stad.

Info volgt

Info volgt

Hamadan is de hoofdstad van de gelijknamige provincie Hamadan. De stad bevindt zich zo’n 400 km ten zuidwesten van Teheran. In 2011 had de stad een bevolking van 525.000 personen.

Hamadan ligt in een groen, bergachtig gebied op een hoogte van 1850 m aan de voet van de 3574 m hoge berg Alwand.

Hamadan is een van de oudste steden van Iran. Aangenomen wordt dat de stad ligt op de plaats van het antieke Ecbatana (of Agbatana, in het Perzisch Hâgmatâna = ontmoetingsplaats). De stad werd gesticht door de Meden en was de hoofdstad van het Medische rijk. Men vermoedt dat de stad in de 7e eeuw v.Chr. gesticht is door Assurbanipal. Volgens Herodotus had het koninklijk paleis in Ecbatana duizenden kamers, en werd het omgeven door zeven muren, die wit, rood, blauw en oranje geschilderd waren. De binnenste muren van het paleis waren met zilver en goud bedekt. Het paleis is niet bewaard gebleven.

Nadat de Meden verslagen waren werd het een van de residentiesteden van de Perzische koningen uit de dynastie der Achaemeniden. Ook zou de Bijbelse Ester hier in deze tijd zijn begraven. Tijdens de dynastieën van de Parthen en Sassaniden was Hamadan de zomerhoofdstad.

De stad is in 642 door de Arabieren verwoest. Na de verovering van Perzië door het Arabische rijk verloor de stad haar belangrijke invloed. De Turkse dynastie van de Seltsjoeken verplaatste de hoofdstad van het rijk naar Hamadan. In die periode leefde ook de grote Perzische geneesheer en filosoof Avicenna in Hamadan.

De Timoeriden veroverden de stad en verwoestten haar compleet in de 14e eeuw, maar onder de Safaviden werd de stad opnieuw opgebouwd.

Ook de Ottomanen slaagden er in de 18e eeuw in de stad te veroveren, maar dit was van relatief korte duur.

Mausoleum Avicenna (zie foto)

Dit is het mausoleum van de grote Perzische wetenschapper Avicenna. Het oorspronkelijke monument werd gebouwd in het begin van de Kadjaren-dynastie, door de orde van een edele dame met de naam Negar, die naar verluid de dochter was van Fath Ali Shah. Die constructie werd later vernietigd en in 1950 kwam het huidige monument ervoor in de plaats. De architectuur van monument werd geïnspireerd door de architectuur uit de tijd waarin de grote wetenschapper leefde en op die van Gonbad-e-Qabus, een van de grootste constructies van Iran. Waar de koepel van Qabus 10 zijden heeft, heeft deze er 12, die ieder afzonderlijk staan voor een wetenschap waarin Avicenna een meester was. De hoogte van elke van de 12 pilaren is ongeveer 22,95 m. en de breedte ongeveer 117 cm aan de basis en 92 cm bij de spits.

De cirkelvormige basis van het mausoleum heeft een diameter van ongeveer 2,5 m. en de hoogte van de kegelvormige koepel is 3,4 m. Een houten deur met een hoogte van ongeveer 3,24 m. vormt de verbinding naar de centrale ruimte van het monument.

Er bevinden zich twee graven in deze ruimte; een van Avicenna dat ongeveer honderd jaar oud is, en het andere is van Abu Said Dakhdouk, die de vriend van Avicenna was. Avicenna verbleef in het huis van Abu Said en woonde met hem op de plek die vandaag wordt gebruikt als hun mausoleum. Boven de muren bevinden zich 40 marmerstenen, bedekt met regels uit het bekendste werk van Avicenna. Er zijn meer constructies in de tuin waarin het mausoleum is gebouwd, een kreeg er de functie van museum en de andere die van bibliotheek. Een ander belangrijk deel van het mausoleum is het 3 meter hoge beeld van Avicenna, dat werd gemaakt door Abull Hassan Sedighi uit één marmersteen, dat is geplaatst op het plein dat naar het mausoleum leidt.