Iran telt 22 Werelderfgoederen en honderden andere historische oorden van internationaal cultureel belang, van uitgestrekte Perzische paleiscomplexen tot kleinere religieuze heiligdommen van een ongekend verfijnde architectuur. De ruïnes van de oude hoofdsteden Pasargadae en Persepolis stralen nog altijd de grootse pracht uit van de rijken waarin ze werden gebouwd, terwijl de innovatieve infrastructuur die deze oude woestijnsteden verzorgde, nog altijd water aanvoert. Miljoenen pelgrims bezoeken de monumenten van de sjiitische islam in Iran en hele steden zijn vanwege hun historische belang als Werelderfgoed erkend.

De bescherming van cultureel erfgoed is vastgelegd in het Haagse Cultuurgoederenverdrag van 1954 en in de Overeenkomst inzake de bescherming van cultureel en natuurlijk erfgoed van de UNESCO, in 1972 in Parijs.

Tot de belangrijkste archeologische vindplaatsen in Iran behoren de ruïnes van Pasagardae en Persepolis, oude hoofdsteden van het Perzische Rijk die ook tweeduizend jaar na dato nog altijd de grandeur en de artistieke uitdrukkingskracht van dit rijk uitstralen. Ook de oude steden Yazd en Shushtar getuigen van de vindingrijkheid van werktuigbouwkundigen in de oudheid, die gedurende millennia gebruikmaakten van waterkracht om woestijnsteden van water te voorzien. De meertalige inscriptie van Behistun, waarin de overwinning van de Perzische keizer Darius I op zijn vijanden wordt herdacht, wordt wel vergeleken met de Steen van Rosetta. Dan zijn er nog de religieuze monumenten, van de magnifieke en verfijnde Vrijdagmoskee van Isfahan en de contemplatieve ruimten van het Soefi-heiligdom van sjeik Safi al-Din tot het zevende-eeuwse christelijke Klooster van Sint-Taddeüs – die allemaal getuigen van de rijke diversiteit die ooit in het hart van westelijk Azië floreerde.

Op de website vindt u op meerdere plekken onderstaand logo.

Het complex van de Pasargadae Werelderfgoed bestaat uit archeologische structuren die zijn overgebleven uit het Achaemenidische rijk dat zich in de regio Pasargad in de provincie Fars bevindt.

Pasargadae was de vroegste hoofdstad van het Achaemenidische rijk onder Cyrus de Grote (600 – 530 v.Chr.), die opdracht had gegeven tot de bouw ervan. Pasargadae was de hoofdstad van de Achaemenidische dynastie totdat Cambyses II (559 – 522 v.Chr.) die naar Susa verplaatste. De site beslaat 1,6 vierkante kilometer en omvat het Mausoleum van Cyrus II, twee koninklijke paleizen met tuinen en de forten van Tall-e Takht.

Het belangrijkste monument in het Pasargadae-complex is het graf van Cyrus. De hoogte van het graf bereikt bijna elf meter en bestaat uit twee hoofddelen: een hoge sokkel bestaande uit zes teruglopende treden vergelijkbaar met Mesopotamische of Elamitische ziggoerats en een grafkamer met een steil zadeldak dat lijkt op Urartu-graven uit een vroegere periode. De belangrijkste versiering op het graf is een rozetontwerp boven de hoofdingang.

Twee koninklijke paleizen van Cyrus, woonpaleis P en audiëntiepaleis S hebben een revolutionaire invloed gehad op de architectuurgeschiedenis van het oude Nabije Oosten. Terwijl in de regio millennia lang een enkele brandpuntsas dominant was werd in de paleizen van Pasargadae een symmetrische vierzijdige structuur zonder hoofdas en zonder vast brandpunt geïntroduceerd. Deze structuur wordt beschouwd als het prototype van Perzische tuinen. De uitmuntende technische toepassing van elementen van de Lydo-Ionische steenbewerking, waaronder anathyrosescharnieren, was een andere architectonische revolutie in het gebied. Voor die tijd werden zuilenhallen gebouwd met lemen muren en houten kolommen.

audiëntiepaleis S bestaat uit een centrale rechthoekige zuilenhal met twee rijen van vier kolommen, waarbij elke wand uitkomt op een portiek. De plattegrond van paleis P lijkt op paleis S, het laatste heeft meer maar kleinere kolommen ondersteund door uitzonderlijk fijngemaakte, horizontaal gegroefde tori op zwart-witte sokkels.

