Christenen in Iran worden in toenemende mate blootgesteld aan arrestaties, detentie en mishandeling. Tot de repressieve maatregelen van het regime behoren ook bedreigingen en intimidatie van christelijke gemeenschappen, evenals de sluiting en inbeslagname van kerken.

In een officiële verklaring van 15 juli hebben twee mensenrechtendeskundigen van de Verenigde Naties de onderdrukking van christenen in Iran veroordeeld. Daarbij wezen zij onder meer op de inbeslagname van het terrein van de evangelische Sint-Petruskerk in Teheran en de gedwongen ontruiming van de christelijke bewoners van het kerkcomplex.

Mai Sato, VN-speciaal rapporteur voor de mensenrechtensituatie in Iran, en Nazila Ghanea, VN-speciaal rapporteur voor vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, riepen het Iraanse regime op de bewoners in staat te stellen terug te keren, alle bedreigingen en intimidatie van de kerkgemeenschap te staken en alle willekeurig gevangengenomen christenen onmiddellijk vrij te laten.

Volgens de deskundigen worden christenen in Iran niet alleen geconfronteerd met de sluiting en inbeslagname van kerken, maar ook met arrestaties, detentie en mishandeling. „Ten minste 79 christenen zitten momenteel vast. De overgrote meerderheid van hen bestaat uit bekeerlingen. Sommigen zouden onder marteling tot een bekentenis zijn gedwongen. Onder hen bevindt zich Mohammad Nikbakht, een tot het christendom bekeerde Iraniër, die naar verluidt sinds maart 2026 zonder contact met de buitenwereld wordt vastgehouden in de Dastgerd-gevangenis in Isfahan.”

Over de gedwongen ontruiming van het terrein van de evangelische Sint-Petruskerk in Teheran verklaarden de deskundigen dat de bewoners slechts twee weken de tijd kregen om hun woningen te verlaten. De kerkleiders werden bovendien met arrestatie bedreigd als zij geen gehoor zouden geven aan het bevel. De laatste bewoner verliet het terrein op 12 juli, waardoor de vrees is ontstaan dat het complex zal worden gesloopt.

In de verklaring staat verder: „Gedwongen ontruimingen zijn onverenigbaar met de mensenrechten en brengen het risico met zich mee dat leden van religieuze en etnische minderheden dakloos worden.”

De deskundigen benadrukten dat het circa vier hectare grote terrein in het centrum van Teheran voor de bewoners veel meer was dan alleen onroerend goed. „Het was hun thuis, hun school en hun plaats van samenkomst voor de eredienst. Op het terrein bevinden zich het kerkgebouw, twee scholen, woningen voor de bewoners en kantoren, waaronder die van het Bijbelgenootschap en de Raad van Evangelische Kerken in Iran, die eigenaar is van het terrein.”
„Deze gedwongen ontruiming is geen op zichzelf staand incident, maar vormt het hoogtepunt van een lange reeks maatregelen tegen de christelijke gemeenschap in Iran, en in het bijzonder tegen kerkdiensten voor Perzischsprekende christenen,” aldus de deskundigen.

Zij wezen erop dat Iran vroeger ongeveer vijftig protestantse kerken telde, waarvan de meeste kerkdiensten in het Perzisch hielden. Tegenwoordig zijn er feitelijk geen meer over, omdat zij zijn gesloten of gedwongen werden de Perzischtalige erediensten te beëindigen. Ook de laatste drie anglicaanse kerken in Teheran, Isfahan en Shiraz, die toestemming hadden om in het Perzisch te preken, mochten na de COVID-19-pandemie hun deuren niet meer openen.

„De vrijheid van godsdienst en levensovertuiging omvat ook de vrijheid om samen met andere gelovigen erediensten in de eigen taal te vieren en gebedshuizen te onderhouden. Wanneer een kerk in beslag wordt genomen, verliest een gemeenschap niet alleen een gebouw, maar ook een plaats van aanbidding, verbondenheid en gemeenschapsleven,” aldus de twee VN-deskundigen.