24 januari 2026 – Het Europees Parlement spreekt zijn afschuw uit over de massamoorden die het regime in Teheran pleegt op demonstranten in Iran en eist dat de EU snel actie onderneemt tegen alle functionarissen en instellingen die verantwoordelijk zijn voor de onderdrukking.
Op 22 januari heeft het Europees Parlement met overweldigende meerderheid een belangrijke resolutie aangenomen waarin de gewelddadige onderdrukking van de protestbeweging in Iran krachtig wordt veroordeeld. Het Parlement roept de EU-lidstaten op om onmiddellijk strenge strafmaatregelen te nemen tegen het Iraanse regime, waaronder het aanmerken van de Iraanse Revolutionaire Garde als terroristische organisatie.

In een persbericht van het Europees Parlement staat hierover onder andere:
Het Parlement roept de Iraanse autoriteiten onder het bewind van Ali Khamenei op om onmiddellijk een einde te maken aan het geweld tegen vreedzame demonstranten, alle executies stop te zetten en een einde te maken aan de moord op en onderdrukking van burgers. Het betuigt zijn onvoorwaardelijke solidariteit met het Iraanse volk en zijn moedige en legitieme protestbeweging. Het Parlement veroordeelt bovendien met klem het opzettelijke en buitensporige gebruik van geweld door de veiligheidstroepen.
Alarmerende verschuiving van onderdrukking door het regime van afschrikking naar strategische eliminatie
In de resolutie, die met 562 stemmen voor, 9 stemmen tegen en 57 onthoudingen is aangenomen, uiten de leden hun bezorgdheid over het feit dat de moord op duizenden demonstranten een schokkende verandering in het onderdrukkingsbeleid van het Iraanse regime laat zien. Er zou sprake zijn van een verschuiving van afschrikking naar strategische eliminatie. De leden eisen de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle demonstranten, mensenrechtenverdedigers en journalisten.
Het Parlement roept de Raad op om de Islamitische Revolutionaire Garde, met inbegrip van de Basij-militie en de Quds-eenheid, onmiddellijk als terroristische organisaties aan te merken. Het dringt aan op uitbreiding en strikte handhaving van restrictieve maatregelen van de EU, waaronder het bevriezen van tegoeden en visumverboden. Daarnaast verwelkomt het de recente sancties van de VS en eist het dat de EU snel actie onderneemt tegen alle functionarissen en instellingen die verantwoordelijk zijn voor de onderdrukking.
In het Europees Parlement zetten mensenrechtenactivisten en parlementsleden zich in voor het beëindigen van de onderdrukking in Iran.
De VN-onderzoekscommissie moet onbelemmerde toegang krijgen
Het Parlement wijst op de decennialange systematische onderdrukking door het Iraanse regime, die met name gericht is tegen vrouwen, mensenrechtenactivisten en politieke dissidenten. Het roept Iran opnieuw op om de door de Verenigde Naties ingestelde onderzoekscommissie onmiddellijk en ongehinderd toegang te verlenen om ernstige misdrijven volgens het internationaal recht te onderzoeken. Hiertoe behoren moord, marteling, verkrachting en ontvoering, die worden gebruikt om afwijkende meningen te onderdrukken.
Het Iraanse regime vormt de grootste en ernstigste bedreiging voor de veiligheid, stabiliteit en vrede in de hele regio.
De afgevaardigden eisen een grotere diplomatieke inzet, waaronder een versterkte aanwezigheid van de EU, om bescherming, humanitaire hulp en steun te garanderen aan personen die gevaar lopen. Zij benadrukken dat “het Iraanse regime al decennialang actief chaos en vernieling zaait in de hele regio (…) en nog steeds de grootste en ernstigste bedreiging vormt voor de veiligheid en stabiliteit van de hele regio en het grootste obstakel voor vrede in de hele regio”.
Ten slotte benadrukt het Parlement dat normalisering van de betrekkingen met Iran pas mogelijk is na de onvoorwaardelijke vrijlating van politieke gevangenen en echte vooruitgang op het gebied van democratie en de rechtsstaat. Het verwelkomt het besluit van zijn voorzitter, Roberta Metsola, om vertegenwoordigers van het Iraanse regime de toegang tot de gebouwen van het Europees Parlement te weigeren, en dringt er bij de lidstaten op aan dit voorbeeld te volgen.”