In Pasargadae zijn inscripties gevonden die geschreven zijn in het Oud-Perzisch, Elamitisch en Akkadisch spijkerschrift. In een van de inscripties had Cyrus zichzelf voorgesteld, maar aangezien het Oud-Perzische spijkerschrift werd uitgevonden tijdens het bewind van Darius suggereren onderzoekers dat Darius verschillende elementen van Cyrus ‘onvoltooide constructies voltooide, zogenaamd om zichzelf te verbinden aan het erfgoed van Cyrus. Poort R, gelegen aan de oostelijke rand van het paleis, is zichtbaar met een drie meter hoge uitgehouwen menselijke figuur met vleugels geïnspireerd op Assyrische beeldhouwkunst.

Het versterkte en solide stenen platform van Tall-e Takht (of Takht-e Madar-e Soleyman, de troon van de moeder van Salomo) werd gebouwd op een enorme heuvel. In het noorden van het gebied van de paleizen bevond zich ook een veertien meter hoge toren die bijna uitsluitend was gebouwd van fijngesneden blokken witte kalksteen, bekend als Zendan-e Soleyman (Salomo’s gevangenis). Het heilige gebied Tangeh Bolaghi en deMozaffari karavanserai (uit het islamitische tijdperk) behoren tot andere belangrijke onderdelen van de Pasargadae.

Dit bouwwerk werd in 2004 wereldwijd geregistreerd.

De Sheikh Safi-ad-din Ardabili tombe, in Ardebil, is een wereldwijd geregistreerd gebouw die de tombe bevat van veel Safavidische koningen en ouderen en het heeft een religieuze toonzetting

Sheikh Safi al-Din Ardebili (1252-1334 na Chr) was mysticus, dichter en voorvader van Shah Ismail I, de stichter van de Safavidische dynastie. Sheikh Safi is ook de vader van het Safaviyya Soefisme. Na zijn dood bouwden zijn nazaten een tombe over zijn grafsteen naast zijn huis en zijn Khanegah (een Soefistisch religieus gebouw) in Ardebil. Deze tombe is de meest opvallende Soefistische tombe en complete Khanegah. Om Sheikh Safi al-din te eren voegden zijn nazaten, meestal Safavidische koningen, meer en meer zaken toe aan zijn wijdverbreide religieuze werk van de Safavidische dynastie. De combinatie van Ijkhanidische en Timuridische architectuur met fundamentele principes van Soefisme en spiritualiteit leidden tot de schepping van een nieuwe ruimtelijke indeling en decoratieve kunst die later de Safavidische kunst en architectuur beïnvloedde.

Het Sheikh Safi al-Din complex is een kleine stad met een variatie aan secties: een moskee, bibliotheek, school, ziekenhuis, bazaar, mausoleum, bad, cisterne, keuken, bakkerij, kantoren en huizen. Het is de meest efficiënte toepassing van beschikbare ruimte om een variatie van functies te realiseren.

Er zijn drie graftorens in het complex. De oudste, verstopt achter de andere twee, was gebouwd om Sheikh Safi al-din te veneraten en de grootste, bekend als Allah Allah, is gedecoreerd met ontelbaar herhaalde namen van God in het Arabisch, met blauw geglazuurde stenen. Hoewel het complex is toegeschreven aan Sheikh Safi al-Din, zijn andere prominente figuren zoals Shah Ismail I en zijn moeder en omgekomenen in de Strijd van Chaldiran (de eerste strijd tussen de Ottomanen en de Safaviden) begraven op deze plek. Om de zeven stappen van de Soefi mystiek op te lichten, gaat de route naar de tombe van Sheikh Safi al-Din langs zeven segmenten, en acht poorten scheiden verschillende delen van het mausoleum; een representatie van de acht houdingen van het Soefisme.

Chilla Khana, afgeleid van het Perzische Chehel (veertig), was een plaats voor het Soefistisch ritueel van Chilla. In de Chilla, ten einde zich terug te trekken uit de wereld en alleen te bidden, gingen mensen veertig dagen en nachten naar Khalwa.

Sinds verschillende lantarens de hal hadden verlicht voor gebed en meditatie van de Koran, is deze duizelingwekkende rechthoekige zaal met zijn goud geschilderde plafonds bekend als Ghandil Khaneh, of lantaren huis. In 1539 gaf Shah Tahmasp I opdracht om een zo duur mogelijk tapijt te knopen voor de zaal, met zijn geometrie symmetrisch weerspiegeld op het plafond. Momenteel is dit kostbaarste overgebleven tapijt uit de Safavidische tijd, bekend als het Ardebil tapijt, in het Victoria en Albert Museum in Londen. Helaas is het goud geschilderde plafond ingestort na een aardbeving.

