21-03-2013 –  Kamran Rahimian en Faran Hessami met hun zoon Artin. Kamran en Faran zitten sinds 2011 gevangen omdat ze docent waren bij het Baha’i -Instituut voor Hoger Onderwijs.
De driejarige Artin Rahimian staat in de rij om zijn moeder te bezoeken in de Iraanse Evin gevangenis. Twee jaar geleden werden Faran Hessami en haar man, Kamran Rahimian, gearresteerd omdat ze docent waren bij de Baha’i gemeenschap, de grootste religieuze minderheid van Iran. Sindsdien komt hun zoon hen, samen met zijn bejaarde oma, bezoeken wanneer de gevangenis ambtenaren daar toestemming voor geven .
 

Als Artin aan de beurt is bij de beveiliging reageert de bewaker geschokt als de kleine jongen zijn hand al uitsteekt voor een stempel nog voordat de gang van zaken is uitgelegd. Het zien van zijn ouders door een dik glazen venster is normaal geworden voor Artin.

Sinds het Baha’i-geloof in Iran anderhalve eeuw geleden ontstond hebben de aanhangers zeeën van vervolging over zich heen gekregen. Het tragische verhaal van Artin’s familie trekt de geschiedenis van die vervolging door naar het heden.
 

Kort na de Islamitische Revolutie werd Artin’s grootvader, Rahim Rahimian, door de autoriteiten gearresteerd en geëxecuteerd wegens zijn religieuze overtuiging. Hij was niet de enige. Tussen 1978 en 1998 werden meer dan 200 Baha’is gedood, het merendeel door executie, en duizenden werden gevangen gezet.
In 2005 intensiveerde de overheid hun campagnes om de Baha’i -gemeenschap in het nauw te drijven en hen een normaal dagelijks leven onmogelijk te maken. Baha’is werden verbannen uit de openbare universiteiten en hun werk bij overheidsinstellingen; huwelijken en echtscheidingen werden niet erkend en Baha’i kinderen werden beschouwd als onwettig, Baha’i eigendommen en bedrijven werden in beslag genomen. Zelfs na de dood was er geen ontkomen aan: Baha’i begraafplaatsen werden vernield en soms omgeploegd.
 

In 2008 arresteerde het Iraanse regime alle zeven leden van de ad-hoc leidersgroep die tot dan toe de gemeenschap minimaal hadden mogen bijstaan. Alle leden van de " Baha’i Zeven" zitten nu een 20-jarige gevangenisstraf uit.
 

Binnen een jaar na de geboorte van Artin zat de overheid opnieuw achter de familie aan. In 2011 werden Artin’s ouders Kamran en Faran, evenals zijn oom Kayvan, gearresteerd als onderdeel van een campagne tegen administratief personeel, leerkrachten en vrijwilligers van het Baha’i Instituut voor Hoger Onderwijs (BIHE). Omdat de Baha’i jongeren niet naar de universiteit mogen, werd het BIHE opgericht met als doel de jeugd van de gemeenschap op permanente basis educatie te bieden. Door middel van bijeenkomsten in kelders en woonkamers, online en schriftelijke cursussen, krijgen de jonge Baha’i studenten hun opleiding van docenten – al of geen Baha’i – uit de hele wereld. Het is een wonder dat het BIHE is gelukt om zo’n 2.000 studenten op te leiden, waarvan sommigen hun opleiding in het buitenland konden voortzetten. Niknaz Aftahi is bijvoorbeeld de eerste afgestudeerde van het BIHE architectuur-programma, en zij is momenteel bezig met het halen van haar graad aan de Universiteit van Californië in Berkeley, die al haar BIHE studiepunten accepteerde.
 

Maar BIHE studenten en medewerkers moeten veel ellende doorstaan voor hun studie: om geen aandacht te trekken zijn er bij de bijeenkomsten nooit meer dan zo’n 10 personen aanwezig; ze moeten door Teheran trekken van de ene naar de andere geheime leslocatie, ze kunnen niet beschikken over de juiste hulpmiddelen zoals laboratoria en bibliotheken. En altijd is er de dreiging van invallen en arrestaties. Vanaf 22 mei 2011 heeft de overheid bijna 40 huishoudens overvallen die iets met het BIHE te maken hadden, lesmateriaal werd in beslag genomen en 18 personen werden gearresteerd. Op dit moment zitten er 10 docenten wegens hun activiteiten in de gevangenis, waaronder Artin’s ouders en oom.
 

Hessam Rahimian, een neef van Kayvan en Kamran, en andere familieleden van gevangen Baha’is vertelden hartverscheurende verhalen tijdens een ontmoeting met senator Mark Kirk van Illinois vorige week.
 

"Inmiddels hebben drie generaties hiermee te maken," zei Hessam, wijzend naar een foto van het gezin van Artin. Hij noemde drie andere gevallen waarbij kinderen daadwerkelijk met hun moeders in de gevangenis verblijven. Een van deze kinderen heeft een ernstige longinfectie als gevolg van de onhygiënische omstandigheden in de gevangenis.
 

Tijdens een bijeenkomst diezelfde dag met de Amerikaanse Commissie voor Internationale Religieuze Vrijheid, vertelde Iraj Kamalabadi gedetailleerd hoe zijn zus Fariba Kamalabadi en Mahvash Sabet, de twee vrouwelijke leden van de Baha’i-Zeven, onlangs met zo’n 400 andere gevangenen in een omgebouwde kippenboerderij werd vastgezet, waar per 10 personen maar één bed en per 80 personen één badkamer was. Gelukkig heeft de internationale verontwaardiging over deze erbarmelijke omstandigheden geholpen om het Iraanse regime ervan te overtuigen om in ieder geval Kamalabadi en Sabet terug te brengen naar de relatief hygiënischer Evin gevangenis, waar veel gewetensgevangenen zitten opgesloten.
 

"Hoewel ze vaak het tegendeel beweren, is het een feit dat het Iraanse regime zeer gevoelig is voor de wereldopinie," aldus Kenneth Bowers, secretaris van de Nationale Geestelijke Raad van de Baha’is in de Verenigde Staten. Bij een congreshearing van de Tom Lantos Commissie voor de Mensenrechten vertelde Bowers over de situatie van de Baha’is in Iran. Hij zat daar naast Naghmeh Abedini wier man Saeed, een evangelische christelijke predikant en Amerikaans staatsburger, sinds vorig jaar in Iran gevangen zit. Tijdens zijn getuigenis benadrukte Bowers dat iedere verklaring van de Verenigde Staten waarin Iran ter verantwoording geroepen wordt voor de behandeling van deze gevangenen kan helpen om hun lijden te verzachten. De medevoorzitter van de commissie, afgevaardigde Frank Wolf, verzekerde zowel Abedini als Bowers dat ze deze zaken zullen blijven volgen tot de gevangenen zijn vrijgelaten.
 

Er liggen nieuwe resoluties, waarin de toename van vervolging van Baha’is wordt veroordeeld, klaar om te worden aangenomen door het Congres. Hoewel president Obama in zijn recente toespraak tot het Iraanse volk ter gelegenheid van het Perzische Nieuwjaar Noruz de kwestie van de mensenrechten niet direct vermeldt, is het passeren van deze resoluties door het Congres een krachtige boodschap dat de wereld toekijkt en gerechtigheid eist.
 

Intussen blijft de 3-jarige Artin Rahimian gescheiden van zijn ouders, in de hoop dat het gezin volgend jaar Noruz buiten de kille gevangenismuren zal kunnen vieren.