19 juni 2025 – In een nieuwe resolutie eist het Parlement van de Europese Unie, dat de Revolutionaire Garde van het regime in Teheran als terroristische organisatie wordt aangemerkt en ook dat de sancties worden uitgebreid tegen alle personen, die in Iran verantwoordelijk zijn voor het in gijzeling houden van Europese burgers en voor de massale terechtstellingen van leden van de oppositie en andere mensenrechtenschendingen.

Het Europese Parlement heeft zich op 19 juni opnieuw met de mensenrechtenschendingen en terechtstellingen in Iran beziggehouden en wijst erop, dat in 2025 al meer dan honderd mensen in dat land zijn geëxecuteerd. In een door het Parlement aangenomen resolutie werd van het Iraanse regime geëist dat executies moeten worden stopgezet en de doodstraf wordt afgeschaft en alle politieke gevangenen, die destijds gedetineerd zijn, zonder uitstel op vrije voeten moeten worden gesteld.

Met name wordt de invrijheidstelling geëist van de reeds meer dan negen jaar in de Evin-gevangenis van Teheran gedetineerde Zweeds-Iraanse arts Ahmadreza Djalali, waarvoor voltrekking van het doodvonnis dreigt. Zijn geval maakt volgens gegevens van het EU-Parlement deel uit van het systematische patroon van onrechtmatige arrestaties en de door het Iraanse regime gehanteerde „gijseldiplomatie“.

In de resolutie wordt van de Europese Unie opnieuw geëist dat de Revolutionaire Garde van het Iraanse regime als terroristische organisatie wordt aangemerkt en opgedragen om de EU-sancties uit te breiden tegen personen, die in Iran voor de gijzeling van EU-burgers en voor massa-terechtstellingen van oppositieleden en andere mensenrechtenschendingen verantwoordelijk zijn.

De internationaal bekende arts Ahmadreza Djalali met zijn gezin voordat hij werd gearresteerd

De zaak Ahmadreza Djalali wordt in de resolutie als volgt samengevat:

Dr. Ahmadreza Djalali, een eerstehulparts met een Zweedse en Iraanse nationaliteit, docent aan de Nederlandstalige Vrije Universiteit van Brussel in België en aan de Universiteit Oost-Piëmont in Italië, werd op 24 april 2016 in Iran gearresteerd. In oktober 2017 werd hij in werd hij, in een hoogst oneerlijk proces op grond van gefingeerde bewijzen en een middels marteling afgedwongen bekentenis, van spionage beschuldigd en ter dood veroordeeld.

Ahmadreza Djalali heeft onlangs in de Evin-gevangenis een hartinfarct gekregen. Hem wordt, niettegenstaande de verslechterende lichamelijke toestand en met gevaar voor zijn leven, noodzakelijke medische verzorging geweigerd. Het Iraanse regime dreigt hiermee het aan Ahmadreza Djalali opgelegde doodvonnis te voltrekken.

Het Europese Parlement:

  • Veroordeelt met klem het schijnproces tegen Ahmadreza Djalali en zijn wrede behandeling door de Iraanse autoriteiten, die gelijk staat aan mishandelingen en marteling, omdat hij maandenlang in isolatie werd verhoord en daaropvolgend ter dood werd veroordeeld;
  • verzoekt Iran dringend, Ahmadreza Djalali, wiens gezondheid zienderogen achteruit gaat, onmiddellijk toegang te verlenen tot noodzakelijke specialistisch-medische verzorging in een ziekenhuis buiten de gevangenismuren; daarenboven wordt Iran dringend verzocht, Ahmadreza Djalali een nieuw proces, met rechtsbijstand, te verlenen en een regelmatig contact met zijn familie mogelijk te maken;
  • roept Zweden en de andere betrokken lidstaten en de Europese Buitenland Dienst op, hun diplomatieke inzet te intensiveren en doeltreffende maatregelen te nemen, als reactie op de door Iran gebezigde gijzel-diplomatie en de daarmee samenhangende aanhoudende arrestaties, – die in strijd zijn met het volkerenrecht -, van EU-burgers, waartoe ook Cécile Kohler en Jacques Paris behoren;
  • benadrukt, dat contacten tussen de EU en Iran moeten uitgaan van het bereiken van tastbare vooruitgang op het gebied van democratie, rechtsstatelijkheid en mensenrechten en ook op de invrijheidstelling van alle politieke gevangenen.