Chini Khaneh met zijn plafond in honingraatvorm en hangende gouden gewelfde nissen, is een plaats waar de porseleinverzameling van Shah Abbas I wordt bewaard. Een twee jaar durende oorlog tussen Iran en het Russische rijk leidde tot het Verdrag van Turkmenchay in 1828. De Russen namen veel van de originele boeken en kostbaar porselein van het Sheikh Safi al-Din complex mee naar Rusland, waarvan veel nu in Museum de Hermitage staat.

Dit klooster staat ook bekend als de “Zwarte Kerk” en is gelegen in Chaldoran, als een van de Armeense kloosters, die in de werelderfgoedlijst van de UNESCO zijn opgenomen. Het ontleent zijn naam aan de zwarte stenen die bij de bouw zijn gebruikt en aan het feit dat de apostel Thaddeus hier werd begraven.

Het St. Thaddeus klooster staat bij de inwoners bekend als Gharah Klisa of de Gharah Kerk. Gharah betekent in het Armeens zwart en deze naam was te danken aan de zwarte stenen, die bij de bouw werden gebruikt. Deze kerk is een van de meest bekende, meest bezochte en rijkste kerken van Iran. Het St. Thaddeus klooster is herbouwd in de 14th eeuw. Dit geschiedde op last van sjah Abbas I (1571 – 1629)), ter ondersteuning van de Armenen. Boven de ingang van de kerk ziet men een aantal versieringen, die werden aangebracht door Abbas Mirza, de vroeg gestorven kroonprins en zoon van Fath Ali Sjah, de tweede koning uit de Qajar-dynastie (1772 – 1834).

In deze kerk is een van de apostelen van Christus begraven. Hij werd in het jaar 66 gedood bij de verbreiding van het Christelijk geloof. De St. Thaddeus kerk is een religieuze plaats, die is beïnvloed door mens en natuur. Deze werd gebouwd en verwoest in verschillende periodes van de geschiedenis. Dzjengis Khan, de stichter van het Mongoolse Rijk en zijn kleinzoon Hulagu Khan verwoestten een groot deel van het bouwwerk. Echter, Khaje Nasir al Din Tosi, minister van Hulagu, liet het later herbouwen. Een aardbeving trof het in 1319, het gebouw werd verwoest en er was tien jaar geen restauratie mogelijk, totdat Sint Zakarya bisschop werd.

In 1691 werd de voorgevel versierd met zwarte steen, in 1810 werd dit voltooid door de toevoeging van witte stenen door Simon Beznoni, de bisschop van Maku. Ieder jaar, aan het einde van Tir, de eerste maand van de zomer en de eerste dag van Mordad, de tweede maand van de zomer, een periode, die overeenkomt met de tijd waarin St. Thaddeus werd vermoord, bezoeken grote groepen Armenen het klooster en worden er plechtigheden tot zijn eer gehouden.

Het Falak ol-Aflak kasteel, op een heuvel met zicht op de stad Khorramabad in de provincie Lorestan, is gebouwd tijdens het Sassanidische rijk.

In de loop van de geschiedenis heeft het kasteel verscheidene namen gehad zoals Shapour Khast Siah (zwart), Boz, Khorramabad, Sefid (wit), Salasel, Atabakan, Ghasr (paleis), Ghale Bala Kushk en 12-Borj (twaalf-torens). Gebaseerd op historische documenten was Shapour Khast de oudste naam van het kasteel maar sinds de Qajar dynastie (1789) wordt Falak ol-Aflak, de gangbare naam, gebruikt.

Het kasteel   hoofdzakelijk gebouwd met steen, baksteen, hout, mortel en kalksteen heeft een oppervlakte van 5200 vierkante meter met een hoogte van 40 meter rekening houdend met de heuvel. De hoogste muur van het kasteel is 22,5 meter hoog.  Het Falak ol-Aflak kasteel bestaat uit 4 hallen en verscheidene kamers die 2 binnenplaatsen omringen zodat ze allemaal rechthoekig zijn. De ingang tot het kasteel is in het noorden die loopt naar de eerste binnenplaats. Hoewel het ontwerp oorspronkelijk 12 torens had zijn er maar 8 torens overgebleven. Het water voor het kasteel komt uit 40 meter diepe bron achter de eerste binnenplaats.

