De landelijke opstand van januari 2026 in Iran markeert een duister keerpunt in de geschiedenis van mensenrechtenschendingen, niet alleen vanwege de omvang van de protesten, maar ook vanwege de ongekende wreedheid van de onderdrukkende krachten tegen de meest kwetsbare groepen in de samenleving. Dit rapport biedt een juridische en statistische analyse van de moord op kinderen en jongeren onder de 18 jaar – een misdaad waarvan de documentatie een ‘systematisch patroon’ laat zien voor de fysieke eliminatie van demonstranten, ongeacht hun leeftijd.

De politieke context van de misdaad: het legitimeren van staatsgeweld

Iraanse regeringsfunctionarissen gebruikten vijandige retoriek en bestempelden demonstranten als “agenten van een staatsgreep”, ‘terroristen’ en “huurlingen van de vijand”. Deze opzettelijke bestempeling had tot doel burgers hun wettelijke bescherming te ontnemen en impliciete toestemming te geven voor de “eliminatie van dissidenten”. Wanneer de hoogste politieke autoriteit van een land de protesten van adolescenten en studenten bestempelt als ‘hybride oorlogsvoering’, geeft zij in feite de strijdkrachten carte blanche om dodelijk geweld tegen kinderen te gebruiken. Binnen dit veiligheidsparadigma worden zelfs een driejarig kind of een baby niet als onschuldige burgers beschouwd, maar als onderdeel van een ‘subversief project’, waardoor het ontnemen van hun recht op leven als ‘legitiem’ wordt beschouwd.

Veldanalyse van de doodsoorzaken: opzettelijk dodelijk geweld

Op basis van mensenrechtendocumentatie en medische rapporten wijzen de omstandigheden rond de dood van deze kinderen op het gebruik van “onnodig dodelijk geweld”. De patronen van kindersterfte tijdens deze opstand omvatten:

Direct vuur op vitale organen: In tegenstelling tot wat officieel wordt beweerd, stierf het merendeel van de adolescenten aan één enkele schotwond in het voorhoofd, het hart of de nek, wat wijst op gericht vuur door sluipschutters.
Wreed fysiek geweld (knuppels): Er zijn talrijke gevallen gemeld van sterfte als gevolg van “hersenbloeding” door herhaaldelijke slagen met harde voorwerpen op het hoofd tijdens detentie of op de plaats van het protest.
Willekeurig vuren in woonwijken: De dood van kinderen zoals Adrina Ghorbani (baby) en Bahar Hosseini (3 jaar) toont het roekeloze gebruik van giftig traangas en het willekeurig vuren in woonwijken aan.

Statistieken en de omvang van de misdaad

Van de ongeveer 3000 slachtoffers waarvan de identiteit tot nu toe is geverifieerd, zijn de namen van 160 kinderen en adolescenten geregistreerd. Opgemerkt moet worden dat, vanwege het gebrek aan leeftijdsgerelateerde informatie voor bijna de helft van de 2300 personen op de lijst, deze statistieken slechts de “minimale” omvang van het misdrijf weergeven en dat de werkelijke cijfers naar schatting aanzienlijk hoger liggen. Deze statistieken onthullen een schrijnende realiteit: ongeveer 10% (een tiende) van alle personen die volgens de documentatie door het Iraanse regime zijn vermoord, waren kinderen.

Schendingen van internationale verdragen

Deze acties vormen een flagrante schending van de volgende internationale verdragen die Iran heeft ondertekend:
Verdrag inzake de rechten van het kind (artikel 6): schending van het inherente recht op leven en het nalaten kinderen te beschermen tijdens burgerlijke onrust.
Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (ICCPR): willekeurige ontneming van het leven en buitengerechtelijke executies.
Het Statuut van Rome: het systematische karakter van deze moorden plaatst ze in de categorie “misdaden tegen de menselijkheid”.

Onmiddellijke mandaten:

De moord op kinderen in januari 2026 gaat verder dan louter politieoptreden; het is een “door de staat georganiseerde campagne om de samenleving te intimideren” door zich op kinderen te richten. De internationale gemeenschap mag geen genoegen nemen met verbale veroordelingen. Het voorleggen van de zaak aan het Internationaal Strafhof (ICC) en het aanmerken van de daders en architecten van deze “door de staat georganiseerde moord op minderjarigen” als oorlogsmisdadigers is het minimum dat nodig is om recht te doen geschieden.

UNICEF eist de invrijheidstelling van alle kinderen, die bij de laatste demonstraties in Iran zijn opgesloten

21 februari 2026  – Het netwerk voor hulp aan kinderen van de Verenigde Naties: “Kinderen hebben bijzondere steun nodig. Beroving van hun vrijheid heeft een levenslang effect op de ontwikkeling van het kind, maar ook op de toekomst van de gehele maatschappij.”
Verslagen van mensenrechtenverdedigers over de gebeurtenissen in Iran nemen toe, nadat talrijke, tijdens de januari-protesten aangehouden, kinderen in de gevangenissen van het regime onder onmenselijke omstandigheden worden vastgehouden en met geweld te maken krijgen. In verband hiermee verklaarde Edouard Beigbeder, UNICEF-Regiodirecteur voor het Nabije Oosten en Noord-Afrika, op 19. Februari o.a.:

„UNICEF is uiterst bezorgd over de berichten, waarin wordt gemeld dat kinderen, die tijdens de jongste demonstraties in Iran werden aangehouden, daarna werden opgesloten.
Terwijl het aantal opgesloten kinderen en de omstandigheden van hun opsluiting op dit moment niet kunnen worden geverifieerd, eisen wij met klem de onverwijlde en onafhankelijke toegang tot de opgesloten kinderen, zodat hun toestand, hun behandeling en hun welzijn beoordeeld kan worden.
De negatieve gevolgen van opsluiting en verblijf in de gevangenis zijn voldoende bekend. Kinderen zijn geen „kleine volwassenen “, ze vereisen aandacht en zorg. Het ontnemen van de vrijheid heeft levenslange gevolgen voor de ontwikkeling van het kind, maar ook voor de toekomst van de gehele maatschappij.
Kinderen, die hun vrijheid werd ontnomen, moeten op een menselijke manier worden behandeld. Regelmatig contact met hun familie moet mogelijk zijn. Dit zijn verplichtingen, die in het volkerenrecht zijn vastgelegd, deze moeten altijd worden nagekomen.
UNICEF eist dat er een einde komt aan de opsluiting van kinderen en de onmiddellijke vrijlating van de, bij de laatste opstanden, opgesloten kinderen. De Islamitische Republiek Iran heeft de VN-Kinderrechtenconventie ondertekend en is verplicht om de rechten van kinderen te eerbiedigen, de rechten van kinderen te beschermen en te waarborgen. “

Foto’s van meisjes, die in januari door militairen van het regime werden gedood. Onder hen de achtjarige Anila Abu-Talebian uit Isfahan (tweede foto van links op de onderste rij).

Iraanse mensenrechtengroeperingen vermelden dat er talrijke kinderen zijn onder de slachtoffers van de massamoorden, die in januari door troepen van het Iraanse regime werden gepleegd. Gardisten schoten meedogenloos met machinegeweren op de demonstrerende mensen, hierbij werden ook niet-betrokken passanten en inzittende van auto’s getroffen. Onder de tot nu toe geïdentificeerde slachtoffers bevinden zich tenminste 200 scholieren, meisjes en jongens. Veel andere kinderen werden gewond, honderden werden naar de gevangenissen van het regime gedeporteerd.