Loqman Moradi en Zaniar Moradi, twee ter dood veroordeelde politieke gevangenen die in het openbaar zullen worden opgehangen, hebben in een telefoongesprek vanuit de Rajayi Shahr (Gohardasht) gevangenis in Karaj hulp gevraagd aan mensenrechtenactivisten waarbij zij benadrukten dat ze door foltering gedwongen waren om te bekennen en dat de aanklachten tegen hen vals waren. Zij vertelden dat al hun bekentenissen over gewapende activiteiten en de moord van vorig jaar op de zoon van de leider van het vrijdaggebed van Marivan onder marteling zijn gedaan en dat ze daar niets mee te maken hadden.

“We vragen de hulp van mensenrechtenactivisten, omdat we echt niets te maken hebben met de moord op de zoon van de leider van het vrijdaggebed van Marivan. Maar door ernstige martelingen en de bedreiging dat we ‘seksueel gefolterd’ zouden worden en dat onze gezinnen zouden worden gearresteerd, werden we gedwongen te bekennen. Er is nooit enig bewijs geweest dat we deelnamen aan die moord”, zei Loqman Moradi vanuit de gevangenis …

“Zij moeten een slachtoffer hebben en ze hebben ons daarvoor gekozen”, voegde hij eraan toe. (Studenten Comité ter verdediging van politieke gevangenen – 14 januari 2011)