Het Falak ol-Aflak kasteel had als verdedigingsfort een belangrijke rol in het ontstaan en ontwikkeling van de oude stad Khorromabad.  Opmerkelijk is dat het niet gebruikt is als kasteel en militair fort maar als regeringscentrum, schatkamer en zelfs als gevangenis in verschillende dynastieën. Bijvoorbeeld, Hasanwayhids, een Koerdische dynastie, die heerste over het westen van Iran van ongeveer 961 tot 1015 gebruikte het kasteel als regeringscentrum. Gedurende de regering van Naser Al-Din Shah, de vierde Qajar koning, is het kasteel herbouwd maar tijdens het bewind van de eerste koning van de Pahlavi dynastie Reza Shah is het verwoest ter onderdrukking van de machtige lokale stammen, Na de afbraak is het veranderd in een gevangenis en in 1969 werd de plaats een historische attractie open voor het publiek. Uiteindelijk is het in 1975 een museum geworden. Eerst een antropologisch museum en later in 1977 een archeologisch museum.

Een belangrijke vuurtempel van de Sassanidische dynastie in de stad Takab in het zuiden van de provincie West-Azerbeidzjan, die in 2003 werd toegevoegd aan de lijst van UNESCO-Werelderfgoed.

Takht-e Soleyman was een belangrijke heilige plaats van het zoroastrisme, het Sassanidische (224 – 650 n.Chr.) staatsgeloof dat het monotheïsme beïnvloedde. De algemene lay-out van de site werd een architecturale referentie voor de architectuur in Oost en West, met name de islamitische architectuur. Takht-e Soleyman heeft ook een sterke symbolische betekenis met betrekking tot de voortzetting van een cultus die verband houdt met vuur en water in de afgelopen 2500 jaar.

De site bestaat uit een artesisch bronmeer, de zoroastrische vuurtempel van Azar Goshnasp, een tempel gewijd aan Anahita (de goddelijkheid van de wateren), een Sassanidisch koninklijk heiligdom, een oude vulkaan, Zendan-e Soleyman (Gevangenis van Salomo), en overblijfselen van tempels die ouder zijn dan het ontstaan van het zoroastrisme.

Gelegen in het oude Ganzak of Shiz huisvestte de vuurtempel van Azar Goshnasp een van de drie gerespecteerde Grote Vuren gewijd aan de krijgersklasse van de Sassaniden. In 624 n.Chr. viel de Romeinse Heraclius Ganzak aan en vernietigde Azar Goshnasp. De chahartaq (een architectonische eenheid bestaande uit vier tongewelven en een koepel die wordt gebruikt voor het onderhouden van het heilige vuur in het zoroastrisme) met omringende gangen bevindt zich aan de noordkant van het bronmeer.

De grootste constructie op de site was het koninklijk hof van de Sassaniden met kamers van verschillende grootte rondom een iwan. Een overdekte ruimte met drie afgesloten zijden. De drie kamers aan het westelijke front hebben brede openingen naar buiten, misschien voor ceremoniële doeleinden, en de iwan komt uit op de noordkant van het meer. Als gevolg van verwoestingen en reconstructies in het tijdperk van de Sassaniden worden in de gebouwen verschillende materialen, waaronder modderstenen, gebakken bakstenen en steen, gebruikt.

Volgens de folkloristische legende heeft koning Salomo (wiens naam in de Hebreeuwse Bijbel, het Oude Testament en de Koran voorkomt) monsters opgesloten in een nabijgelegen 100 meter diepe krater die bekend staat als Zendan-e Soleyman of de gevangenis van Salomo.

De tombe van Susa is één van de zes plaatsen waarvan gezegd wordt dat het de graftombe van Daniël is.

Shush of Susa is één van de oudste steden ter wereld. De stad ligt in provincie Khuzestan en is gebouwd omstreeks 4000 BC. De stad heeft veel problemen gekend, dagen van overwinningen en nederlagen, bloei, ontwikkeling en verwoesting. Met de val van het Achaemenidische rijk in 332 AD raakte de stad in verval en in de Middeleeuwen verloor het volledig zijn welvaart en werd het een kleine stad rond de graftombe van de profeet Daniel.

Daniél is één van de profeten van de Israëlieten die in de zevende eeuw BC in Babylon woonden. De profeet Daniél immigreerde samen met anderen van het joodse volk naar Perzië en vestigde zich in Susa. Zijn afstamming gaat terug naar de vierde zoon van Jacobs eerste vrouw. Men gelooft dat Nebukadnezar, koning van Babylon, hem gevangennam en hem naar Perzië bracht. Daniël legde Nebukadnezars droom uit en werd een door God gezonden boodschapper.

De exacte periode van het leven van de profeet Daniel is onduidelijk maar de laatste vermelding van Daniel in het Bijbelboek Daniel is in het derde jaar van koning Cyrus. De exacte plaats van zijn graf is ook niet duidelijk zodat tegenwoordig zes steden zijn tombe claimen maar de beroemdste tombe ligt in Susa. Hij stierf op de leeftijd van 83 jaar, en nadat hij gemummificeerd was, werd hij begraven ergens ten oosten van de rivier de Shahpoor.

De tombe is gebouwd in het jaar 1833 in opdracht van de Sjiitische geestelijke Ja’far Shushtari, In hetzelfde jaar was er een grote overstroming die de tombe beschadigde zodat die hersteld moest worden. De plek is beroemd om zijn dubbel gelaagde Pijnappel Koepel die niet algemeen is in Perzië. De hoogte van koepel bedraagt ongeveer 20 meter en de diameter ervan is ongeveer 5 meter. De tombe is gebouwd in de Seljuk periode maar het is duidelijk dat de architecten de oud Perzische architectuurstijl in hun hoofd hadden. De westelijke kant van de tombe is versierd met Iraans-Islamitische tegels waarop de naam staat van de heilige profeet Daniél. Op de oostelijke kant staan twee minaretten van het jaar 1911.

In sommige boeken wordt Daniél de profeet van de regen genoemd. Er wordt verteld dat er na zijn dood mensen waren die bij droogte boven zijn gemummificeerde lichaam baden om regen en dankzij God gebeurde dat dan.

Het boek Daniël is het boek van de profeet dat 12 hoofdstukken bevat geschreven in het Hebreeuws die voornamelijk gaan over zijn levensherinneringen in de vorm van dromen. In het laatste hoofdstuk wordt de naam genoemd van een heilige die de wereld zal redden. Sjiieten geloven dat tijdens de aanwezigheid van Iman Mahdi vier andere profeten hem zullen vergezellen en dat Daniël de aanvoerder van zijn leger zal zijn.

De kathedraal, bekend om de combinatie van Armeense en Iraanse architectuur, is ten tijde van de Safaviden gebouwd in een wijk van Isfahan waar de Armeniërs naartoe emigreerden en die bekend staat als Jolfa.

Vank is een prachtige kathedraal van de Armeens-Apostolische kerk in Isfahan met een verguld plafond en prachtige schilderijen. Zij vindt haar oorsprong in het begin van de 17e eeuw toen in het zuiden van de rivier de Zayande-rood een wijk werd gebouwd voor de Armeniërs die gedwongen werden te emigreren naar Iran. Zij noemden de wijk Jolfa, naar de stad waar zij vandaan kwamen.

Na de grote immigratie besloten de Armeniërs tot de bouw van hun sociale voorzieningen en religieuze gebouwen, die zowel voor religieuze als culturele functies werden gebruikt. Van 1604 tot 1606 werd een kleine kerk gebouwd die later werd afgebroken, omdat hij niet meer toereikend was voor de groeiende Armeense bevolking in Iran. Toen werd er onder leiding van aartsbisschop David in negen jaar tijd een prachtige kerk gebouwd.

De Vank-kathedraal volgt de architectuur van het Sint-Stefanusklooster in Jolfa. De kerk is gebouwd op een stuk land met een oppervlakte van 8732 m2 en in tegenstelling tot de Armeense kerken die van steen zijn gemaakt is ze gemaakt van ruwe klei; de buitenmuren zijn gevormd met bakstenen en de binnenmuren zijn ontworpen met gips. Het interieur van de kerk volgt de Armeense architectuur maar de buitenkant heeft een Iraanse architectuurstijl. De kerk heeft twee koepels: de kleine staat op een opengewerkte lantaarn (op de foto hierboven de middelste), de enorme grote koepel bevindt zich aan de voorkant van het heiligdom van de kerk en is, net als veel andere Iraanse koepels, dubbel omhuld. Het complex van de Vank-kathedraal omvat een drukkerij, een bibliotheek, een museum, een gebedsruimte, een grote klokkentoren met uurwerken bij de ingangspoort van het complex, een kleinere klokkentoren voor de ingang van de kathedraal en een kantoor.

De grote klokkentoren is een gebouw van drie verdiepingen dat bij de ingang van het complex staat. Een grote klok van 300 kg domineert de tweede verdieping. Hier is de eerste drukkerij van Iran en het Midden-Oosten gevestigd. Hij werd gebouwd in 1640 onder het bestuur van Khachatur Kesaratsi uit het Armeense bisdom Isfahan. De pers die in 1844 door een Armeniër uit Europa werd meegebracht wordt ook in het kerkmuseum bewaard. De schatkamer van de bibliotheek dateert uit de grote migratie van de Armeniërs, toen ze alles achterlieten behalve hun boeken die naar Iran werden gebracht. Van 1770 tot 1790 werden vanwege de sociale omstandigheden veel van de boeken verkocht. Na enkele jaren, en met veel moeite, werden alle boeken opnieuw verzameld. In 1884 werd een deel van de kerk gebruikt voor de inrichting van een bibliotheek die zich aan de westkant van de kerk bevindt.

Voorbij de ingang van het museum en na het passeren van de gang is aan de rechterkant van de helling de kleinere klokkentoren te zien. Op de rechterzijde van deze toren bevindt zich een blauwe inscriptie omringd door kruisvaardersstenen die afkomstig zijn van de afgebroken kerk van Jolfa in Isfahan. Aan de linkerkant bevindt zich een herdenkingsmonument voor de genocide op Armeniërs in 1915 door de Ottomanen. Bovendien wordt elk jaar op 23 april een ceremonie gehouden ter ere van de Armeense martelaren. De twee graven onder de klokkentoren zijn gewijd aan een Armeense soldaat en een Armeens leger.

Het museum werd in 1871 gebouwd. Het is een plek om de luxueuze goederen die door de Armeniërs werden geschonken te bewaren en om te herinneren aan wie hun voorouders waren. Tegenwoordig worden er grote aantallen bijbels in het museum bewaard, waarvan er één de kleinste bijbel ter wereld is die in zeven talen is geschreven en slechts zeven gram weegt. Het bevat ook een voortreffelijke verzameling bevelen die door de Safavidische koningen en gouverneurs uitgevaardigd zijn over de Armeniërs. Dit is een zeer belangrijke collectie voor de studie van de Armeense geschiedenis in Iran. Andere voorwerpen die in dit museum worden bewaard zijn de schilderijen van Europese schilders die aan de kerk werden geschonken, enkele waardevolle manuscripten, het oudste boek dat in Isfahan werd vervaardigd en de eerste drukpers.

De gebedsruimte is als een parallellogram dat is verdeeld in twee vierhoekige delen; het eerste deel is de gebedsruimte en het tweede deel is de koepelkamer. Het hele binnenoppervlak van de koepel en het altaar is beschilderd met Bijbelse scènes uit het scheppingsverhaal van Adam en Eva. De buitenkant van de koepel is onversierd, met eenvoudige stenen.

Het kantoor bevindt zich in het zuidelijke deel van het complex en gaat terug tot de tijd van Nasser Adin Shah. Hier werden aangifte van overlijden, geboorte en huwelijk van de Armeniërs, akten van klachten en gerechtelijke procedures gevoerd.

De residentie van de aartsbisschop is een gebouw met twee verdiepingen dat zich in het oostelijke deel van het complex en voor het museum bevindt. Er zijn op het kerkhof ook enkele graven van politieke vertegenwoordigers van de Europese landen die in Isfahan zijn overleden. De kathedraal van Vank is een moederkerk van Armeniërs.

Deze ligt aan de weg van Yazd naar Kerman en is een van de vele karavanserais gebouwd door Shah Abbas I, bekend als Abbasidische Karavanserais, met een cirkelvormig grondplan, 5 torens en 43 bewakingssecties.

Deze Karavanserai ligt 67 km ten zuiden van Yazd aan de hoofdweg die Yazd met Kerman verbindt en staat bekend als een van de vele Karavanserai die werden gebouwd in opdracht van de Safavidische koning sjah Abbas I. De plaats staat bekend om zijn cirkelvormige grondplan met een totale oppervlakte van ongeveer 1500 m2. De cirkelvorm werd gebruikt op plaatsen waar zich vaak zandstormen voordoen. Zein-o-Din heeft een poort aan de zuidkant van het gebouw en vijf wachttorens, een aan de zuidkant, grenzend aan de noordkant van de poort, twee aan de westkant en twee aan de oostkant. De torens zijn gebouwd in de vorm van halve cirkels en staan ​​20 meter uit elkaar. De Karavanserai heeft verschillende afdelingen, zoals de Shah-Neshin (koninklijke afdeling), Stal, binnenplaatsen en Hojreh (kamers).

De belangrijkste binnenplaats van de karavanserai, in het midden van het complex, is een twaalfhoek omgeven door de kamers. De Shah Neshin, de grootste en meest luxueuze kamer van de karavanserai, bevindt zich aan de noordkant van de binnenplaats. Deze kamer heeft een Badgir (windvanger) die wordt gebruikt om de kamer en andere delen van de karavanserai te koelen. De Hojreh of kamers zijn achthoekig gebouwd met kleine vierkante iwans ervoor en muren die gevuld zijn met nissen. De enige manier om de kamer binnen te komen is via de deur die uitkomt op de binnenplaats en in tegenstelling tot de kamers in traditionele huizen in Iran zijn deze kamers niet met elkaar verbonden.

Het dak is gedekt met bakstenen en in het ronde dak van de plaats bevinden zich 43 bewakersverblijven. De karavanserai is grotendeels opgetrokken uit baksteen, pleisterwerk, kalk en tegels. Er zijn ook enkele onderdelen waarbij massieve rotsblokken werden gebruikt als fundering. Als gezegd dateert de karavanserai hoogstwaarschijnlijk uit de tijd van sjah Abbas en werd hij gebouwd omstreeks 1587 tot 1628. Samen met de Zizeh Karavanserai in Kashan vormt hij de enige twee ronde karavanserais van Iran.

Het waterreservoir De Zes windvangers werd gebouwd in de tijd van de Kadjaren en is een van de waterreservoirs van de stad Yazd, met 6 windvangers die het water koel en fris hielden.

Het waterreservoir met 6 windvangers is een van de meest populaire toeristische attracties van de provincie Yazd. Dit waterreservoir werd gebouwd in de tijd van de Kadjaren. Het bevindt zich in de wijk Tappeh in Yazd en heeft twee deuren, een aan de noordkant en de andere aan de zuidkant. De tapkraan van de zuidelijke deur is bereikbaar via een trap met 55 treden. De capaciteit van de ronde tank van het waterreservoir is ongeveer 2000 kubieke meter. De tank is overdekt met een prachtige koepel die zes windvangers heeft.

De torens hebben een achthoekige vorm en zijn elk 10 meter hoog. De eerste drie windvangers werden tegelijk met de waterreservoirs zelf gebouwd maar de andere drie werden later toegevoegd, toen het waterreservoir werd hersteld en gerepareerd. Ze zijn gemaakt met nauwkeurige wiskundige berekeningen, rekening houdend met het klimaat, de snelheid en de windrichting om de hoogste efficiëntie te verkrijgen. De zes windtorens van het waterreservoir koelden het water en hielpen de bewoners toegang te krijgen tot koel water, zelfs in de heetste tijd van het jaar.

Het Vakil-badhuis maakt deel uit van een complex gebouwen die in het tijdperk van de Zand-dynastie in opdracht van de Rechtvaardige Heerser, Karim Khan Zand, gebouwd werden.

Het Vakil-badhuis maakt deel uit van een complex gebouwen die in het tijdperk van de Zand-dynastie in opdracht van de Rechtvaardige Heerser, Karim Khan Zand, gebouwd werden. Vanwege al zijn verdiensten en omdat hij een zeer betrouwbare heerser was, kreeg hij de titel “Plaatsvervanger van de onderdanen” of “Vakil Al Ra’aya”. De door hem gebouwde structuren werden Vakil genoemd, naar de grote man die opdracht had gegeven tot de bouw ervan. Het Vakil-badhuis is gebouwd op een stuk land met een oppervlakte van ongeveer 1350 m2, het heeft verschillende delen zoals Sarbineh (de achthoekige kamer voorbij de ingang), Garmkhaneh (het hoofdgedeelte waar het baden plaatsvindt) en Khazineh (de warmwaterbron). De Sarbineh heeft een plafond bedekt met religieuze fresco’s die op stucwerk en kalk zijn geschilderd. De schilderijen tonen onder andere:

  • Het verhaal van Shirin en Farhad, twee fictieve minnaars zoals Romeo & Julia met eenzelfde tragisch einde.
  • Het verhaal van Bijan en Manijeh, een andere fictieve minnaar.
  • Het verhaal van Josef en zijn broers die hem verstoten.
  • Het verhaal van Abraham en Ismaël.
  • Het verhaal van Sheikh Sanan en de christelijke maagd
  • Het verhaal van de oude vrouw en sultan Sanjar

Het hoofdgedeelte van het badhuis heeft vier stenen pilaren uit één stuk en een gewelfd dak met kleine ramen aan het plafond die worden gebruikt voor airconditioning en voor lichtinval. In dit badhuis heeft Khazineh een warmwaterzwembad, een koudwaterzwembad en een lauwwaterzwembad. Dit prachtige badhuis is nu een toeristische attractie van Shiraz, gelegen in een gebied naast de Vakil-bazaar en de Vakil-moskee en op loopafstand van de Karim Khan-citadel.

Het mausoleum van Ferdowsi is geïnspireerd door Pasargadae en bedekt met regels uit het hoofdwerk van de dichter (Shahnameh).

Toen de dichter Ferdowsi stierf werd zijn lichaam daarna niet begraven op de begraafplaats van de stad dus werd hij begraven in zijn tuin ergens in de buurt van Toes. Zijn grote positie in de samenleving trok veel intellectuelen naar deze plaats. Meerdere keren werd er een monument boven zijn graf gebouwd, dat telkens weer werd verwoest.

In 1964 schonken mensen geld om voor de bouw van een mausoleum voor de grote epische dichter Ferdowsi, wiens werk velen beschouwen als de oorzaak van het voortbestaan van de Farsi-taal na de invasie van Arabieren. Het mausoleum is geïnspireerd door het graf van Cyrus de Grote, wat het belang van de dichter bewijst.

Deze plaats is het mausoleum van Sjeik Moshref Al Din Mosleh Al Din Sa’di Shrazi (Saadi Shirazi), een beroemde 13e-eeuwse dichter, gebouwd in de stad Shiraz, in de provincie Fars. De plaats was vroeger het klooster van de sjeik dat later werd veranderd in zijn mausoleum. Toen de sjeik stierf, werd zijn klooster volledig verwoest, maar er werd een klein monument over zijn graf gebouwd. Ten tijde van de Zand-dynastie werd op bevel van koning Karim Khan een ander mausoleum van baksteen en gips gebouwd. De massieve constructie bestond uit twee verdiepingen, het onderste gedeelte had een gang die naar de tweede verdieping leidde. Aan weerszijden van de gang werden kamers gebouwd in een waarvan het graf van Saadi werd geplaatst. Later werden in de tegenoverliggende kamers andere Perzische dichters begraven. De tweede verdieping volgde het plan van de eerste met één uitzondering. Als teken van respect voor de grote dichter werd er geen kamer gebouwd boven de kamer waarin hij werd begraven.

In de tijd van de Kadjaren werd het bouwwerk een paar keer gerestaureerd, in 1950 werd de plaats drastisch gewijzigd naar ontwerp van beroemde Iraanse architecten. De ingang van het nieuwe gebouw was via de plaats waar de dichter werd begraven. De kamer heeft acht bruine pilaren die voor het graf zijn geplaatst en het geheel is bedekt met witte stenen en mooie tegels. Het gebouw ziet er van buiten uit als een kubus maar als je binnenkomt is het een achthoek met marmeren muren en een turkooizen koepel. Het gebouw is ongeveer 261 m2 groot en is gelegen in een tuin van ongeveer 10.000 m2. De plaats is overdekt met inscripties van de gedichten van de grote dichter. Hoewel het geen heel oud gebouw is maakt de positie van de dichter de plaats erg belangrijk voor Iraniërs.

Het mausoleum van een groot dichter, bekend om zijn vorderingen in de mystiek, werd gebouwd in opdracht van Karim Khan van de Zand-dynastie met een grafsteen van marmer versierd met gedichten. Khaje Shams El Din Muhammad, ook wel bekend als Lesan Ol Gheib of Hafez, is een beroemde Lyrische dichter van Iran die in de 14e eeuw in Shiraz leefde. Hij verloor zijn vader zelfs voordat hij werd geboren en werd van jongs af aan gestuurd om verschillende wetenschappen te leren. Hij raakte al snel in de ban van mystiek; tegenwoordig staat hij bekend om zijn kennis van mystiek en de weerspiegeling ervan in zijn poëzie. Hafez heeft het hele hulstboek van de Koran uit zijn hoofd geleerd, dat is de reden waarom hij Hafez werd genoemd, wat literair de bewaarder of bewaarder betekent. 

Toen Zands op de troon kwam en Shiraz de hoofdstad van Iran werd, gaf Karim Khan, de heerser van Zand, opdracht tot de bouw van een mausoleum voor de beroemde dichter. De structuur van dit mausoleum omvatte een Iwan met vier sterke pilaren, elk gemaakt van een eendelige steen. Er waren twee kleine kamers aan weerszijden van de Iwan, met het Mausoleum aan de noordkant, met uitzicht op een schitterende tuin. Op bevel van de koning van Zand werd er een steen gemaakt die als grafsteen voor het grote gedicht zou dienen en er werden enkele regels van zijn poëzie in uitgehouwen. Karim Khan, de heerser van Zand, gaf opdracht tot de bouw van een mausoleum voor de beroemde dichter. De structuur van dit mausoleum omvatte een Iwan met vier sterke pilaren, elk gemaakt van een eendelige steen.